• Voordat u een aangepaste witbalans instelt, kunt u het beste de
opnamemodus
instellen. De witbalans kan mogelijk niet goed worden ingesteld
wanneer de belichtingsinstelling onjuist is (het beeld is volledig zwart
of wit).
• Maak de opnamen met dezelfde instellingen die u hebt gebruikt bij het
aanpassen van de witbalans. Als de instellingen verschillen, gebruikt u
mogelijk niet de optimale witbalans. Vooral de volgende instellingen
moeten niet worden gewijzigd.
- ISO-waarde
- Flitser
Het is raadzaam de flitser in te stellen op Aan of Uit. Als u de flitser
gebruikt tijdens het bepalen van de witbalans en deze op
(automatische rode-ogenreductie) of
moet u de flitser ook gebruiken wanneer u de opname maakt.
• Omdat de witbalans niet kan worden bepaald in de modus Stitch Hulp,
moet u de witbalans instellen voordat u
(Opname).
• De witbalans die u handmatig hebt ingesteld blijft in de camera
bewaard, zelfs als u de standaardinstellingen van de camera herstelt
(p. 54).
Richt de camera op het witte
3
papier, de witte doek of het grijze
karton en druk op de knop MENU.
• Zorg ervoor dat het papier of de doek het
middelste kader op het scherm volledig
vult, voordat u op de knop MENU drukt.
De gegevens voor de witbalans worden
vastgelegd als u op de knop MENU drukt.
De camera leest deze gegevens wanneer u
op de knop MENU drukt.
• U kunt een opname maken direct nadat u
een optie hebt geselecteerd. Na de
opname wordt het menu opnieuw
weergegeven, zodat u de instellingen
desgewenst weer kunt aanpassen.
Druk op de knop SET/FUNC.
4
U keert terug naar het opnamescherm.
kiezen en de belichtingscompensatie op nul (±0)
(automatisch) is ingesteld,
selecteert in het menu
85