Bewegende beelden opnemen met de sluitertijd en het
diafragma ingesteld
U kunt bewegende beelden opnemen met de sluitertijd en het diafragma
ingesteld, zodat de wazigheid van de achtergrond en de vloeiendheid naar
wens wordt geregeld.
1
Zet de scherpstellingsfunctie-keuzeknop op MF (pagina 124).
2
Zet de functiekeuzeknop in de stand
3
Selecteer de gewenste functie met v/V op de bedieningsknop
en druk daarna op het midden van de bedieningsknop.
• Om de functie te veranderen, drukt u op de Fn-knop en selecteert u
vervolgens een andere functie.
4
Stel de sluitertijd en de diafragmawaarde in met behulp van de
besturingsknop.
5
Stel scherp en druk op de MOVIE-knop om te beginnen met
opnemen.
(Autom.
programma) (100)
(Diafragmavoorkeuze)
(101)
(Sluitertijdvoorkeuze)
(104)
(Handm.
belichting) (105)
Instellingen voor het opnemen van bewegende beelden
Hiermee kunt u opnemen met automatisch ingestelde
belichting (zowel de sluitertijd als de diafragmawaarde). De
andere instellingen kunnen handmatig worden veranderd en
de ingestelde waarden kunnen worden opgeslagen.
Hiermee kunt u opnemen nadat de diafragmawaarde met
behulp van de besturingsknop handmatig is ingesteld.
Hiermee kunt u opnemen nadat de sluitertijd met behulp van
de besturingsknop handmatig is ingesteld.
Hiermee kunt u opnemen nadat de belichting handmatig
(zowel de sluitertijd als de diafragmawaarde) met behulp van
de besturingsknop is ingesteld.
(Film).
113