Bediening
Het systeem beperkt of schakelt het gebruik van röntgenstraling uit om schade aan het systeem als
gevolg van oververhitting te voorkomen en te voorkomen dat het systeem een gevaar voor patiënten of
ziekenhuispersoneel vormt.
Anodewarmte is beperkt om te voorkomen dat de röntgenbuis beschadigt raakt. OLIE wordt gebruikt
om de behuizing van de buis af te koelen. Deze temperatuur is beperkt om te voorkomen dat de
buisbehuizing te heet wordt.
Het systeem toont waarschuwingen als de systeemprestatie achteruit is gegaan als gevolg van
oververhitting.
De afkoeltijd van het systeem is afhankelijk van het niveau van de daarvoor uitgevoerde handeling en of
de anode of de röntgentankolie moet afkoelen. De anode koelt snel af, bijvoorbeeld in minder dan één
minuut, maar voor de röntgentankolie kan het langer duren, tot wel 60 minuten.
Als het systeem te warm is zodat het systeem niet kan worden gebruikt, geeft het systeem gereed-
pictogram in het statusgebied aan dat het systeem niet klaar is om röntgenstraling uit te voeren. Zie
voor meer informatie over de systeem gereed-pictogrammen
wordt een bericht op het aanraakscherm van de C-boog op het mobiele weergavestation getoond met
de oorzaak.
Als de anode te warm is zodat het systeem niet kan worden gebruikt, wordt een afteltijd weergegeven
boven het systeem gereed-pictogram met het aantal seconden dat u moet wachten alvorens het
systeem gereed is om röntgenstraling uit te voeren.
Als de röntgentankolie te warm is, zodat het systeem niet kan worden gebruikt, wordt er een bericht
weergegeven in het statusgebied met de geschatte tijd tot de röntgentankolie koel genoeg is om het
systeem weer te gebruiken. Er wordt geen afteltijd weergegeven naast het systeem gereed-pictogram
van het systeem.
Als de anodewarmte-indicatie langer dan 10 minuten in oranje wordt weergegeven of meer dan 10
minuten in rood, is het systeem tijdelijk geblokkeerd en kan het niet worden gebruikt. Als het systeem
wordt geblokkeerd als gevolg van een hoge anodetemperatuur, wordt een aftelklok weergegeven met
het warmte-indicatiepictogram dat het aantal overgebleven seconden aangeeft totdat het systeem
weer kan worden gebruikt.
Als de temperatuur van olie blijft stijgen, is het systeem tijdelijk geblokkeerd en kan het niet worden
gebruikt totdat de olie voldoende afgekoeld. Een bericht wordt weergegeven in het statusgebied toont
is een schatting van de koeling tijd nodig voordat het systeem kan worden opnieuw gebruikt.
Tip
Oververhitting van het sys-
teem voorkomen
Warmte-indicaties op het mobiele weergavestation
Op het mobiele weergavestation worden aparte warmte-indicaties weergegeven voor de temperatuur
van de anode en röntgentank (olie).
De volgende warmte-indicaties worden weergegeven in het statusgebied voor de anodetemperatuur.
Zenition 30 Uitgave 1.0 Gebruiksaanwijzing
dosis. Bij een dergelijk beperkt gebruik kan alleen doorlichting in noodgevallen
worden toegepast of de looptijd kan worden beperkt.
U kunt oververhitting van het systeem voorkomen of de tijd tot oververhitting verhogen door
het maken van enkele wijzigingen in de manier waarop u beelden verwerft, bijvoorbeeld
door de tijd die is toegestaan voor het systeem om af te koelen tussen series te verhogen,
de pulssnelheid te verlagen, de dosis te verlagen en in/uitzoomen van de detector niet te
gebruiken.
Gereedheid systeem (Pagina
115
Warmte-indicaties
112). Er
Philips 3000 096 33491