Periodiek onderhoud en afstelling
1. Vulplug cardanolie
2. Pakking
3. Aftapplug cardanolie
4. Monteer de aftapplug van de cardan-
olie met de nieuwe pakking en zet de
plug vast met het voorgeschreven
aanhaalmoment.
Aanhaalmoment:
6
Aftapplug cardanolie:
23 Nm (2.3 m·kgf, 17 ft·lbf)
5. Vul de aanbevolen cardanolie bij tot
aan de rand van de vulopening.
Aanbevolen cardanolie:
Originele Yamaha cardanolie SAE
80W-90 API GL-5
Oliehoeveelheid:
0.20 L (0.21 US qt, 0.18 Imp.qt)
6. Controleer de pakking van de olie-
vulplug op beschadiging en vervang
indien nodig.
7. Monteer de olievulplug met de pak-
king en zet de plug vast met het voor-
geschreven aanhaalmoment.
Aanhaalmoment:
Vulplug cardanolie:
23 Nm (2.3 m·kgf, 17 ft·lbf)
8. Controleer het cardanhuis op olielek-
kage. Zoek in geval van lekkage naar
de oorzaak.
2
3
Koelvloeistof
Voor iedere rit moet het koelvloeistofniveau
worden gecontroleerd. Ook moet de koel-
1
vloeistof worden ververst volgens de inter-
valperioden vermeld in het periodieke
smeer- en onderhoudsschema.
2
Controleren van het koelvloeistofniveau
1. Zet de machine op de middenbok.
OPMERKING
Het koelvloeistofniveau moet worden
gecontroleerd terwijl de motor koud
is, temperatuurverschillen zijn name-
lijk van invloed op het niveau.
Zorg dat de machine rechtop staat bij
het controleren van het koelvloeistof-
niveau. Wanneer de machine iets
schuin staat, kan het niveau al foutief
worden afgelezen.
2. Verwijder het linkerventilatiepaneel
van het stroomlijnpaneel. (Zie pagina
3-38.)
3. Controleer het koelvloeistofniveau in
het reservoir.
OPMERKING
Het koelvloeistofniveau moet tussen de
merkstrepen voor minimum- en maximum-
niveau staan.
1
1. Koelvloeistofreservoir
2. Merkstreep maximumniveau
3. Merkstreep minimumniveau
6-15
DAU20071
DAU54163
2
3