Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Inbedrijfstelling; Eerste Inbedrijfstelling; Voorwaarden; Controles Voorafgaand Aan De Inbedrijfstelling - Daikin Gas Combi Unit Gcu Compact 315 Installatie- En Onderhoudshandleiding

Verberg thumbnails Zie ook voor Gas Combi Unit GCU compact 315:
Inhoudsopgave
5

Inbedrijfstelling

WAARSCHUWING!
Een ondeskundig in bedrijf gestelde Daikin GCU compact kan
leven en gezondheid van personen in gevaar brengen en de
functie nadelig beïnvloeden.
● Inbedrijfstelling van de Daikin GCU compact alleen door
verwarmingsdeskundigen die door het gas- of energiebedrijf
hiervoor zijn geautoriseerd.
LET OP!
Een ondeskundig in bedrijf gestelde Daikin GCU compact kan
materiële schade en milieuschade veroorzaken.
● Neem de aanwijzingen betreffende de waterkwaliteit in acht
conform hfst. 1.2.5.
● Ter vermijding van corrosieproducten en afzettingen, de
desbetreffende regels van de techniek in acht nemen.
● Bij vul- en aanvulwater dat zeer hard is (>3 mmol/l - som van
calcuim- en magnesiumconcentraties, berekend als
calcuimcarbonaat) moeten er maatregelen voor onzilting,
ontharding of stabilisatie van de hardheid worden genomen.
– Wij adviseren Fernox kalk- en corrosiebeschermings-
middel KSK.
● Tijdens het bedrijf van de installatie, moet met regelmaat de
waterdruk worden gecontroleerd middels de, door de instal-
lateur gemonteerde manometer (groene sector), of door het
oproepen van de druk op de regelaar (zie de meegeleverde
handleiding van de regelaar). Bijregeling indien nodig door
bijvullen.
Ondeskundige inbedrijfstelling veroorzaakt het verval van de ga-
rantie op het apparaat door de fabrikant. Bij problemen of vragen
kunt u contact opnemen met onze technische klantenservice.

5.1 Eerste inbedrijfstelling

Nadat de Daikin GCU compact geplaatst en geheel aangesloten
is, kan hij door deskundig personeel in bedrijf worden gesteld.

5.1.1 Voorwaarden

– De Daikin GCU compact is volledig aangesloten.
– De bekleding van de verwarmingscel is gesloten en dicht.
– De verwarmings- en warmwaterinstallatie is gevuld en staat
onder de juiste druk.
– De boiler is tot aan de overloop gevuld.
– De regelkleppen van de verwarmingsinstallatie zijn geopend.

5.1.2 Controles voorafgaand aan de inbedrijfstelling

● Alle aansluitingen op lekken controleren.
● Alle punten op de checklist controleren (zie hfst. 5.2 - Vóór de
inbedrijfstelling). Controleresultaat op de checklist rappor-
teren.
Alleen als alle punten op de checklijst met Ja kunnen worden
beantwoord, mag de Daikin GCU compact in bedrijf worden
gesteld.
Daikin GCU compact
Daikin Gas Combi Unit
008.1543899_00 – 06/2017 – NL
5.1.3 Inbedrijfstelling
1. Gaskraan openen.
2. Netschakelaar inschakelen. Startfase afwachten.
– Zie bij startproblemen hfst. 10.
3. Verwamingsinstallatie aan de regeling RoCon BF
configureren.
– Instelling en toelicht zie de meegeleverde gebruikshand-
leiding "Regeling RoCon BF" -> hoofdstuk "Eerste inbe-
drijfstelling".
– Gewijzigde instelwaarden in de betreffende tabellen in de
gebruikshandleiding van de regeling RoCon BF noteren.
4. Eerste automatische kalibratie:
● Aan de regeling RoCon BF het programma [Emissie-
meting] -> [Vollast] selecteren (zie hfst. 15.2), maar niet
bevestigen.
– Ervoor zorgen dat de wamteafgifte in het verwarmingsnet
tijdens de kalibratie mogelijk is.
– Zie bij branderstartproblemen hfst. 7.3.4.
Automatische kalibratie van de GCU compact en aanpas-
sing van de gasklep uitgevoerd.
Kalibratie en aanpassing zijn 2 minuten na de weergave
van het brandersymbool
GCU compact draait met vollast.
● Programma [Emissiemeting] sluiten.
Branderverntiilatie schakelt uit.
● Na stilstand van de branderventilatie de netschakelaar op
het schakelpaneel van de ketel uitschakelen.
GCU compact schakelt uit.
● 20 seconden wachten, dan de netschakelaar weer
inschakelen. Startfase afwachten.
5. Tweede automatische kalibratie en uitvoering van de
rookgasmeting:
● Aan de regeling RoCon BF het programma [Emissie-
meting] -> [Vollast] selecteren (zie hfst. 15.2), maar niet
bevestigen.
– Ervoor zorgen dat de wamteafgifte in het verwarmingsnet
tijdens de emissiemeting mogelijk is.
– Zie bij branderstartproblemen hfst. 7.3.4.
Automatische kalibratie van de GCU compact en aanpas-
sing van de gasklep uitgevoerd.
Kalibratie en aanpassing zijn minuten na de weergave
van het brandersymbool
GCU compact draait met vollast.
● Branderinstellingen met rookgasanalysator controleren
en met tab. 5-1 t/m tab. 5-4 vergelijken.
a) Als de O
/CO
-concentraties binnen de toegestane
2
2
waarden liggen:
Geen verdere maatregelen vereist.
b) Als de O
/CO
-concentraties buiten de toegestane
2
2
waarden liggen:
100 %-kalibratie uitvoeren en [Drop Io-base] zo instellen
dat het instelbereik wordt bereikt, zie hfst. 7.3.4 en meting
herhalen.
● Meetwaarden op het formulier "Installatiebewijs" en in het
bedrijfshandboek documenteren.
5
x
Inbedrijfstelling
op het display voltooid.
op het display voltooid.
Installatie- en onderhoudshandleiding
43
Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave