Download Print deze pagina

Uitgangen configureren

Gebruik het menu Uitgangen om module-uitgangen te configureren. De
standaard uitgangsinstellingen zijn:
Uitgang 1 is ingesteld op Alg. storing
Uitgang 2 is ingesteld op Vooralarm
Uitgang 3 is ingesteld op Brandalarm
De configureerbare opties worden in de onderstaande tabel weergegeven.
Tabel 21: Configureerbare opties voor uitgangen
Optie
Invloed
Hier stelt u in op welke wijze de uitgang wordt beïnvloed door andere
systeemdelen in het systeem.
Met de waarde Lokaal wordt de uitgang alleen beïnvloed door het
plaatselijke systeemdeel. Dit is de standaardwaarde.
Met de waarde Cluster voert het systeemdeel de geconfigureerde
uitgangsfunctionaliteit uit na activering vanaf ieder andere module in de
cluster.
Extern past de geconfigureerde uitgangsfunctionaliteit toe op een andere
module in het cluster (het moduleadres moet in Extern adres worden
gedefinieerd).
Extern adres
Configureert het adres van de beïnvloede module wanneer Invloed
ingesteld is op Extern.
Functie
Configureert de functionaliteit. Zie Tabel 22 op pagina 64 voor meer
informatie.
U configureert als volgt uitgangen:
1. Selecteer Syst.deel-instellingen in het hoofdmenu en selecteer vervolgens
Uitgangen.
2. Selecteer het systeemdeel dat u wilt bekijken of druk op F1 (Ga naar) om een
systeemdeel op het systeemdeeladres te zoeken.
3. Selecteer de uitgang die u configureren wilt, en configureer vervolgens, indien
gewenst, de velden Invloed, Extern adres, en Functie.
Zie Tabel 22 op pagina 64 voor meer informatie over de
uitgangsfunctionaliteit.
4. Druk op F1 (Opslaan) om uw wijzigingen op te slaan en naar het vorige
scherm terug te keren.
5. Als u geen andere configuratiewijzigingen moet doorvoeren, drukt u op
F1 (Toepassen) in het hoofd- of submenu om de wijzigingen in het systeem
toe te passen.
ModuLaser Modulair Rookaanzuigdetectiesysteem Installatiehandleiding
Hoofdstuk 3: Configuratie een inbedrijfstelling
63
loading

Gerelateerde Producten voor Kidde ModuLaser