Download Print deze pagina

Kidde ModuLaser Installatiehandleiding pagina 29

Modules in een cluster aansluiten
De communicatie tussen modules in een cluster wordt uitgevoerd met
SenseNET+.
Een cluster bestaat uit een minimum of standaard displaymodule en maximaal
acht detectoren. De displaymodule kan overal in het cluster worden geïnstalleerd.
Waarschuwing:
een command displaymodule kan een minimum of standaard
displaymodule in een clusterconfiguratie niet vervangen.
Er zijn drie typen clusters, zoals in de onderstaande tabel wordt getoond. De
aansluitingen zijn afhankelijk van het gebruikte type cluster.
Type cluster
Omschrijving
Niet-gedistribueerd
Dit type cluster bestaat uit een minimum of standaard displaymodule en
maximaal vier detectormodules die op dezelfde locatie geïnstalleerd zijn
(naast elkaar).
Gedistribueerd
Dit type cluster bestaat uit een minimum of standaard displaymodule en
maximaal acht detectormodules, waarbij elke module op een andere locatie
geïnstalleerd is (niet naast elkaar).
Hybride
Dit type cluster bestaat uit een minimum of standaard displaymodule en
maximaal acht detectormodules. Sommige modules zijn op dezelfde locatie
(niet-gedistribueerd) geïnstalleerd, andere zijn gedistribueerd geïnstalleerd.
Niet-gedistribueerd cluster aansluiten
Sluit met de meegeleverde bandkabel en de J3- en J5-aansluitingen op de
printplaat van de grondplaat een niet-gedistribueerd cluster (een minimum of
standaard displaymodule en maximaal vier detectormodules) aan (zoals
hieronder afgebeeld).
In dit installatietype verdeelt de bandkabel tevens de voedingsspanning in het
cluster (zie "Voedingseenheid aansluiten" op pagina 26).
Afbeelding 14: Niet-gedistribueerd cluster
1. Bandkabel
Opmerking:
eindelusafsluiting is niet vereist voor niet-gebruikte J3- en J5-aan-
sluitingen in dit type cluster.
ModuLaser Modulair Rookaanzuigdetectiesysteem Installatiehandleiding
Hoofdstuk 2: Installatie
23
loading

Gerelateerde Producten voor Kidde ModuLaser