Fig. 2
•
Power: Deze knop wordt gebruikt om het instrument aan en uit te zetten. Door deze
knop in te drukken initieert u het opstartproces.
Om het instrument uit te schakelen, houdt u deze knop 4 seconden ingedrukt.
•
Cabinet Sectie: Deze knoppen zijn voor het bedienen van de snelheid van de leslie
simulatie.
1.
"Run/Stop" – Deze knop bepaalt of de horn en rotor draaien of niet. De
stand "Stop" wordt ook wel "Brake" genoemd. Met de stand op "Run" wordt
de snelheid van horn en rotor bepaald door de "Fast/Slow" knop.
2.
"Fast/Slow"- Deze knop reguleert de snelheid van de horn en rotor tus-
sen langzaam en snel (Chorale en Tremolo), als de "Run/Stop" knop op
"Run"staat.
•
Upper Sectie: Deze sectie bestaat uit een "Manual"-knop en 6 presetknoppen. Deze
knoppen bepalen de klanken gerelateerd aan de drawbars van het bovenklavier. Zo-
wel van de presets als van de "Manual"-stand.
•
"Manual" – Als u "manual" knop is ingeschakeld kunt u alle 9 drawbars in di-
rect gebruiken om de klank aan te passen. In deze stand kunt ook percussie
toevoegen. Iedere drawbar registratie kan worden opgeslagen onder 1 van
de 6 presetknoppen. Om een drawbarregistratie op te slaan houdt u 1 van
de presetknoppen vast totdat het corresponderende LED-lampje knippert.
•
"Presets 1-6" – Deze knoppen werken zoals de presetknoppen op een origi-
neel toonwielorgel. Drawbarregistraties kunnen worden opgeslagen onder
1 van deze presets. Als u een preset gebruikt zijn de drawbars niet actief.
Percussie kan niet worden opgeslagen in een preset, zoals bij een origineel
toonwiel orgel ook het geval is.
Front Panel Controls (Fig.2):
9