●
Raadpleeg de handleiding van het toegangspunt voor informatie
over WPS-compatibiliteit en instructies voor het controleren van
de netwerkinstellingen.
●
Een router is een apparaat dat een netwerkstructuur (LAN) maakt
om meerdere computers met elkaar te verbinden. Een router
die een interne draadloze functie bevat, wordt een "Wi-Fi-router"
genoemd.
●
In deze handleiding worden alle Wi-Fi-routers en basisstations
"toegangspunten" genoemd.
●
Zorg dat u het MAC-adres van de camera toevoegt aan het
toegangspunt als u MAC-adressen filtert in uw Wi-Fi-netwerk.
U kunt het MAC-adres van uw camera controleren door MENU
( = 28) > tabblad [
] > [Instellingen Wi-Fi] > [MAC-adres
controleren] te kiezen.
WPS-compatibele toegangspunten gebruiken
Met WPS is het eenvoudig instellingen te voltooien wanneer u apparaten
via Wi-Fi verbindt. U kunt ofwel de Push Button configuratiemethode
gebruiken of de PIN-methode voor instellingen op een apparaat dat WPS
ondersteunt.
1
Controleer of de computer
verbonden is met een
toegangspunt.
●
Raadpleeg de gebruikshandleidingen
van het toegangspunt en het apparaat
voor instructies om de verbinding te
controleren.
2
Open het Wi-Fi-menu.
●
Druk op de knop [
te zetten.
●
Tik op [
] om de camera aan
].
●
Als het scherm [Bijnaam apparaat] wordt
weergegeven, raakt u het tekstvak aan
om het toetsenbord te openen. Gebruik
het weergegeven toetsenbord om een
bijnaam in te voeren ( = 29). Tik op het
scherm [Bijnaam apparaat] op [OK].
3
Selecteer [
].
●
Tik op [
].
4
Kies [Apparaat toevoegen].
●
Tik op [Apparaat toevoegen]
5
Kies [WPS-verbinding].
●
Tik op [WPS-verbinding].
6
Kies [PBC-methode].
●
Tik op [PBC-methode].
Vóór gebruik
Basishandleiding
Handleiding voor gevorderden
1
Basishandelingen van
de camera
2
Modus Creatieve
opname
3
Auto-modus/Modus
Hybride automatisch
4
Andere opnamestanden
5
P-modus
6
Afspeelmodus
7
Wi-Fi-functies
8
Menu Instellingen
9
Accessoires
10
Bijlage
Index
89