3.4
PARALLELBEDRIJF
De parallelkabel die met elke UPS is meegeleverd stelt u in staat om een parallel systeem te installeren
waarin 2 of 3 units parallel geschakeld zijn.
LET OP
De units in een parallel system moeten hetzelfde uitgangsvermogen hebben
(d.w.z. 6 kVA-6kVA en niet 6kVA-10kVA).
3.4.1
Installatie van een parallel systeem
1.
Alle UPSen moeten op dezelfde fase zijn aangesloten. Dit is nodig om bypassbedrijf van het systeem
mogelijk te maken. Alle ingangen moeten afzonderlijk middels zekeringen zijn beveiligd. De waarden van
deze zekeringen moeten overeenkomen met die in paragraaf 3.2.
2.
Alle uitgangen moeten met elkaar zijn verbonden We adviseren u om in de uitgaande bedrading
schakelaars te installeren (S 1,2,3, fig. 3.4.1), zodat een UPS van de rest van het systeem kan worden
geïsoleerd in geval van service of onderhoud.
3.
De diameter van ingangs- en uitgangskabels moet overeenkomen met de tabel in de
installatiespecificaties (zie hoofdstuk 9, tabel 1). Kabels met andere diameter kunnen leiden tot defecte
zekeringen in UPS en/of installatie.
4.
De lengte van alle ingangskabels van het ingangsknooppunt (Li, fig. 3.4.1) naar de UPS dient gelijk te
zijn. Hetzelfde geldt voor de uitgangskabels van UPS naar uitgangsknooppunt (Lo, fig. 3.4.1). De
minimumlengte van zowel ingangs- als uitgangskabels bedraagt 3 meter.
5.
De belasting van het totale systeem mag niet meer bedragen dan 100% belasting van een enkele UPS.
Is dit wel het geval dan moet een extra externe onderhoudsbypassschakelaar worden geïnstalleerd.
wijzigingen voorbehouden
fig. 3.4.1
12
Gebruikershandeiding GT Series 6 - 10 kVA UPS 1.2 (NL)