Parkeerremhendel
Trap het rempedaal in om het remsysteem in werking
te stellen en door de aangegeven hendel in te drukken
(Figuur 16) worden de remmen vergrendeld in de
parkeerstand. U schakelt de parkeerrem uit door het
rempedaal in te trappen. Maak er een gewoonte van
de parkeerrem in werking te stellen als u de machine
verlaat. Stel altijd de parkeerrem in werking voordat u
de machine verlaat.
Gashendel
De gashendel (Figuur 18) biedt de bestuurder de
mogelijkheid het toerental van de motor te regelen. U
verhoogt het toerental van de motor door de gashendel
naar Snel te bewegen; u verlaagt het toerental van de
motor door de gashendel naar Langzaam te bewegen.
De rijsnelheden zijn als volgt:
• Maaisnelheid vooruit: 3 - 8 km/u
• Maximale transportsnelheid: 14 km/u
• Snelheid achteruit: 4 km/u
Opmerking: U kunt de motor niet afzetten met de
gashendel.
1. Gashendel
2. Schakelhendel
3. Urenteller
4. Contactschakelaar
5. Vergrendelingshendel van
stuurstangarm
6. Lampje watertemperatuur
Schakelhendel
De schakelhendel (Figuur 18) heeft twee tractiestanden
plus een neutraalstand. U kunt van maaien naar
transport en van transport naar maaien schakelen (niet
naar de neutraalstand) als de machine in beweging is. De
machine zal geen schade oplopen.
• Achterste stand – neutraalstand en wetten
• Middelste stand – maaien
• Voorste stand - transport
Urenteller
De urenteller (Figuur 18) toont het totale aantal uren
dat de machine in bedrijf is geweest. De urenteller gaat
lopen als de contactschakelaar op AAN staat.
Contactschakelaar
Steek het sleuteltje in het contact (Figuur 18) en draai dit
zo ver mogelijk naar rechts op START om de motor
te starten. Laat het sleuteltje direct los als de motor
start; het sleuteltje komt automatisch op AAN. Draai
23
Figuur 18
7. Waarschuwingslampje
motoroliedruk
8. Waarschuwingslampje
accu
9. Waarschuwingslampje
gloeibougie
10. Bedieningshendel van
hefinrichting (voor
opheffen/neerlaten van
maaidekken)
11. Knop hoge temperatuur
overschrijven