4
Werking
4.1
Opstarten
Voordat de regeleenheid van spanning wordt voorzien, moet u controleren of:
• de mechanische en elektrische installatie conform het beschrevene in
is.
• het serienummer van de regeleenheid overeenkomt met het gespecificeerde detectortype (alleen bij
voorgekalibreerde versie).
Zodra de voedingsspanning is aangesloten op de regeleenheid, wordt de opstartprocedure uitgevoerd voor elk
kanaal om de correcte werking van de regeleenheid en aangesloten toestellen te controleren. De opstartprocedure
duurt ongeveer 2 minuten.
Alle modules die in het 19"-rek zijn geïnstalleerd, worden gelijktijdig getest tijdens de opstartprocedure.
WAARSCHUWING!
Bij het begin van de opstartprocedure worden de relaisuitgangen gecontroleerd. Dit veroorzaakt een tijdelijke
verandering van uitgangscontacten. Dit kan een externe hoorn of additionele circuits activeren. Tijdens de
opstartprocedure worden de alarmen geblokkeerd en is de analoge 4-20mA-uitgang zoals ingesteld in
toegangscode 4, P20. De indicatie FAILURE (STORING) wordt geactiveerd als de ATEX-modus is ingesteld.
Het niet opvolgen van deze waarschuwing kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel of de dood.
Sequentie hier afgebeeld voor 9010 SIL:
Tijdens de opstartprocedure knippert de groene led VOEDING op het frontpaneel. Aan het einde van de
opstartprocedure wordt kort het CAL-symbool weergegeven en start de regeleenheid de normale bedrijfsmodus.
NL
Model 9010/9020 SIL
hoofdstuk 3
en ook de geldige normen
4 Werking
28