2
Druk op de knop [ ].
●
Druk op de knop [ ].
●
Als het scherm [Bijnaam apparaat] wordt
weergegeven, raakt u het tekstvak aan
om het toetsenbord te openen. Gebruik
het weergegeven toetsenbord om een
bijnaam in te voeren ( = 29). Tik op het
scherm [Bijnaam apparaat] op [OK].
3
Selecteer [ ].
●
Tik op [ ].
●
De SSID van de camera wordt
weergegeven.
4
Verbind de smartphone met het
netwerk.
●
Kies in het menu met Wi-Fi-instellingen
van de smartphone de SSID
(netwerknaam) die op de camera wordt
weergegeven om de verbinding tot stand
te brengen.
5
Open CameraWindow.
●
Activeer NFC op een Android-smartphone
die compatibel is met NFC (OS-versie
4.0 of hoger) en tik het apparaat tegen
de
(N-teken) van de camera om
CameraWindow automatisch te starten
op de smartphone.
●
Voor andere smartphones: bestuur ze om
CameraWindow te starten.
●
Nadat de camera de smartphone
herkent, wordt een scherm weergegeven
waarmee het apparaat kan worden
geselecteerd.
6
Kies een smartphone om verbinding
mee te maken.
●
Tik op de naam van de smartphone.
●
Nadat een verbinding met de smartphone
tot stand is gebracht, wordt de naam
van de smartphone weergegeven op de
camera. (Dit scherm sluit na ongeveer
een minuut.)
7
Importeer afbeeldingen.
●
Gebruik de smartphone om beelden
van de camera op de smartphone te
importeren.
●
Gebruik de smartphone om de verbinding
te verbreken. De camera wordt
automatisch uitgeschakeld.
Vóór gebruik
Basishandleiding
Handleiding voor gevorderden
1
Basishandelingen van
de camera
2
Modus Creatieve
opname
3
Auto-modus/Modus
Hybride automatisch
4
Andere opnamestanden
5
P-modus
6
Afspeelmodus
7
Wi-Fi-functies
8
Menu Instellingen
9
Accessoires
10
Bijlage
Index
82