18 | Bediening
5.6
Expertmenu (alleen voor de installateur)
Voor speciale installaties kunnen in het Expert-
menu verdere instellingen worden uitgevoerd.
B Om naar het Expertmenu te wisselen: de toets
ongeveer 5 seconden lang indrukken.
menu
B Met de draaiknop
of functie P1 tot P4 selecteren.
Aan-
duiding
Functie
Minimale collectortemperatuur
Wanneer de minimale collectortemperatuur niet bereikt
wordt, gaat de pomp ook niet draaien als aan alle overige
inschakelvoorwaarden is voldaan.
Uitschakeltemperatuurverschil
Indien de ingestelde waarde niet meer bereikt wordt, wordt
de pomp uitgeschakeld.
De waarde kan alleen afhankelijk van de in het hoofdmenu
ingestelde inschakeltemperatuurverschil worden ingesteld
(vast ingesteld verschil = 3 K,
Inschakeltemperatuur Zuid-Europa-functie (
pagina 15)
Wanneer de collectortemperatuur bij een geactiveerde Zuid-
Europa-functie tot onder de ingestelde waarde daalt, wordt
de pomp ingeschakeld.
De waarde kan nu alleen afhankelijk van de „Uitschakeltem-
peratuur Zuid-Europa-functie" (vast ingesteld verschil = 2 K)
worden ingesteld.
Uitschakeltemperatuur Zuid-Europa-functie
Wanneer de collectortemperatuur bij een geactiveerde Zuid-
Europa-functie tot boven de ingestelde waarde stijgt, wordt
de pomp uitgeschakeld.
De waarde kan alleen afhankelijk van de „Inschakeltempera-
tuur Zuid-Europa-functie" worden ingesteld (vast ingestelde
verschil = 2 K).
Tabel 5
Functies in het Expertmenu
6 720 615 394 (2008/10)
de gewenste instelling
tabel 4, pagina 15).
B Om de instelling te veranderen: de draaiknop
indrukken en dan draaien.
B Om de instelling op te slaan: de draaiknop
nogmaals indrukken.
B Om het expertmenu te verlaten: de toets
indrukken.
tabel 4,
10-80 °C
[20 °C]
4-17 K
[4 K]
4-8 °C
[5 °C]
6-10 °C
[7 °C]
NL