Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina
Inhoudsopgave
Opmerkingen
• [Automatische AF] is geselecteerd wanneer de belichtingsfunctie is ingesteld op
[Slim automatisch], [Superieur automatisch] of een van de volgende [Scènekeuze]-
functies: [Portret], [Landschap], [Zonsondergang], [Nachtscène], [Nachtportret] of
[Schemeropn. uit hand].
• [Enkelvoudige AF] is geselecteerd wanneer de belichtingsfunctie is ingesteld op
[Panorama d. beweg.] of [Macro] bij [Scènekeuze].
• [Continue AF] is geselecteerd wanneer de belichtingsfunctie is ingesteld op
[Sportactie] bij [Scènekeuze], of wanneer de lach-sluiterfunctie wordt gebruikt.

AF-gebied

Selecteer het gewenste AF-gebied aan de
hand van de opnameomstandigheden of
uw voorkeur. Het AF-gebied waarin de
scherpstelling is bevestigd, wordt groen
en de andere AF-gebieden gaan uit.
Fn-knop t
instelling.
(Breed)
(Zone)
(Punt)
(Lokaal)
(AF-gebied) t Selecteer de gewenste
De camera bepaalt welke van de 15 AF-gebieden wordt
gebruikt bij het scherpstellen.
Kies de zone waarin u de scherpstelling wilt inschakelen uit
links, rechts of midden met behulp van de bedieningsknop.
De camera bepaalt welke van de AF-gebieden in de
geselecteerde zone wordt gebruikt bij het scherpstellen.
Druk op de AF-knop zodat het instelscherm wordt afgebeeld,
en selecteer daarna de gewenste zone.
De camera gebruikt uitsluitend het AF-gebied dat zich in het
middengebied bevindt.
Kies het gebied waarvoor u de scherpstelling wilt activeren
uit 15 AF-gebieden met behulp van de bedieningsknop.
Druk op de AF-knop om het instelscherm af te beelden en het
gewenste gebied te selecteren.
De scherpstelling instellen
AF-gebied
121
Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave