Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Navigatiealarmen; Systeemalarmen; Het Brandstofalarm Instellen; Eenheden Instellen - Garmin Echomap Plus Gebruikershandleiding

Inhoudsopgave

Navigatiealarmen

Selecteer Instellingen > Alarmen > Navigatie.
Aankomst: Hiermee stelt u een alarm in voor wanneer u zich binnen een opgegeven afstand of tijd van een
koerswijziging of bestemming bevindt.
Krabbend anker: Hiermee stelt u een alarm in voor wanneer u een opgegeven afstand afdrijft terwijl u voor anker
ligt.
Koersfout: Hiermee stelt u een waarschuwing in voor wanneer de boot een opgegeven afstand van koers raakt.

Systeemalarmen

Selecteer Instellingen > Alarmen > Systeem.
Voedingspanning: Hiermee stelt u een alarmsignaal in dat afgaat als de accuspanning is gedaald tot een
opgegeven voltage.
GPS-nauwkeurigheid: Hiermee stelt u een alarmsignaal in dat afgaat als de nauwkeurigheid van de GPS-locatie
buiten een door de gebruiker gedefinieerde waarde valt.

Het brandstofalarm instellen

De instelling Zoemer moet zijn ingeschakeld om alarmen te laten horen
niet instellen van akoestische alarmen kan leiden tot letsel of schade aan eigendommen.
Voordat u een brandstofniveau-alarm kunt instellen, moet u een compatibele brandstofflowsensor aansluiten op
de kaartplotter.
U kunt een alarm laten afgaan wanneer de totale hoeveelheid resterende brandstof aan boord het door u
opgegeven niveau bereikt.
1 Selecteer Instellingen > Alarmen > Brandstof > Brandstofalarm > Aan.
2 Voer de resterende hoeveelheid brandstof in waarbij het alarm moet afgaan en selecteer OK.

Eenheden instellen

Selecteer Instellingen > Eenheden.
Systeemeenheden: Stelt de systeemeenheid in voor het toestel. Met Aangepast > Diepte > Vadems wordt
bijvoorbeeld de notatie van de diepte ingesteld op Vadems.
Afwijking: Hiermee wordt de magnetische afwijking, de hoek tussen het magnetische noorden en het ware
noorden, ingesteld voor uw huidige locatie.
Noordreferentie: Stelt de richtingreferenties in voor het berekenen van de koersinformatie. Waar stelt het
geografische noorden in als de noordreferentie. Grid stelt het kaartnoorden in als de noordreferentie
(000º).Magnetisch stelt het magnetische noorden in als de noordreferentie.
Positieweergave: Hiermee selecteert u de positieformaat waarmee een locatie wordt aangeduid. Wijzig het
positieformaat alleen wanneer u een kaart gebruikt met een afwijkende indeling.
Kaartdatum: Hiermee stelt u het coördinatensysteem van de kaart in. Wijzig deze instelling alleen wanneer u een
kaart gebruikt met een afwijkende kaartindeling.
Tijd: Hiermee kunt u de tijdweergave, tijdzone en zomertijd instellen.
110
VOORZICHTIG
(Systeeminstellingen,
pagina 103). Het
Toestelconfiguratie
Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave