10 Markeringen, certificaten en goedkeuringen
Gebruik van relais
LDM
Structuur 1oo1
Structuur 1oo2
Afhankelijk van de geselecteerde configuratie moeten de volgende veiligheidsparameters in acht worden genomen
bij de implementatie van de veiligheidslus:
Algemene voorwaarden voor veilig gebruik
1. De grenswaarden en de toepassingsadviezen in deze handleiding moeten in acht worden genomen.
2. Voor kalibratie en onderhoud moeten de regionale en nationale voorschriften in acht worden genomen.
3. Een defecte gaswaarschuwingseenheid 9010/9020 moet binnen 72 uur worden gerepareerd.
4. Een omgevingstemperatuur boven 40 ℃ moet worden vermeden.
5. Externe voedingen moeten voldoen aan de voorschriften van EN 60950 en EN 50178 voor SELV, PELV.
6. De communicatie-interfaces mogen niet worden gebruikt voor het versturen van veiligheidsgevoelige
gegevens.
7. De 4-20 mA uitgang mag niet worden gebruikt voor een veiligheidsfunctie.
8. De "VOORZICHTIG" uitgang en het HOORN relais mogen niet worden gebruikt voor een veiligheidsfunctie.
9. De STEL- en TWA-opslagfuncties zijn niet toegestaan voor SIL-toepassingen.
10. De relais moeten onder normale omstandigheden bekrachtigd zijn.
11. De alarm- en relaisfuncties moeten minimaal eens per jaar worden getest.
12. De relaiscontacten dienen te worden beveiligd met een smeltzekering van 0,6 van de gespecificeerde
nominale stroom op het relaiscontact.
13. De storingsrelaiscontacten moeten veiligheidsgerelateerd worden verwerkt voor waarschuwingsdoeleinden.
14. Na installatie moet een functionele controle / kalibratie voor het gehele systeem uitgevoerd worden.
15. De alarmvoorwaarden van de gaswaarschuwingseenheid 9010/9020 moeten periodiek worden gecontroleerd
tegelijk met de typische gaskalibratiecontroles.
16. Elk jaar moet een systeemcontrole worden uitgevoerd.
17. Er moeten twee onafhankelijke instrumenten worden gebruikt voor de 1oo2 – structuur.
18. Bij een redundante installatie moeten de relaiscontacten op afwijkingen worden gecontroleerd.
19. Alleen goedgekeurde hardware- en softwareversies mogen worden gebruikt.
20. Geschatte levensduur van het toestel: tot 20 jaar.
10.5
Toegelaten hardware-/softwareversies
Module
Regeleenheid 9010 SIL
Regeleenheid 9020 SIL
De actueel gebruikte hardwareversie kan worden afgelezen op de printplaat. De firmwareversie is gedrukt of op het
label achter op de connector achterzijde. Raadpleeg
65
SIL 1
HDM
LDM
X
X
X
X
Hardwareversie
10
10
Model 9010/9020 SIL
SIL 2
HDM
LDM
X
X
X
Softwareversie
1.03.1001
1.03.1001
Afbeelding 1
voor een nauwkeurige plaatsbepaling.
SIL 3
HDM
X
X
NL