2.3 Aansluiting op het mantelnetwerk voor DF-mantel
• Het apparaat moet vorstvrij in de technische ruimte geïnstalleerd worden.
• De aanzuig- en uitblaasmantel (of de standaard onderdelen) aansluiten met inachtneming van de richting van de
luchtcirculatie: Het aanzuigen en het uitblazen van warme en droge lucht aan beide zijden van het apparaat komen tot
stand via de frames 635 x 410 mm (650 x 540 mm voor DF 410-412).
• Extra platen kunnen aangesloten worden op het opnemen en het blazen:
- - horizontaal kniestuk 90° (keuze)
- - verticaal kniestuk 90° (keuze)
- - cirkelvormige afvoer Ø 315 of 400 voor DF 410-412 (keuze)
- - geluidsdemper (keuze)
• Een waterafvoer voorzien op een laag punt, voor eventuele waterspatten in de mantels.
• Voor een goede werking van de installatie moet de doorsnede van de mantels zijn aangepast aan het
luchtdebiet dat door het apparaat wordt geleverd (zie tabel hieronder). Voor bijzonder lange of gevarieerde
mantelnetwerken ons raadplegen.
• De blaasroosters moeten zijn uitgevoerd met schuiven voor een betere luchtverdeling.
Apparaat
Rechthoekige mantel
Cirkelvormige mantel
Doorsnede: voor een maximale lengte van 20 meter, luchtsnelheid: 5 tot 6 meter/seconde
Gemiddeld vermogenverlies per richtingverandering van de luchtstroom, kniestuk van 90° of door T = 1 mm CE
5
Minimale doorsnede van de uitblaas- en aanzuigmantels
Unit
DF 403
mm
400 x 200
mm
315
DF 405
DF 408
400 x 200
400 x 200
315
315
* minimale afstand
1: DF 403-405-408-410-412 mantel
2: steunstoel
3: mantel
4: aanzuiging
5: Hygro Control
6: uitblazen
7: verseluchtingang
8: luchtverversingssysteem (zie § "2.1 Installatie
voorwaarden")
9: ontluchting mantels
DF 410
DF 412
400 x 300
400 x 300
400
400
H0384500.B - NL - 2015-09