4.1 Algemene kabelleiding
Kabeltypen en -lengtes
Het is belangrijk kabels te gebruiken van het juiste type en met de juiste lengte.
• Tenzij anders aangegeven, dient u alleen standaardkabels van het correcte type te gebruiken,
die zijn geleverd door Raymarine.
• Zorg dat eventuele kabels die niet van Raymarine zijn, de juiste kwaliteit en kabeldikte hebben.
Het kan bijvoorbeeld zijn dat voor een langere loop van de voedingskabel dikkere kabels nodig
zijn om eventuele spanningsval in de kabelloop te minimaliseren.
Trekontlasting
Zorg voor voldoende en . Bescherm connectoren tegen trekbelasting en zorg dat deze tijdens
extreme omstandigheden niet losgetrokken kunnen worden.
Kabelafscherming
Zorg ervoor dat alle kabels correct zijn afgeschermd en dat de afscherming niet is beschadigd.
Let op: Transducerkabel
• Gebruik de transducerkabel NIET om de transducer op te tillen of op te hangen,
maar ondersteun de body van de transducer direct tijdens het installeren.
• U mag de transducerkabel NIET onderbreken, inkorten of splitsen.
• U mag de connector NIET verwijderen.
Als de kabel is onderbroken kan hij niet worden gerepareerd. Door het
onderbreken van de kabel komt ook de garantie te vervallen.
4.2 Leggen van de kabel
Vereisten voor het leggen van de transducerkabel
Belangrijk: De kabel dient zo ver mogelijk verwijderd van marifoonantenneapparaten en -kabels
te worden gelegd om interferentie te vermijden.
Belangrijk: De connector van de transducerkabel wordt geleverd met een afzonderlijke borgring,
die wordt gebruikt om de kabel stevig op een RealVision™ 3D-sonarapparaat (bijv. Axiom RV
multifunctioneel display) vast te zetten. Zorg ervoor dat u de kabel helemaal tot aan het 3D
sonar-apparaat legt voordat u de borgring bevestigt.
• Controleer of de kabel lang genoeg is om de afstand tot de apparatuur waarop hij moet worden
aangesloten te overbruggen. De volgende optionele verlengkabels zijn indien nodig beschikbaar:
– RealVision™-transducerverlengkabel 3 m (9,8 ft) (onderdeelnummer A80475)
– RealVision™-transducerverlengkabel 5 m (16,4 ft) (onderdeelnummer A80476)
– RealVision™-transducerverlengkabel 8 m (26,2 ft) (onderdeelnummer A80477)
• Zorg ervoor dat de transducerkabel aan de kant van de transducer voldoende extra lengte heeft
om de transducer vrij omhoog en omlaag te laten kantelen.
• Zet de kabel op regelmatige afstanden vast met de kabelklemmen (niet meegeleverd).
• Eventueel overgebleven kabel dient te worden opgerold op een geschikte plaats.
Verlengkabel RealVision™ 3D-transducer
Voor optimale prestaties moeten de kabels zo kort mogelijk worden gehouden. Voor sommige
installaties kan het echter nodig zijn de transducerkabel te verlengen.
• Er zijn transducerverlengkabels van 3 m (9,8 ft), 5 m (16,4 ft) en 8 m (26,2 ft) beschikbaar
(onderdeelnummers: 3 m - A80475, 5 m - A80476, 8 m - A80477).
20