Download Print deze pagina

ACHTERUITRIJCAMERA

1
Werking
Bij het achteruitrijden geeft de camera 1 op
de achterklep of, afhankelijk van de auto, op
de klapdeur achter een overzicht van de om-
geving achter de auto op de binnenspiegel 2
of, afhankelijk van de auto, op het multimedi-
adisplay 3, samen met twee vaste of bewe-
gende geleidingslijnen 4 en 5.
(1/3)
2
Opmerking: zorg ervoor dat de achteruitrij-
camera niet bedekt is (vuil, modder, sneeuw,
condensatie, enz.).
Deze functie is een extra hulpmiddel. De bestuurder moet altijd opletten en blijft
verantwoordelijk.
De bestuurder moet altijd bedacht zijn op plotselinge gebeurtenissen tijdens het
rijden: let dus bij het manoeuvreren altijd op uw blinde hoek en kijk of daar geen
kleine, smalle obstakels (zoals een kind, dier, kinderwagen, fiets, steen, paaltje, enz.) zijn.
3
Opmerking: afhankelijk van de auto kunt u
sommige parameters instellen via het mul-
timediadisplay 3. Raadpleeg het instructie-
boekje voor de uitrusting.
2.63
loading