Download Print deze pagina

Algemene richtlijnen

Volg deze algemene richtlijnen voor een correcte montage, aansluiting en
configuratie van uw product.
Tabel 2: Richtlijnen voor de installatie
DOEN
Zorg dat u de voedings- en signaalkabels
correct aansluit voordat u de detectormodule
opstart. Als u deze verkeerd aansluit, kan de
module beschadigd raken.
Zorg ervoor dat de toegepaste kabels geschikt
zijn voor het maken van de desbetreffende
verbindingen.
Zorg ervoor dat alle schroeven voor de
bedrading stevig zijn vastgedraaid.
Plaats samplepunten zodanig dat de detector-
module in een vroegtijdig stadium rook kan
detecteren.
Zorg ervoor dat de retourbuis van de detector-
module niet geblokkeerd is en zich in een
gebied bevindt met dezelfde luchtdruk als de
rookaanzuigbuizen door de detectormodule
fysiek in het beveiligde gebied te plaatsen, of
door een retourbuis van de detectormodule
naar het beveiligde gebied te leiden.
Zorg ervoor dat de omgevingscondities
(luchtvochtigheid, temperatuur) van het
beveiligde gebied geschikt zijn voor de
detectormodule.
Stel de juiste ClassiFire-alarmfactor in voor het
gebied dat u wilt beveiligen.
Stel het juiste alarmniveau in voor het gebied
dat u wilt beveiligen.
Stel de juiste ventilatorsnelheid in voor het
gebied dat u wilt beveiligen.
Stel het juiste moduleadres in om dubbele
adressen te voorkomen.
Zorg ervoor dat de display- en detector-
modules aan de grondplaat zijn bevestigd.
Zorg ervoor dat alle voorkappen op de
modules zijn vastgemaakt.
ModuLaser Modulair Rookaanzuigdetectiesysteem Installatiehandleiding
NIET DOEN
Laat de detector- of displaymodules niet
vallen.
Installeer de detector- en displaymodules niet
in vochtige of blootgestelde gebieden.
Wanneer de detectormodule ingeschakeld is,
verwijdert u geen printplaten en sluit u deze
ook niet aan.
Hergebruik stoffilterpatronen niet nadat ze
verwijderd zijn.
Probeer de detectorinstellingen niet in te
stellen of te wijzigen op een andere manier
dan via de programmeerbare functies.
Plaats de detectormodules niet in de buurt
van apparatuur die hoge radiofrequentieni-
veaus kunnen genereren (zoals
wekkerradio's) of eenheden die hoge
elektrische energievelden genereren (zoals
grote elektromotoren of generators).
Installeer de detectormodule niet in moeilijk te
bereiken gebieden of zo dicht bij andere
apparatuur dat dit de toegang tot en
onderhoud van de detectormodule bemoeilijkt.
Gebruik geen overmatige krachten tijdens het
installeren van aanzuigbuizen (hierdoor kan
de detectormodule beschadigd raken).
Draai de bevestigingsschroeven niet te stevig
vast.
Hoofdstuk 2: Installatie
13
loading

Gerelateerde Producten voor Kidde ModuLaser