3.3.3
Aansluiten van de batterijkast
Of de UPS nu horizontaal of vertikaal wordt gebruikt, de batterijkast wordt op dezelfde wijze aangesloten.
Ingeval van vertikaal gebruik kunnen UPS en batterijkast samen in één set steunen worden geplaatst.
(fig. 3.3.2.a)
Verbind de meegeleverde kabel tussen UPS en batterijkast – steek de stekker in de UPS batterij-aansluiting
en de dichtstbijzijnde batterij-aansluiting op de batterijkast (fig. 3.3.3.a).
OPMERKING
Meer batterijkasten sluit u aan via de vorige batterijkast. Steek de stekker in de dichtstbijzijnde
batterij-aansluiting op de vorige batterijkast (fig. 3.3.3.b).
OPMERKING
Indien de UPS verbonden is met het lichtnet en de batterijkast is verbonden met de UPS
begint het laden van de batterijen. Laat voor een optimale werking van de UPS de batterijen
gedurende ca. 8 uur laden alvorens de aangesloten computerapparatuur in te schakelen. U
kunt de UPS ook onmiddellijk in gebruik nemen, maar de autonomietijd kan dan beperkt zijn.
Batterij
UPS
fig. 3.3.3.a
3.3.4
Aansluiten van interface
De UPS is voorzien van twee interface poorten: een DB9 communicatiepoort en een SNMP kaartsleuf.
De DB9 poort kan op een computer worden aangesloten door middel van de met de UPS meegeleverde seriële
kabel. Zie paragraaf 5.1 voor verdere informatie.
In de SNMP sleuf kan eenvoudig een SNMP-insteekkaart worden geplaatst (fig.3.3.4.b). Zie paragraaf 5.2 voor
verdere informatie.
fig. 3.3.4.a
wijzigingen voorbehouden
Batterij
fig. 3.3.4.b
9
Gebruikershandeiding GT Series 6 - 10 kVA UPS 1.2 (NL)
Batterij
UPS
fig. 3.3.3.b