Storingen opsporen en verhelpen
WAARSCHUWING
Om het risico van ernstig letsel te verminderen moet u
elke keer als u de instructie krijgt om de druk te ontlasten
de Drukontlastingsprocedure op blz. 8 volgen.
Probleem
De pomp werkt niet.
Pomp werkt, maar weinig opbrengst bij
beide slagen.
Pomp werkt, maar weinig opbrengst bij
neergaande slag.
Pomp werkt, maar weinig opbrengst bij
opgaande slag.
Pomp werkt onregelmatig of gaat steeds
harder lopen.
* Om te bepalen of de materiaalslang of het pistool verstopt is, moet u de Drukontlastingsprocedure volgen op blz. 8.
Ontkoppel de materiaalslang en plaats een opvangbak onder de materiaaluitlaat van de pomp om eventueel materiaal op te
vangen. Draai de lucht precies ver genoeg open om de pomp te starten (ongeveer 1,4–2,8 bar). Als de pomp start als de lucht
wordt ingeschakeld, dan zit de verstopping in de materiaalslang of het pistool.
1.
2.
Oorzaak
Luchttoevoer geblokkeerd of
onvoldoende.
Vuile of beschadigde luchtmotor.
Verstopt(e) materiaalslang, pistool of
spuitmond.
Luchttoevoer geblokkeerd of
onvoldoende.
Geen materiaalaanvoer meer.
Verstopt(e) materiaalslang, pistool of
spuitmond.
Losse pakkingmoer of versleten
pomphalspakkingen.
De zuiger en de inlaatkranen moeten
worden afgesteld.
Inlaatventiel blijft openstaan of is
versleten.
Zuigerklep sluit niet of versleten,
of pakkingen versleten.
Geen materiaalaanvoer meer.
De zuiger en de inlaatkranen moeten
worden afgesteld.
Inlaatventiel blijft openstaan of is
versleten.
Zuigerklep sluit niet of versleten,
of pakkingen versleten.
Ontlast de druk.
Ga alle mogelijke problemen en oplossingen na, voordat
u de pomp uit elkaar gaat halen.
Zorg voor voldoende luchttoevoer.
Onderhoud de luchtmotor (zie 306982 of
307157).
Reinigen.*
Zorg voor voldoende luchttoevoer.
Weer vullen; voorpompen of spoelen.
Reinigen.*
Draai de pakkingmoer vaster (zie blz.
8); vervang de halspakkingen.
Bijstellen; zie handleiding 307652.
Verhelpen; servicebeurt geven.
Zie handleiding 307652.
Verhelpen; servicebeurt geven.
Zie handleiding 307652.
Weer vullen; voorpompen of spoelen.
Bijstellen; zie handleiding 307652.
Verhelpen; servicebeurt geven.
Zie handleiding 307652.
Verhelpen; servicebeurt geven.
Zie handleiding 307652.
Oplossing
307674
11