4
x
Montage en installatie
– Wanneer meer dan 3 buigingen van >45° nodig zijn voor de
rookgasleiding, wordt de maximaal toelaatbare hoogte ervan
met ten minste 1 m per buiging verminderd (indien nodig
rookgas berekenen).
– Bij een verlenging van het horizontale verbindingsdeel tot
meer dan 2 m, wordt de maximaal toelaatbare hoogte met
precies dezelfde lengte verminderd.
– In horizontale verbindingsstukken mogen geen flexibele rook-
gasleidingen toegepast worden.
– Rechte buistrajecten moeten met een afstand van < 2 m met
geschikte muurhouders worden bevestigd. Binnen verticale
schachten moeten geschikte afstandhouders worden
gebruikt.
Weerstand van het rookgasafvoersysteem
Voor een veilige branderstart en stabiele rookgaswaarden in het
onderste vermogensgedeelte is met name bij apparaten voor
vloeibaar gas een minimum weerstand in de rookgasleiding
noodzakelijk.
Na de eerste branderstart schakelt de Daikin GCU compact eerst
om naar boilerwerking. Hierbij draait de branderventilatie met
maximum toerental.
● Brander inschakelen (zie hfst. 15.2).
● De weerstand met een verschildrukmeettoestel aan het
rookgasmeetstuk tussen rookgas- en toevoerlucht-
meetopening meten (verschildruk bij alle Daikin
GCU compact ten minste 0,45 mbar).
Als de verschildruk bij maximum toerental van de brander-
ventilator niet wordt bereikt, moet er een geluidsdemper
gemonteerd worden (DN 80: E8 MSD resp. DN 110:
E11 MSD)
Tab. 4-2 toont de maximaal toegestane hoogte van de rookgas-
leiding zodat de Daikin GCU compact binnen het gedeelte van
het nominale vermogen gebruikt kan worden.
Max. toegestane hoogte van de
Plaatsingsva-
riant (conform
afb. 4-7)
315 / 515 320 / 520
1)
2)
1
, 2, 3, 4
10
, 7
1)
1)
2), 3)
5
, 6
25
1)
Schachtdiameter bij DN 60: 115 mm x 115 mm,
bij DN 80: 135 mm x 135 mm
2)
Concentrische rookgast-/luchttoevoerleiding: DN 60/100
3)
Concentrische rookgast-/luchttoevoerleiding: DN 80/125
4)
Inrichting voor gebruik met aardgas (G20), hiervoor is een horizontale aansl-
uitleiding van 2 m lang voorzien, samen met een bochtstuk van 87°
Tab. 4-2 Maximaal toegestane hoogte van de rookgasafvoerleiding in
m
De kengetallen voor de berekening van de rookgassen staan
vermeld op afb. 4-15 en hfst. 15.1.
Installatie- en onderhoudshandleiding
28
4)
rookgasleiding
GCU compact
524
3)
2)
3)
2), 3)
15
, 11
14
10
2), 3)
2), 3)
25
25
a
Aardgas E/H (G20)
A
Aardgas LL/L (G25)
B
Vloeibaar gas (G31)
C
Afb. 4-15 Rookgasdebiet naar gelang branderbelasting Daikin
GCU compact (alle types)
De rookgasdebiet van het systeem hangt af van het ingestelde
brandervermogen van de Daikin GCU compact.
4.5.2 Rookgasleiding aansluiten
Voorwaarden
– Het rookgasafvoersysteem voldoet aan de in hfst. 4.5.1 ver-
melde eisen.
– Het rookgasafvoersysteem voldoet ook aan eventuele meer
uitgebreide nationale of regionale veiligheidsvoorschriften.
– De Daikin GCU compact is correct geplaatst.
Aansluiting
Voor de installatie van het rookgas en toegevoerde
lucht transporterende systeemcomponenten of de be-
vestigingen ervan, moeten de betreffende montage-
handleidingen in acht worden genomen.
● Daikin GCU compact op de opstelplaats op het rookgasaf-
voersysteem aansluiten (afb. 4-1 / afb. 4-2).
528
Maten zie tab. 4-1.
2)
3)
, 15
● Typeplaatje van de rookgasafvoerleiding aanbrengen in de
2), 3)
plaatsingsruimte.
25
Vooraanzicht
A
Inspectiedeel
RV
Testadapter
PA
Afb. 4-16 Bovenaanzicht GCU compact rookgasaansluiting naar achte-
ren met SET H (zie hfst. 4.5.3) - (maten zie tab. 4-1)
Rookgasdebiet
m
AG
Branderbelasting
P
Daikin GCU compact
Daikin Gas Combi Unit
008.1543899_00 – 06/2017 – NL