I Parameters
De uitleg die nu volgt hoort bij stap 7 op bladzijde 101.
G E1: EG/VIB
De beschrijving van iedere parameter is identiek aan die bij Easy Edit in het gedeelte
"Het Creëren van een Custom Voice" op bladzijde
Selecteer het
gewenste menu.
G E2: CTRL (Control)
Selecteer het
gewenste menu.
Bepaalt de depth en de wijzigings-
waarde van de
Aanslaggevoeligheid.
Het Creëren van Plug-in Custom Voices
Het Creëren van Plug-in Custom Voices
93
.
Selecteer deze om naar het
Store (bewaar) scherm te
gaan (stap 8 op blz. 101).
Bepaalt welk Control Change nummer voor Assignable Controller 1
zal worden gebruikt. Deze functie is alleen beschikbaar voor Plug-in
Boards die de Assignable Controller (AC1) ondersteunen).
In dit voorbeeld is de PLG150-AN geïnstalleerd in de
9000Pro en wordt het MODULATION wiel gebruikt om
het geluid van de Plug-in voice te wijzigen. Maak de vol-
gende instellingen in de 9000Pro:
1) Zet AC1 CTRL No. op Mod.
2) Selecteer de gewenste AC1 Control Parameter
(b.v. P:34) in het Native Part Parameterscherm.
3) Selecteer de gewenste AC1 Control Depth in het
Native Part Parameterscherm.
Wanneer u aan het MODULATION wiel draait terwijl u op
het toetsenbord speelt, verandert het geluid van de Plug-
in voice afhankelijk van de AC1 Control parameter die u
in stap 2 heeft geselecteerd.
Selecteer deze om naar het
Store (bewaar) scherm te
gaan (stap 8 op blz. 101).
Bepaalt hoe de verschillende
controllers (MODULATION wiel,
After Touch, Assignable Controller)
het geluid zullen beïnvloeden. U
kunt de hoeveelheid van de Filter
en Amplitudeveranderingen
instellen, alsook de depth van de
LFO modulatie van de toonhoogte
(PMOD), Filter (FMOD) en volume
(AMOD). Zie blz. 98 voor meer
informatie over LFO.
Referentie
103