4.5
BATTERIJBEHEER
De UPS gaat zeer zorgvuldig om met de batterijen, waardoor een maximale levensduur en betrouwbaarheid
worden bereikt:
•
Batterij-aansluitingstest
Tijdens het opstarten en vervolgens elke minuut test de UPS automatisch of de batterijkabels en –
zekeringen in orde zijn.
Indien de batterijen niet zijn aangesloten zal het overeenkomstige alarm worden gegenereerd. (zie 4.4.7).
•
Snelle batterijtest
U kunt een snelle batterijtest uitvoeren om te controleren of de batterijen in orde zijn. Tijdens
'normaalbedrijf' van de UPS (zie 4.3.1) kunt u de test starten door 0,5 seconde op toets 'UPS aan' te
drukken (zie 4.1).
Indien de test uitwijst dat de batterijen verouderd zijn treedt een 'vervang batterij' alarm op
(zie 4.4.6 / 4.4.7).
•
Diepe batterijtest
De diepe batterijtest ververst de berekening van de autonomie en kan via de UPS monitoring software
worden uitgevoerd. De test start alleen dan indien de batterijen voor meer dan 90% zijn geladen en de
belasting tenminste 20% van de nominale belasting bedraagt. De berekening van de autonomie wordt
alleen bijgewerkt indien de test ononderbroken kan draaien totdat de batterijen volledig zijn ontladen.
LET OP
Onmiddellijk na een diepe batterijtest is de autonomie gering: de UPS zal de batterijen eerst
weer moeten herladen. Voer deze test alleen dan uit als de geringe autonomie acceptabel is.
OPMERKING
U kunt de diepe batterijtest onderbreken door toets 'UPS uit' (zie 4.1) 0.5 sec. in te drukken.
De UPS zal dan naar bypassbedrijf schakelen.
wijzigingen voorbehouden
20
Gebruikershandeiding GT Series 6 - 10 kVA UPS 1.2 (NL)