Overstag gaan en gijpen vanuit een vaste voorliggende koers
1 Schakel een vaste voorliggende koers in
2 Selecteer MENU.
3 Selecteer een optie.
De stuurautomaat stuurt uw boot door een overstag- of gijpmanoeuvre.
Overstag gaan en gijpen vanuit een vaste windsturing
Voordat u vaste windsturing kunt inschakelen, moet er een windsensor zijn geïnstalleerd.
1 Schakel vaste windsturing in
2 Selecteer MENU.
3 Selecteer een optie.
De stuurautomaat stuurt uw boot door een overstag- of gijpmanoeuvre en informatie over de voortgang van
de overstag- of gijpmanoeuvre wordt weergegeven op het scherm.
Een overstagvertraging instellen
Met behulp van de overstagvertraging kunt u een overstagmanoeuvre vertragen nadat u de manoeuvre initieert.
1 Selecteer in het stuurautomaatscherm MENU > Stuurautomaat instellen > Zeilinstellingen > Overstag-/
gijpvertraging.
2 Selecteer de lengte van de vertraging.
3 Selecteer zo nodig OK.
De gijpbegrenzer inschakelen
OPMERKING: De gijpbegrenzer weerhoudt u er niet van handmatig te gijpen met gebruik van het roer of de
koerswijzigingsstap.
De gijpbegrenzer voorkomt dat de stuurautomaat gijpt.
1 Selecteer in het stuurautomaatscherm MENU > Stuurautomaat instellen > Zeilinstellingen > Gijpbegrenzer.
2 Selecteer Ingeschakeld.
Koerslijn en hoekmarkeringen
De koerslijn is een lijn op de kaart vanaf de boeg van de boot in de richting van de koers die de boot gaat varen.
Hoekmarkeringen geven de relatieve positie aan van de koers of de koers over de grond, die u helpt tijdens
casting of het vinden van referentiepunten.
56
(De stuurautomaat inschakelen,
(Vaste windsturing inschakelen,
pagina 83).
pagina 55).
Zeilfuncties