6.12
Bedrading uitvoeren
1.
Let op een deskundige scheiding van netspanning en
veiligheidslaagspanning.
2.
Sluit de netaansluitkabel uitsluitend op de daarvoor
gemarkeerde klemmen aan!
3.
Verkort de aansluitleidingen indien nodig.
≤
30 mm
L
N
PE
≤
40 mm
+
-
≤
30 mm
4.
Strip de elektrische leiding af zoals weergegeven in
de afbeelding. Let er hierbij op dat de isolatie van de
verschillende aders niet wordt beschadigd.
5.
Zorg ervoor dat de isolatie van de binnenste draden
tijdens het ontmantelen van de buitenste omhulling niet
beschadigd wordt.
6.
Isoleer de binnenste draden slechts zodanig dat goede,
stabiele verbindingen tot stand gebracht kunnen wor-
den.
7.
Voorzie de gestripte uiteinden van de aders van ader-
eindhulzen.
8.
Schroef de betreffende stekker aan de aansluitleiding.
9.
Controleer of alle draden mechanische vast in de stek-
kerklemmen van de stekker zitten. Corrigeer evt.
10. Steek de stekker in de bijbehorende stekkerplaats van
de printplaat.
6.13
Circulatiepomp aansluiten
1.
Leid de 230V-aansluitleiding van de circulatiepomp van
rechts in de schakelkast van de thermostaatprintplaat.
2.
Verbind de 230V-aansluitleiding met de stekker van
stekkerplaats X11 op de thermostaatprintplaat en steek
deze in de steekplaats.
3.
Verbind de aansluitleiding van de externe toets met de
klemmen 1 (0) en 6 (FB) van de randstekker X41, die
bij de thermostaat geleverd is.
4.
Steek de randstekker op de steekplaats X41 van de
thermostaatprintplaat.
5.
Stel de circulatiepomp in de systeemthermostaat in.
6.14
Maximaalthermostaat voor vloerverwarming
aansluiten
Voorwaarde: Tussenwarmtewisselaar geïnstalleerd
▶
Verwijder de bypass-leiding op stekker S20 van klem
X100 op de thermostaatprintplaat van de binnenunit.
▶
Sluit de maximaalthermostaat op de stekker S20 van de
binnenunit aan.
Voorwaarde: Geen tussenwarmtewisselaar geïnstalleerd
▶
Sluit de maximaalthermostaat op de stekker S20 van de
buitenunit aan, → bedienings- en installatiehandleiding
aroTHERM plus.
0020291517_01 uniTOWER plus Installatie- en onderhoudshandleiding
6.15
Buitentemperatuursensor aansluiten
Voorwaarde: Geen systeemthermostaat aangesloten
▶
Sluit een buitentemperatuursensor op stekker AF op de
klem X41 op de thermostaatprintplaat aan.
6.16
Externe driewegklep aansluiten (optie)
▶
Sluit de externe driewegklep op X14 op de thermostaat-
printplaat aan.
–
Ter beschikking staat de aansluiting aan een perma-
nent stroomvoerende fase "L" met 230 V en aan een
geschakelde fase "S". De fase "S" wordt door een in-
tern relais aangestuurd en geeft 230 V vrij.
6.17
Mengklepmodule VR 70 / VR 71 aansluiten
1.
Sluit de voeding van de mengmodule VR 70 / VR 71
aan X314 op de netaansluitingsprintplaat aan.
2.
Verbind de mengklepmodule VR 70 / VR 71 met de
eBUS-interface op de thermostaatprintplaat.
6.18
Afdekking van de netaansluitingsprintplaat
monteren
1.
Draai alle schroeven aan de snoerontlastingsklemmen
vast.
2.
Plaats de afdekking erop. Let erop, dat u geen kabels
inklemt.
3.
Bevestig de afdekking van de netaansluitingsprintplaat
met de beide schroeven.
6.19
Elektrische installatie controleren
▶
Voer na afsluiting van de installatie een controle van de
elektrische installatie uit door de tot stand gebrachte aan-
sluitingen op vastheid en voldoende elektrische isolatie te
controleren.
7
Bediening
7.1
Bedieningsconcept van het product
Het bedieningsconcept alsook de aflees- en instelmoge-
lijkheden van het gebruikersniveau zijn eveneens in de ge-
bruiksaanwijzing beschreven.
Bediening 7
31