Opnamen overbrengen
Afzonderlijke opnamen overbrengen
U kunt opnamen afzonderlijk selecteren en verzenden.
50
Selecteer een opname die u wilt
1
verzenden.
Druk op de knoppen <Y> <Z> om
de gewenste opname te selecteren
en druk vervolgens op <0>.
Wanneer u op de knop <Hy> drukt,
kunt u overschakelen naar de
indexweergave en een opname
selecteren.
Selecteer [Wrg. bld. vrz.].
2
Als u het formaat voor de te
verzenden opname wilt kiezen,
selecteert u [Beeldf. wijz.] en drukt
u op <0>.
Selecteer [Wrg. bld. vrz.] en druk op
<0> om de weergegeven opname
te verzenden.
Wanneer de overdracht is voltooid,
wordt het scherm van stap 1 weer
weergegeven.
Als u nog een opname wilt
overbrengen, herhaalt u stap 1 en 2.
Verbreek de verbinding.
3
Druk op de knop <M> om het
bevestigingsvenster weer te geven.
Selecteer [OK] en druk vervolgens op
<0> om de verbinding te verbreken.
Het scherm [Wi-Fi-functie] verschijnt
weer.