FSB – Front Side Bus – Het gegevenspad en de fysieke
interface tussen de processor en RAM.
FTP – File Transfer Protocol – Een standaard
internetprotocol voor het uitwisselen van bestanden
tussen computers die verbonden zijn met internet.
G
G – Gravity (gravitatieconstante) – De constante
van de zwaartekracht.
GB – Gigabyte – Een eenheid van gegevensopslag
die gelijk is aan 1024 MB (1.073.741.824 bytes).
Bij verwijzing naar opslag op een harde schijf wordt
dit vaak afgerond naar 1.000.000.000 bytes.
Gebruikersaccountbeheer – Een functie van Microsoft
®
Windows
Vista™ waarmee, indien deze functie is
ingeschakeld, een extra beveiligingslaag is toegevoegd
tussen de gebruikersaccounts en de instellingen van
het besturingssysteem.
Geheugen – Een ruimte voor tijdelijke gegevensopslag in
uw computer. Omdat de gegevens in het geheugen niet
blijvend zijn, wordt aanbevolen om uw bestanden
regelmatig op te slaan terwijl u er aan werkt, en deze
altijd op te slaan voordat u de computer uitschakelt.
Uw computer kan verschillende soorten geheugen
bevatten, zoals RAM, ROM en videogeheugen.
Vaak wordt het woord geheugen gebruikt als synoniem
voor RAM.
Geheugenadres – Een specifieke locatie waar gegevens
tijdelijk worden opgeslagen in RAM.
Geheugenmodule – Een kleine printplaat met
geheugenchips, die verbonden is met de systeemkaart.
Geheugentoewijzing – Het proces waarin de computer
bij het opstarten geheugenadressen toekent aan fysieke
locaties. Apparaten en software kunnen vervolgens
informatie identificeren die voor de processor
toegankelijk is.
Geïntegreerd – Verwijst meestal naar fysieke onderdelen
die te vinden zijn op de systeemkaart van de computer.
Dit wordt ook wel ingebouwd genoemd.
GHz – Gigahertz – Een eenheid van frequentie die
gelijk is aan duizend miljoen Hz, ofwel duizend MHz.
De snelheid voor computerprocessoren. bussen en
interfaces wordt vaak vermeld in GHz.
Grafische modus – Een videomodus die kan worden
gedefinieerd als x horizontale pixels bij y verticale pixels
bij z kleuren. Grafische modi kunnen oneindig veel
verschillende vormen en lettertypen weergeven.
GUI – Graphical User Interface (grafische gebruikersin-
terface) – Software die interactie met de gebruiker
tot stand brengt via menu's, vensters en pictogrammen.
De meeste programma's die werken onder de besturings-
systemen van Windows zijn GUI's.
H
Harde schijf – Een schijf die gegevens op een vaste schijf
leest en schrijft. De termen harde schijf en vaste schijf
worden door elkaar gebruikt.
HTTP – HyperText Transfer Protocol – Een protocol
voor het uitwisselen van bestanden tussen computers
die een verbinding hebben met internet.
Hyperthreading – Hyperthreading is een technologie
van Intel die de algehele prestaties van een computer
kan verbeteren door een fysieke processor te laten
functioneren als twee logische processoren, en zo in
staat is bepaalde taken tegelijkertijd uit te voeren.
Hz – Hertz – Een eenheid van frequentie, die gelijk is
aan 1 cyclus per seconde. Metingen voor computers en
elektronische apparaten worden vaak weergegeven in
kilohertz (kHz), megahertz (MHz), gigahertz (GHz),
of terahertz (THz).
Verklarende woordenlijst
225