Technics SU-G700 - Stereo Geïntegreerde Versterker Handleiding

Inhoud

Kenmerken

Hoogwaardige audiotechnologieën toegepast, waaronder JENO Engine en LAPC
De JENO Engine verzendt en verwerkt audiosignalen volledig digitaal en met minimale jitter van de ingangstrap naar de eindtrap. De LAPC voert luidsprekerbelasting adaptieve fasekalibratie uit om ideale versterkings- en fasekarakteristieken te bereiken voor elk type luidspreker. Ook wordt een uniek, uiterst nauwkeurig PWM-conversiecircuit gebruikt voor PWM-conversie, wat belangrijk is voor de geluidskwaliteit.

Drie-sectie Configuratie
In geïntegreerde versterkers zijn er verschillende circuits, zoals circuits die de microsignalen van de ingang verwerken, circuits die grote stroom verwerken, enz. De SU-G700 maakt gebruik van een drie-sectie constructie met scheidingswanden tussen de circuitblokken, afhankelijk van het verwerkte signaalniveau. Dit elimineert interferentie tussen circuitblokken, waardoor een heldere geluidskwaliteit wordt bereikt.

Hoge stijfheid Aluminium Behuizing
Het zeer stijve metalen dubbele chassis heeft een stalen binnenchassis en een stalen buitenchassis om trillingen en ruis te verminderen die de zuiverheid van het geluid aantasten.

Accessoires

Accessoires

(ALLEEN VOOR CANADA)
Het bijgevoegde Canadese Franse labelblad komt overeen met de Engelse weergave op het apparaat.

  • Productnummers in deze handleiding zijn correct vanaf februari 2017.
  • Deze kunnen onderhevig zijn aan verandering.
  • Gebruik het AC-voedingssnoer niet met andere apparatuur.

Bedieningsreferentie

Dit apparaat

Bedieningselementen van dit apparaat - Deel 1

  1. Standby/aan-knop ()
    • Druk hierop om het apparaat van aan naar standby-modus te schakelen, of omgekeerd. In de standby-modus verbruikt het apparaat nog steeds een kleine hoeveelheid stroom.
  2. Stroomindicator
    • Blauw: Het apparaat is aan.
    • Uit: Het apparaat staat in de standby-modus.
  3. Koptelefoonaansluiting
    • Wanneer een stekker is aangesloten, geven de luidsprekers en PRE OUT-aansluitingen geen geluid. (Zie Een eindversterker of subwoofer aansluiten)
    • Er komt geen geluid uit de koptelefoonaansluiting terwijl "MAIN IN" is geselecteerd als ingangsbron van dit apparaat. (Zie Dit apparaat gebruiken als eindversterker)
    • Overmatige geluidsdruk van oortelefoons en hoofdtelefoons kan gehoorverlies veroorzaken.
    • Langdurig luisteren op vol volume kan de oren van de gebruiker beschadigen.
  4. Volumeknop
    • - (min), 1 tot 100 (max)
    • Om het volume weer te geven, stelt u "VOLUME Display" (Volume weergeven) in op "On" (Aan). (Zie De volumestatus weergeven)
  5. Display
    • Informatie zoals de ingangsbron, enz. wordt weergegeven. (Zie Berichten)
  6. Ingangsselectieknop
    • Draai deze knop met de klok mee of tegen de klok in om de ingangsbron te wijzigen.
  7. Peak power meter
    • Geeft het uitgangsniveau weer. 100% is het nominale uitgangsvermogen (Zie Specificaties).
    • Peak power meter werkt niet als het licht is uitgeschakeld.
  8. LAPC-indicator (Zie De functie voor uitgangscorrectie gebruiken (LAPC))
  9. Sensor voor afstandsbedieningssignaal
    • Ontvangstafstand: Binnen ca. 7 m recht vooruit
    • Ontvangsthoek: Ca. 30° links en rechts

Bedieningselementen van dit apparaat - Deel 2

  1. USB-B-aansluiting
    • Voor aansluiting op een pc, enz. (Zie Pc gebruiken)
  2. Optische digitale ingangsaansluiting (OPT1 IN/OPT2 IN)
    (Zie Digitaal audio-uitvoerapparaat gebruiken)
  3. UPDATE-aansluiting (USB-A)
    (
    DC 5 V 500 mA) (Zie Firmware-updates)
  4. Coaxiale digitale ingangsaansluitingen (COAX1 IN/COAX2 IN)
    (Zie Digitaal audio-uitvoerapparaat gebruiken)
  5. Systeemaansluiting (CONTROL) (Zie Systeemregeling aansluiting)
  6. Luidsprekeruitgangsaansluitingen (Zie Aansluitingen)
  7. PHONO AARDE-aansluiting (Zie Platenspeler gebruiken)
    • Voor het aansluiten van de aardingsdraad van een platenspeler.
  8. Analoge audio-ingangsaansluitingen (PHONO) (Zie Platenspeler gebruiken)
    • MM-cartridges worden ondersteund.
  9. Analoge audio-ingangsaansluitingen (LINE2 IN/MAIN IN)
    • Deze ingangsaansluitingen zijn gecombineerd met LINE2 IN en MAIN IN. Schakel de functie in overeenstemming met de aangesloten apparatuur.
      (Zie: Analoog audio-uitvoerapparaat gebruiken, Dit apparaat gebruiken als eindversterker)
  10. Analoge audio-ingangsaansluitingen (LINE1 IN)
    (Zie Analoog audio-uitvoerapparaat gebruiken)
  11. Analoge audio-uitgangsaansluitingen (LINE OUT)
    (Zie Analoog audio-ingangsapparaat gebruiken)
  12. Analoge audio-uitgangsaansluitingen (PRE OUT)
    (Zie Een eindversterker of subwoofer aansluiten)
  13. Productidentificatiemarkering
    • Het modelnummer wordt aangegeven.
  14. AC IN-aansluiting ()
    (Zie Aansluiting van het netsnoer)

Afstandsbediening

De afstandsbediening gebruiken


(Alkaline- of mangaanbatterijen)

Opmerking

  • Plaats de batterij zo dat de aansluitingen ( en ) overeenkomen met die in de afstandsbediening.
  • Richt hem op de sensor voor afstandsbedieningssignalen op dit apparaat. (Zie Bedieningsreferentie)
  • Houd de batterijen buiten bereik van kinderen om inslikken te voorkomen.

Afstandsbediening

  1. [AMP ]: Standby/aan-knop
    • Druk hierop om het apparaat van aan naar standby-modus te schakelen, of omgekeerd. In de standby-modus verbruikt het apparaat nog steeds een kleine hoeveelheid stroom.
  2. [AMP]/[NWP]/[CD]:
    Selecteer het te bedienen apparaat
  3. [>INPUT<]: Wijzig de ingangsbron
    (Zie Digitaal audio-uitvoerapparaat gebruiken, Pc gebruiken, Platenspeler gebruiken, Analoog audio-uitvoerapparaat gebruiken, Dit apparaat gebruiken als eindversterker)
  4. [MENU]: Menu openen
    (Zie Platenspeler gebruiken, Analoog audio-uitvoerapparaat gebruiken, Dit apparaat gebruiken als eindversterker)*
  5. [SETUP]: Setupmenu openen (Zie Geluidsaanpassing en Andere instellingen)*
  6. [LAPC]: Meet het uitgangssignaal van de versterker wanneer luidsprekers zijn aangesloten en corrigeer de uitvoer ervan (Zie De functie voor uitgangscorrectie gebruiken (LAPC))
  7. [+VOL-]: Pas het volume aan
    • Volumebereik: -- (min), 1 tot 100 (max)
  8. [MUTE]: Demp het geluid
    • Druk nogmaals op [MUTE] om te annuleren. "MUTE" (Dempen) wordt ook geannuleerd wanneer u het volume met dit apparaat aanpast of wanneer u het apparaat in de stand-bymodus zet.
  9. [DIMMER]: Pas de helderheid van het piekvermogenmeterlampje, het display, enz. aan.
    • Wanneer het display is uitgeschakeld, licht het slechts enkele seconden op wanneer u dit apparaat bedient. Voordat het display wordt uitgeschakeld, wordt "Display Off" (Display uit) enkele seconden weergegeven.
    • Druk herhaaldelijk om de helderheid te wijzigen.
    • Peak power meter werkt niet als het licht is uitgeschakeld.
  10. [INFO]: Bekijk inhoudsinformatie*
    • Druk op deze knop om de samplingfrequentie en andere informatie weer te geven. (De informatie varieert afhankelijk van de ingangsbron.)
  11. [], [], [], []/[OK]: Selectie/OK*
  12. [RETURN]: Terugkeren naar het vorige scherm*
    *: Druk eerst op [AMP] om dit apparaat te bedienen. (De afstandsbediening werkt mogelijk voor andere Technics-apparaten en mogelijk niet voor dit apparaat bij het indrukken van [NWP] of [CD].)

Knoppen die werken voor Technics-apparaten die de systeemregelfunctie ondersteunen
De afstandsbediening van dit apparaat werkt ook voor Technics-apparaten die de systeemregelfunctie ondersteunen (Network Audio Player, Compact Disc Player, enz.). Raadpleeg voor informatie over de werking van de apparaten ook hun bedieningsinstructies.

  1. [] Stand-by/aan-schakelaar voor de Compact Disc Player
  2. [] Stand-by/aan-schakelaar voor de Network Audio Player
  3. Selecteer het te bedienen apparaat
  4. Selecteer de ingangsbron van de Network Audio Player
  5. Direct mode in-/uitschakelen
  6. Re-master in-/uitschakelen
  7. Knoppen voor afspeelbediening
  8. Numerieke knoppen, enz.
  9. Knoppen voor afspeelbediening

Afstandsbedieningsmodus

Wanneer andere apparatuur reageert op de meegeleverde afstandsbediening, wijzigt u de afstandsbedieningsmodus.

  • De fabrieksinstelling is "Mode 1" (Modus 1).
  1. Druk op [AMP].
  2. Druk op [SETUP].
  3. Druk herhaaldelijk op [], [] om "Remote Control" (Afstandsbediening) te selecteren en druk vervolgens op [OK].
    • De huidige afstandsbedieningsmodus van dit apparaat wordt enkele seconden weergegeven.
  4. Wanneer "Set Mode 1/2" (Modus 1/2 instellen) wordt weergegeven, wijzigt u de afstandsbedieningsmodus van de afstandsbediening.
    Om "Mode 1" (Modus 1) in te stellen:
    Houd [OK] en [1] minstens 4 seconden ingedrukt.
    Om "Mode 2" (Modus 2) in te stellen:
    Houd [OK] en [2] minstens 4 seconden ingedrukt.
  5. Richt de afstandsbediening op dit apparaat en houd [OK] minstens 4 seconden ingedrukt.
    • Wanneer de afstandsbedieningsmodus is gewijzigd, verschijnt de nieuwe modus enkele seconden op het display.

Wanneer "Remote 1" (Afstandsbediening 1) of "Remote 2" (Afstandsbediening 2) wordt weergegeven
Wanneer "Remote 1" (Afstandsbediening 1) of "Remote 2" (Afstandsbediening 2) wordt weergegeven, verschillen de afstandsbedieningsmodi van dit apparaat en de afstandsbediening. Voer stap 3 hierboven uit.

Aansluitingen

Luidsprekers/Netsnoer

  • Gebruik uitsluitend het meegeleverde netsnoer.
  • Sluit het netsnoer pas aan als alle andere aansluitingen voltooid zijn.
  • Steek de stekkers van de aan te sluiten kabels helemaal in de aansluitingen.
  • Buig kabels niet in scherpe hoeken.
  • Om de audio-uitvoer te optimaliseren, kunt u het versterkeruitgangssignaal meten en de uitvoer corrigeren wanneer deze op de luidsprekers is aangesloten. (Zie Uitgangscorrectiefunctie gebruiken (LAPC))

Luidsprekeraansluiting

Luidsprekeraansluiting

  1. Draai de knoppen los en steek de kerndraden in de gaten.
  2. Draai de knoppen vast.

Opmerking

  • Wanneer de aansluitingen voltooid zijn, trekt u lichtjes aan de luidsprekerkabels om te controleren of ze stevig zijn aangesloten.
  • Zorg ervoor dat u de polariteit van de luidsprekerdraden niet kruist (kortsluit) of omkeert, omdat dit de versterker kan beschadigen.
  • Sluit de polariteit (+/-) van de aansluitingen correct aan. Als u dit niet doet, kan dit een negatief effect hebben op stereo-effecten of een storing veroorzaken.
  • Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de luidsprekers voor meer informatie.

Aansluiting van het netsnoer

Sluit pas aan als alle andere aansluitingen voltooid zijn.
Aansluiting van het netsnoer

Opmerking

  • Dit apparaat verbruikt een kleine hoeveelheid stroom (zie Specificaties), zelfs als het apparaat in de stand-by modus staat. Haal de stekker uit het stopcontact als u het apparaat langere tijd niet gebruikt. Plaats het apparaat zo dat de stekker gemakkelijk kan worden verwijderd.

Luidsprekeruitgangscorrectie (LAPC)

U kunt de optimale aanpassing maken op basis van uw eigen luidsprekers. (Zie Uitgangscorrectiefunctie gebruiken (LAPC))

Bediening

Een digitaal audio-uitvoerapparaat gebruiken

U kunt de cd-speler, enz. met een coaxiale digitale kabel (niet meegeleverd)/optische digitale audiokabel (niet meegeleverd) op dit apparaat aansluiten en muziek afspelen.
Bediening - Een digitaal audio-uitvoerapparaat gebruiken

Een coaxiale digitale kabel gebruiken

  1. Koppel het netsnoer los.
  2. Sluit dit apparaat en een cd-speler, enz. aan.
  3. Sluit het netsnoer aan op dit apparaat. (Zie Netsnoeraansluiting)
  4. Druk op [AMP ] om dit apparaat in te schakelen.
  5. Druk herhaaldelijk op [>INPUT<] om "COAX1" of "COAX2" te selecteren.
    • U kunt ook de ingangsbron selecteren door aan de ingangsselector op het apparaat te draaien.
  6. Start het afspelen op het aangesloten apparaat.

Opmerking

  • De digitale audio-ingangsterminals van dit apparaat kunnen alleen de volgende lineaire PCM-signalen detecteren. Raadpleeg de bedieningsinstructies van het aangesloten apparaat voor meer informatie.
    • Samplingfrequentie:
      Coaxiale digitale ingang
      32/44.1/48/88.2/96/176.4/192 kHz
      Optische digitale ingang
      32/44.1/48/88.2/96 kHz
    • Aantal kwantiseringsbits:
      16/24 bit

Een optische digitale audiokabel gebruiken

  1. Koppel het netsnoer los.
  2. Sluit dit apparaat en een cd-speler, enz. aan.
  3. Sluit het netsnoer aan op dit apparaat. (Zie Netsnoeraansluiting)
  4. Druk op [AMP] om dit apparaat in te schakelen.
  5. Druk herhaaldelijk op [>INPUT<] om "OPT1" of "OPT2" te selecteren.
    • • U kunt ook de ingangsbron selecteren door aan de ingangsselector op het apparaat te draaien.
  6. Start het afspelen op het aangesloten apparaat.

Een pc gebruiken

U kunt de pc, enz. of een ander apparaat met een USB 2.0-kabel (niet meegeleverd) op dit apparaat aansluiten en muziek afspelen.
Bediening - Aansluiten op een pc

Aansluiten op een pc

  • Volg de onderstaande stappen voordat u verbinding maakt met een pc.
  • Raadpleeg het volgende voor de aanbevolen OS-versies voor uw pc (vanaf februari 2017):
    • Windows 7, Windows 8, Windows 8.1, Windows 10
    • OS X 10.7, 10.8, 10.9, 10.10, 10.11, macOS 10.12
  1. Download en installeer het speciale USB-stuurprogramma op de pc. (Alleen voor Windows OS)
  2. Download en installeer de speciale app "Technics Audio Player" (gratis) op uw pc.

Een USB 2.0-kabel gebruiken

  1. Koppel het netsnoer los.
  2. Sluit dit apparaat en een pc, enz. aan.
  3. Sluit het netsnoer aan op dit apparaat. (Zie Netsnoeraansluiting)
  4. Druk op [AMP ] om dit apparaat in te schakelen.
  5. Druk herhaaldelijk op [>INPUT<] om "PC" te selecteren.
    • U kunt ook de ingangsbron selecteren door aan de ingangsselector op het apparaat te draaien.
  6. Start het afspelen met behulp van de speciale app "Technics Audio Player" op de aangesloten pc.

Opmerking

  • Raadpleeg de bedieningsinstructies van het aangesloten apparaat bij het aansluiten van een audioapparaat met een USBDAC-uitgangsterminal zoals ST-G30, enz.
  • Raadpleeg "Formaatondersteuning" voor informatie over de ondersteunde formaten.

Een draaitafel gebruiken

U kunt de draaitafel met een PHONO-kabel (niet meegeleverd) op dit apparaat aansluiten en muziek afspelen.
Bediening - Een draaitafel gebruiken

Een PHONO-kabel gebruiken

  1. Koppel het netsnoer los.
  2. Sluit dit apparaat en een draaitafel aan.
  3. Sluit het netsnoer aan op dit apparaat. (Zie Netsnoeraansluiting)
  4. Druk op [AMP ] om dit apparaat in te schakelen.
  5. Druk herhaaldelijk op [>INPUT<] om "PHONO" te selecteren.
    • • U kunt ook de ingangsbron selecteren door aan de ingangsselector op het apparaat te draaien.
  6. Start het afspelen op de aangesloten draaitafel.

Opmerking

  • Wanneer u een draaitafel met een ingebouwde PHONO-equalizer aansluit, sluit u de PHONO-kabel aan op de analoge audio-ingangsterminals (LINE1 IN of LINE2 IN) van dit apparaat. (Zie Een analoog audio-uitvoerapparaat gebruiken)
  • Wanneer u een draaitafel met een PHONO-aardleider aansluit, sluit u de PHONO-aardleider aan op de PHONO EARTH-terminal van dit apparaat.

Geluidsvervorming minimaliseren

Als er geluidsvervorming optreedt bij het gebruik van de analoge audio-ingangsterminals, kan het instellen van de verzwakker op "Aan(-3dB)"/"Aan(-6dB)"/"Aan(-10dB)" de geluidskwaliteit verbeteren.

  • De fabrieksinstelling is "Uit" (Off).
  1. Druk op [AMP].
  2. Druk op [MENU].
  3. Druk herhaaldelijk op [ ], [ ] om "Attenuator" (Verzwakker) te selecteren en druk vervolgens op [OK].
  4. Druk op [ ], [ ] om "On(-3dB)" (Aan(-3dB))/ "On(-6dB)" (Aan(-6dB))/"On(-10dB)" (Aan(-10dB)) te selecteren en druk vervolgens op [OK].

Laagfrequente ruis verminderen

Vermindert de laagfrequente ruis die wordt veroorzaakt door de kromming van de plaat.

  • De fabrieksinstelling is "Uit" (Off).
  • U kunt dit menu ook instellen terwijl "LINE1" of "LINE2" is geselecteerd als ingangsbron van dit apparaat.
  1. Druk op [AMP].
  2. Druk op [MENU].
  3. Druk herhaaldelijk op [ ], [ ] om "Subsonic Filter" (Subsonisch filter) te selecteren en druk vervolgens op [OK].
  4. Druk op [ ], [ ] om "On" (Aan) te selecteren en druk vervolgens op [OK].

Analoge audio-uitvoerapparatuur gebruiken

(LINE1/LINE2)
U kunt de Blu-ray Disc-speler, etc. met een analoge audiokabel (niet meegeleverd) op dit apparaat aansluiten en muziek afspelen.
Bediening - Analoge audio-uitvoerapparatuur gebruiken

Analoge audiokabel gebruiken

  1. Koppel het netsnoer los.
  2. Sluit dit apparaat en een Blu-ray Disc-speler, enz. aan.
  3. Sluit het netsnoer aan op dit apparaat. (Zie Netsnoeraansluiting)
  4. Druk op [AMP ] om dit apparaat in te schakelen.
  5. Druk herhaaldelijk op [>INPUT<] om "LINE1" of "LINE2" te selecteren.
    • U kunt ook de ingangsbron selecteren door aan de ingangsselectieknop op het apparaat te draaien.
    • Stel in op "LINE2" (zie hieronder) wanneer "MAIN IN" wordt weergegeven als ingangsbron van dit apparaat.
  6. Start de weergave op het aangesloten apparaat.

Aansluiten op LINE2

Analoge audio-ingangsaansluitingen (LINE2 IN/MAIN IN) hebben zowel LINE2 IN- als MAIN IN-functies. Wanneer u een analoge audio-uitvoerapparaat aansluit, schakelt u de ingangsinstelling van dit apparaat naar "LINE2".

  • De fabrieksinstelling is "LINE2".
  1. Druk op [AMP].
  2. Druk herhaaldelijk op [>INPUT<] om "MAIN IN" te selecteren.
  3. Druk op [MENU].
  4. Druk herhaaldelijk op [ ], [ ] om "Input Mode" (Ingangsmodus) te selecteren en druk vervolgens op [OK].
  5. Druk herhaaldelijk op [ ], [ ] om "LINE2" te selecteren en druk vervolgens op [OK].
    • Het volumeniveau dat is ingesteld na het overschakelen naar "LINE2" wordt weergegeven. Bevestig en pas het volume aan voordat u op [OK] drukt.
  6. Druk op [ ], [ ] om "Yes" (Ja) te selecteren en druk vervolgens op [OK].

Geluidsvervorming minimaliseren

Als geluidsvervorming optreedt bij het gebruik van de analoge audio-ingangsaansluitingen, kan het instellen van de verzwakker op "On" (Aan) de geluidskwaliteit verbeteren.

  • De fabrieksinstelling is "Off" (Uit).
  1. Druk op [AMP].
  2. Druk op [MENU].
  3. Druk herhaaldelijk op [ ], [ ] om "Attenuator" (Verzwakker) te selecteren en druk vervolgens op [OK].
  4. Druk op [ ], [ ] om "On" (Aan) te selecteren en druk vervolgens op [OK].

Dit apparaat gebruiken als eindversterker

U kunt de AV-receiver, de voorversterker, enz. met een analoge audiokabel (niet meegeleverd) op dit apparaat aansluiten en dit apparaat als eindversterker gebruiken.
Dit apparaat gebruiken als eindversterker - Deel 1
Dit apparaat gebruiken als eindversterker - Deel 2

Zet het volume van de AV-receiver, voorversterker, enz. op het minimum voordat u verbinding maakt.
Tijdens het gebruik van dit apparaat als eindversterker is de volumeaanpassing met dit apparaat uitgeschakeld. Pas het volume beetje bij beetje aan met het aangesloten apparaat.
Voer het audiosignaal van PRE OUT/LINE OUT-aansluitingen niet in op de MAIN IN-aansluitingen van dit apparaat. Dit kan een storing veroorzaken.

Analoge audiokabel gebruiken

  1. Koppel het netsnoer los.
  2. Sluit dit apparaat en de AV-receiver, voorversterker, enz. aan na het minimaliseren van het volume van het apparaat.
  3. Sluit het netsnoer aan op dit apparaat. (Zie Netsnoeraansluiting)
  4. Druk op [AMP ] om dit apparaat in te schakelen.
  5. Druk herhaaldelijk op [>INPUT<] om "LINE2" te selecteren.
    • U kunt ook de ingangsbron selecteren door aan de ingangsselectieknop op het apparaat te draaien.
  6. Druk op [AMP].
  7. Druk op [MENU].
  8. Druk herhaaldelijk op [ ], [ ] om "Input Mode" (Ingangsmodus) te selecteren en druk vervolgens op [OK].
  9. Druk op [ ], [ ] om "MAIN IN" te selecteren en druk op [OK].
  10. Bevestig het weergegeven bericht en druk op [OK].
  11. Druk op [ ], [ ] om "Yes" (Ja) te selecteren en druk vervolgens op [OK].
  12. Start de weergave op het aangesloten apparaat.

Opmerking

  • Het is niet mogelijk om het volume met dit apparaat aan te passen.
  • Er komt geen geluid uit de hoofdtelefoonaansluiting en PRE OUT-aansluitingen.
  • Selecteer "LINE2" als u dit apparaat niet als eindversterker gebruikt. (Zie Analoge audio-uitvoerapparatuur gebruiken)
  • Wanneer de ingangsbron wordt overgeschakeld naar "LINE2" of een andere bron van "MAIN IN" en het huidige volumeniveau hoger is dan het vorige niveau, wordt het volume automatisch aangepast.

Geluidsvervorming minimaliseren

Als er geluidsvervorming optreedt, kan het instellen van de verzwakker op "On" (Aan) de geluidskwaliteit verbeteren.

  • De fabrieksinstelling is "Off" (Uit).
  1. Druk op [AMP].
  2. Druk op [MENU].
  3. Druk herhaaldelijk op [ ], [ ] om "Attenuator" (Verzwakker) te selecteren en druk vervolgens op [OK].
  4. Druk op [ ], [ ] om "On" (Aan) te selecteren en druk vervolgens op [OK].

Een eindversterker of subwoofer aansluiten

U kunt de eindversterker, subwoofer, enz. aansluiten met een analoge audiokabel (niet meegeleverd) om de analoge audiosignalen uit te voeren.
Een eindversterker of subwoofer aansluiten

Voer het audiosignaal van PRE OUT/LINE OUT-aansluitingen niet in naar de analoge audio-ingangsaansluitingen van dit apparaat. Dit kan een storing veroorzaken.

Analoge audiokabel gebruiken

  1. Koppel het netsnoer los.
  2. Sluit dit apparaat en een eindversterker, subwoofer, enz. aan.
  3. Sluit het netsnoer aan op dit apparaat. (Zie Aansluiting van het netsnoer)
  4. Druk op [AMP ] om dit apparaat in te schakelen.

Opmerking

  • Raadpleeg de bedieningsinstructies van het aangesloten apparaat voor meer informatie.
  • Er wordt geen geluid uitgevoerd via PRE OUT-aansluitingen terwijl "MAIN IN" is geselecteerd als invoerbron van dit apparaat.

De audio-uitvoer instellen

(PRE OUT)
U kunt de audio-uitvoer van de luidsprekeruitgangsaansluitingen en PRE OUT-aansluitingen instellen.

  1. Druk op [AMP].
  2. Druk op [SETUP].
  3. Druk herhaaldelijk op [ ], [ ] om "PRE OUT" te selecteren en druk vervolgens op [OK].
  4. Druk op [ ], [ ] om de uitvoerinstelling te selecteren en druk vervolgens op [OK].
    • De fabrieksinstelling is "On" (Aan).
    • Niet beschikbaar wanneer "MAIN IN" is geselecteerd als invoerbron van dit apparaat.

On (Aan):
Er wordt geluid uitgevoerd via de luidsprekeruitgangsaansluitingen en PRE OUT-aansluitingen.

On (Speaker: Off) (Aan (Luidspreker: Uit)):
Er wordt geen geluid uitgevoerd via de luidsprekeruitgangsaansluitingen. Er wordt geluid uitgevoerd via PRE OUT-aansluitingen.

Off (Uit):
Er wordt geen geluid uitgevoerd via PRE OUT-aansluitingen. Er wordt geluid uitgevoerd via de luidsprekeruitgangsaansluitingen.

Een analoog audio-invoerapparaat gebruiken

U kunt de CD-recorder, enz. aansluiten met een analoge audiokabel (niet meegeleverd) om analoge audiosignalen van dit apparaat (LINE1/LINE2/PHONO) uit te voeren.
Bediening - Een analoog audio-invoerapparaat gebruiken

Voer het audiosignaal van PRE OUT/LINE OUT-aansluitingen niet in naar de analoge audio-ingangsaansluitingen van dit apparaat. Dit kan een storing veroorzaken.

Analoge audiokabel gebruiken

  1. Koppel het netsnoer los.
  2. Sluit dit apparaat en een CD-recorder, enz. aan.
  3. Sluit het netsnoer aan op dit apparaat. (Zie Aansluiting van het netsnoer)
  4. Druk op [AMP ] om dit apparaat in te schakelen.

Opmerking

  • Wanneer een digitaal audiosignaal (COAX1/COAX2/ OPT1/OPT2/PC) is geselecteerd als invoerbron van dit apparaat, wordt een analoog audiosignaal (LINE1) uitgevoerd.
  • Het schokkerige geluid treedt op in het uitvoeraudiosignaal bij het schakelen van de invoerbron.

Instellingen

Geluidsaanpassing en overige instellingen

De geluidseffecten en andere instellingen kunnen worden ingesteld.

  1. Druk op [AMP].
  2. Druk op [SETUP].
  3. Druk herhaaldelijk op [ ], [ ] om het menu te selecteren en druk vervolgens op [OK].
  4. Druk op [ ], [ ], [ ], [ ] om een gewenst item of waarde te selecteren en druk op [OK].

Taalinstelling

"Language" (Taal)
Selecteer "English" (Engels) of "Français" (Frans) voor de weergave.

  • De fabrieksinstelling is "English" (Engels).

BASS/MID/TREBLE aanpassen

"Tone Control" (Toonregeling)
U kunt de toon van dit apparaat aanpassen. Elk toonbereik (BASS/MID/TREBLE) kan worden aangepast.

  • Om deze functie in te schakelen, selecteert u "On (adjustment)" (Aan (aanpassing)).
  • Elk niveau kan worden aangepast tussen "-10" en "+10".
  • "TONE" wordt weergegeven na de instelling.
  • Tijdens het aansluiten van een Technics-apparaat dat de systeemregelfunctie ondersteunt (Network Audio Player, enz.) op dit apparaat, kan de geluidsinstelling op het aangesloten apparaat voorrang hebben op dit apparaat. Pas het geluid aan met het aangesloten apparaat.
  • Niet beschikbaar bij gebruik van dit apparaat als eindversterker (Zie Dit apparaat gebruiken als eindversterker). Pas het geluid aan met de AV-receiver, de regelversterker, enz.

De volumeverzwakker aanpassen

"VOLUME Attenuator" (VOLUME-verzwakker)
Zet op "On (-20dB)" (Aan (-20dB)) om de volumeverzwakker in te schakelen om de volumeaanpassing bij een laag volume te vereenvoudigen.

  • De fabrieksinstelling is "Off" (Uit).
  • "ATT" wordt weergegeven na de instelling.
  • Niet beschikbaar bij gebruik van dit apparaat als eindversterker (Zie Dit apparaat gebruiken als eindversterker). Pas het geluid aan met de AV-receiver, de regelversterker, enz.

Automatische uitschakelfunctie

"AUTO OFF" (Automatisch uit)
Dit apparaat is ontworpen om het stroomverbruik te verminderen en energie te besparen. Als het apparaat ongeveer 20 minuten niet is gebruikt, gaat het binnen een minuut naar de stand-by modus. Druk op een willekeurige knop om dit te annuleren.

  • De fabrieksinstelling is "Off" (Uit).
  • "AUTO OFF" (Automatisch uit) wordt 3 minuten weergegeven voordat dit apparaat wordt uitgeschakeld.

Opmerking

  • De instelling wordt opgeslagen, zelfs als de stroom wordt uit- en ingeschakeld.

De volumestatus weergeven

"VOLUME Display" (VOLUME-weergave)
De volumestatus wordt weergegeven bij het aanpassen van het volume.

  • De fabrieksinstelling is "Off" (Uit).
  • Niet beschikbaar wanneer "MAIN IN" is geselecteerd als invoerbron van dit apparaat.

De modelnaam controleren

"Model No." (Modelnr.)
De modelnaam wordt weergegeven.

De firmwareversie controleren

"F/W Version" (F/W-versie)
De versie van de geïnstalleerde firmware wordt weergegeven.

De uitgangscorrectiefunctie gebruiken (LAPC)

U kunt de optimale aanpassing maken op basis van uw eigen luidsprekers.

Het uitgangssignaal van de versterker meten en de uitgang corrigeren (LAPC)
Voorbereiding

  • Koppel de hoofdtelefoon los.

Testtoon die tijdens de meting wordt uitgezonden
Om de meetnauwkeurigheid te garanderen, geven de luidsprekers met regelmatige tussenpozen een testtoon af. (Gedurende ongeveer 3 minuten) Het is niet mogelijk om het volume van de audio die wordt uitgevoerd te wijzigen terwijl de meting bezig is.

  1. Druk op [AMP ] om dit apparaat in te schakelen.
  2. Houd [LAPC] ingedrukt totdat "Please Wait" (Even geduld) wordt weergegeven.
    "LAPC Measuring" (LAPC-meting) wordt weergegeven en dit apparaat begint het uitgangssignaal van de versterker te meten. Controleer of een testtoon wordt uitgevoerd via zowel de linker- als de rechterluidspreker. Wanneer de meting is voltooid, wordt de versterkeruitgangscorrectie automatisch ingeschakeld.
    • Als u op [LAPC] drukt terwijl de meting bezig is, wordt deze geannuleerd.
    • Als u een hoofdtelefoon aansluit tijdens de meting van het versterkersignaal of de correctie van de versterkeruitgang, wordt deze geannuleerd.

De uitgangscorrectiefunctie in-/uitschakelen
Druk op [LAPC] om "On" (Aan)/"Off" (Uit) te selecteren.

  • De LAPC-indicator brandt en "LAPC: On" (LAPC: Aan) wordt weergegeven terwijl de uitgangscorrectiefunctie bezig is.

Opmerking

  • Meting is niet beschikbaar voor het audio-uitgangssignaal van de PRE OUT-aansluitingen van dit apparaat. (Zie Een eindversterker of subwoofer aansluiten)
  • Afhankelijk van het type aangesloten luidsprekers kan het effect van de uitgangscorrectiefunctie minimaal zijn.
  • De gecorrigeerde uitgang blijft van kracht totdat u het uitgangssignaal opnieuw meet. Wanneer u andere luidsprekers gebruikt, voert u de meting opnieuw uit.

Firmware-updates

"F/W Update" (F/W-update)
Af en toe kan Panasonic bijgewerkte firmware voor dit apparaat uitbrengen die de werking van een functie kan toevoegen of verbeteren. Deze updates zijn gratis beschikbaar.

Het downloaden duurt ongeveer 3 minuten.
Koppel het netsnoer niet los en zet dit apparaat niet in de stand-by modus tijdens het updaten.
Koppel het USB-flashgeheugen niet los tijdens het updaten.

  • De voortgang wordt weergegeven als "Updating %" (Bijwerken %) tijdens het updaten. (" " staat voor een getal.)

Opmerking

  • Tijdens het updateproces kunnen geen andere bewerkingen worden uitgevoerd.
  • Als er geen updates zijn, wordt "Firmware is Up To Date" (Firmware is up-to-date) weergegeven. (Het is niet nodig om deze bij te werken.)
  • Het bijwerken van de firmware kan de instellingen van dit apparaat resetten.

Voorbereiding

  1. Sluit het USB-flashgeheugen met de nieuwe firmware aan.
  2. Druk op [AMP].
  3. Druk op [SETUP].
  4. Druk herhaaldelijk op [ ], [ ] om "F/W Update" (F/W-update) te selecteren en druk vervolgens op [OK].
  5. Druk op [ ], [ ] om "Yes" (Ja) te selecteren en druk vervolgens op [OK].
    • De voortgang wordt weergegeven als "Updating %" (Bijwerken %) tijdens het updaten. (" " staat voor een getal.)
    • Wanneer de update succesvol is voltooid, wordt "Success" (Succes) weergegeven.
  6. Koppel het netsnoer en het USB-flashgeheugen los en sluit deze na 3 minuten weer aan.

Opmerking

  • Het downloaden kan langer duren, afhankelijk van het USB-flashgeheugen.
  • Gebruik een USB-flashgeheugen met FAT16- of FAT32-indeling.
  • De UPDATE-aansluiting wordt alleen gebruikt voor het bijwerken van de firmware. Sluit geen ander USB-apparaat aan dan het USB-flashgeheugen voor het bijwerken van de firmware.
  • Er kan geen USB-apparaat worden opgeladen via de UPDATE-aansluiting van dit apparaat.

Systeemregelaansluiting

U kunt dit apparaat en Technics-apparaten die de systeemregelfunctie ondersteunen (Network Audio Player, Compact Disc Player, enz.) eenvoudig tegelijkertijd bedienen met de afstandsbediening. Raadpleeg de bedieningsinstructies van elk apparaat voor meer informatie.
Systeemregelaansluiting - Deel 1
Systeemregelaansluiting - Deel 2

Een systeemverbindingskabel en audiokabel gebruiken

  1. Koppel het netsnoer los.
  2. Sluit dit apparaat en het Technics-apparaat aan dat de systeemregelfunctie ondersteunt (Network Audio Player, enz.).
    • Gebruik zowel de systeemverbindingskabel als de audiokabels bij het aansluiten van dit apparaat en het apparaat.
    • Gebruik de systeemverbindingskabel die bij het aangesloten apparaat is geleverd.
  3. Sluit het netsnoer aan op dit apparaat. (Zie Netsnoeraansluiting)
  4. Druk op [AMP ] om dit apparaat in te schakelen.
  5. Druk op [AMP].
  6. Druk op [SETUP].
  7. Druk herhaaldelijk op [ ], [ ] om "System Control" (Systeemregeling) te selecteren en druk vervolgens op [OK].
  8. Druk op [ ], [ ] om de invoerbron te selecteren voor het apparaat dat in stap 2 is aangesloten en druk op [OK].
    • Selecteer "Off" (Uit) om de systeemregelfunctie uit te schakelen.

*: De afbeelding toont het voorbeeld bij aansluiting met een coaxiale digitale kabel. Sluit het apparaat aan met de juiste kabel/aansluiting die het apparaat ondersteunt.

Opmerking

  • Wanneer u de systeemregelfunctie gebruikt door het Technics-apparaat aan te sluiten op de LINE2 IN-aansluiting van dit apparaat, selecteert u "LINE2" (Zie Analoog audio-uitvoerapparaat gebruiken) voor de invoerinstelling van de analoge audio-ingangsaansluitingen (LINE2 IN/MAIN IN) van dit apparaat.
  • Wanneer u dit apparaat gebruikt als eindversterker (Zie Dit apparaat gebruiken als eindversterker), is de systeemregelfunctie voor het Technics-apparaat dat is aangesloten op de MAIN IN-aansluitingen uitgeschakeld.

Dit apparaat en het aangesloten apparaat omschakelen

  • Als u de afstandsbediening op dit apparaat richt en op [AMP ] drukt wanneer dit apparaat en het aangesloten apparaat in de stand-by modus staan, worden dit apparaat en het apparaat van de geselecteerde invoerbron die is ingesteld met "System Control" (Systeemregeling) tegelijkertijd ingeschakeld.
  • Als u de afstandsbediening op dit apparaat richt en op [AMP ] drukt wanneer dit apparaat en het aangesloten apparaat zijn ingeschakeld, gaan dit apparaat en het aangesloten apparaat naar de stand-by modus.
  • U kunt dit apparaat en het aangesloten apparaat ook omschakelen door op de stand-by/aan-knop op dit apparaat te drukken.

De invoerbron van dit apparaat automatisch omschakelen

Wanneer u een bewerking uitvoert, zoals afspelen op het aangesloten apparaat, wordt de invoerbron van dit apparaat automatisch overgeschakeld naar de bron die is ingesteld met "System Control" (Systeemregeling).

Probleemoplossing

Voordat u service aanvraagt, dient u de volgende controles uit te voeren. Indien u over bepaalde controlepunten onzeker bent, of indien de oplossingen in de volgende handleiding het probleem niet verhelpen, dient u uw dealer om instructies te vragen.

Warmteontwikkeling van dit apparaat
Dit apparaat wordt warm tijdens gebruik. Dit is geen storing.

Heeft u de meest recente firmware geïnstalleerd?
Panasonic verbetert voortdurend de firmware van het apparaat om ervoor te zorgen dat onze klanten van de nieuwste technologie genieten. (Zie Firmware-updates)

Om alle instellingen naar de fabrieksinstellingen te herstellen
Wanneer de volgende situaties zich voordoen, reset u het geheugen:

  • Er is geen reactie wanneer er op knoppen wordt gedrukt.
  • U wilt de inhoud van het geheugen wissen en opnieuw instellen.
  1. Druk op [AMP].
  2. Druk op [SETUP].
  3. Druk herhaaldelijk op [ ], [ ] om "Initialization" (Initialisatie) te selecteren en druk vervolgens op [OK].
    • Er verschijnt een bevestigingsscherm. Selecteer "Yes" (Ja) in de volgende stappen om alle instellingen naar de standaardwaarden te herstellen.
  4. Druk op [ ], [ ] om "Yes" (Ja) te selecteren en druk vervolgens op [OK].
  5. Druk op [ ], [ ] om "Yes" (Ja) te selecteren en druk vervolgens nogmaals op [OK].

Het apparaat werkt niet.
Bedieningen worden niet correct uitgevoerd.

  • Een van de veiligheidsvoorzieningen van het apparaat is mogelijk geactiveerd.
    1. Druk op [ ] op het apparaat om het apparaat in de stand-bystand te zetten.
      • Als het apparaat niet in de stand-bystand gaat, koppelt u het netsnoer los, wacht u minstens 3 minuten en sluit u het vervolgens weer aan.
    2. Druk op [ ] op het apparaat om het in te schakelen. Als het apparaat nog steeds niet kan worden bediend, raadpleeg dan de dealer.

Er is een "brommend" geluid te horen tijdens het afspelen.

  • Een netsnoer van een ander apparaat of een fluorescentielamp bevindt zich in de buurt van de kabels. Schakel andere apparaten uit of houd ze uit de buurt van de kabels van dit apparaat.
  • Een sterk magnetisch veld in de buurt van een tv of ander apparaat kan de geluidskwaliteit nadelig beïnvloeden. Houd dit apparaat uit de buurt van een dergelijke locatie.
  • De luidsprekers kunnen ruis produceren wanneer een apparaat in de buurt krachtige radiogolven uitzendt, bijvoorbeeld wanneer een mobiele telefoon in gesprek is.

Geen geluid.

  • Controleer het volume van dit apparaat en het aangesloten apparaat.
  • Controleer de aansluitingen op de luidsprekers en andere apparatuur.
  • Sluit luidsprekers aan en meet het uitgangssignaal van de versterker. (Zie De functie voor uitgangscorrectie gebruiken (LAPC))
  • Controleer de impedantie van de aangesloten luidsprekers.
  • Controleer of de juiste ingangsbron is geselecteerd.
  • Steek de stekkers van de aan te sluiten kabels helemaal in.
  • Bevestig de geluidsuitvoerinstelling. (Er wordt geen geluid uitgevoerd via de luidsprekers die zijn aangesloten op de luidsprekeruitgangsaansluitingen van dit apparaat terwijl "PRE OUT" is ingesteld op "On (Speaker: Off)" (Aan (Luidspreker: Uit)).) (Zie Een eindversterker of subwoofer aansluiten)
  • Het afspelen van meerkanaalsinhoud wordt niet ondersteund.
  • De digitale audio-ingangsaansluitingen van dit apparaat kunnen alleen lineaire PCM-signalen detecteren. Raadpleeg voor meer informatie de bedieningsinstructies van het apparaat.

Het geluid is vervormd.

  • Het instellen van "Attenuator" (Verzwakker) op "On" (Aan) volgens de analoge audio-ingang kan de geluidsvervorming minimaliseren. (Zie: Een draaitafel gebruiken, Een analoog audio-uitvoerapparaat gebruiken, Geluidsvervorming minimaliseren)
  • Het instellen van de verzwakker is niet beschikbaar voor het uitgang audiosignaal van de LINE OUT-aansluiting.

Het volume wordt automatisch gewijzigd.

  • Wanneer de ingangsbron wordt overgeschakeld naar "LINE2" of een andere bron van "MAIN IN" en het huidige volumeniveau hoger is dan het vorige niveau, wordt het volume automatisch aangepast. (Volumeknop draait automatisch.) (Zie Dit apparaat als eindversterker gebruiken)

Het apparaat schakelt automatisch over naar de stand-bystand.

  • Is de automatische uitschakelfunctie ingeschakeld? (Zie Geluidsaanpassing en andere instellingen)
  • Dit apparaat is voorzien van een beveiligingscircuit om schade veroorzaakt door warmteontwikkeling te voorkomen. Wanneer u dit apparaat gedurende een lange periode op een hoog volumeniveau gebruikt, kan het automatisch worden uitgeschakeld. Wacht tot dit apparaat is afgekoeld voordat u het weer inschakelt. (Gedurende ongeveer 3 minuten)

De instellingen zijn teruggezet naar de fabrieksinstellingen.

  • Het bijwerken van de firmware kan de instellingen resetten.

De piekvermogensmeter werkt niet.

  • In de volgende gevallen werkt deze meter niet:
    • Wanneer de hoofdtelefoon is aangesloten.
    • Wanneer het piekvermogensmeterlicht is uitgeschakeld door op [DIMMER] te drukken.
    • Wanneer dit apparaat is gedempt door op [MUTE] te drukken.
    • Wanneer "PRE OUT" is ingesteld op "On (Speaker: Off)" (Aan (Luidspreker: Uit)) (Zie Een eindversterker of subwoofer aansluiten)

De functie voor systeemcontrole werkt niet.

  • Gebruik de systeemverbindingskabel die bij het aangesloten apparaat is geleverd.
  • Sluit de systeemverbindingskabel aan op de systeemterminals (CONTROL). (Zie Systeemcontroleaansluiting)
  • Controleer de aansluiting van de systeemverbindingskabel, de audiokabel en de ingangsbron die is ingesteld met "System Control" (Systeemcontrole). (Zie Systeemcontroleaansluiting)
  • Sluit een Technics-apparaat aan dat de systeemcontrolefunctie ondersteunt (Network Audio Player, Compact Disc Player, enz.) op dit apparaat. Raadpleeg de volgende website voor meer informatie.www.technics.com/support/

De pc herkent dit apparaat niet.

  • Controleer uw besturingsomgeving. (Zie Een pc gebruiken)
  • Start de pc opnieuw op, zet dit apparaat in de stand-bystand en weer aan en sluit vervolgens de USB-kabel opnieuw aan.
  • Gebruik een andere USB-poort van de aangesloten pc.
  • Installeer de speciale USB-driver als u een pc met Windows gebruikt. (Zie Een pc gebruiken)

De afstandsbediening werkt niet goed.

  • De batterijen zijn leeg of verkeerd geplaatst. (Zie Afstandsbediening)
  • Om interferentie te voorkomen, plaats geen objecten voor de signaalsensor. (Zie Referentiehandleiding voor de bediening)
  • Als de afstandsbedieningsmodus van de afstandsbediening afwijkt van die van dit apparaat, stemt u de modus van de afstandsbediening af op de modus van dit apparaat. (Zie Afstandsbedieningsmodus)

Berichten

ATTENTION: MAX Output Setting (LET OP: Maximale uitgangsinstelling)

  • Tijdens het gebruik van dit apparaat als eindversterker, is de volumeaanpassing met dit apparaat uitgeschakeld.
  • Pas het volume beetje bij beetje aan met het aangesloten apparaat. (Zie Dit apparaat als eindversterker gebruiken)

AUTO OFF (Automatisch uitschakelen)

  • Het apparaat is ongeveer 20 minuten niet gebruikt en wordt binnen een minuut uitgeschakeld. Druk op een willekeurige knop om dit te annuleren. (Zie Geluidsaanpassing en andere instellingen)

Connect USB Device (Sluit USB-apparaat aan)

  • De firmware-download is mislukt.
  • Download de nieuwste firmware op het USB-flashgeheugen en probeer het opnieuw. (Zie Firmware-updates)

Disconnect PHONES (Koppel koptelefoon los)

  • Wanneer de hoofdtelefoon is aangesloten, wordt het meten van het uitgangssignaal van de versterker (LAPC) niet gestart.
  • Koppel de hoofdtelefoon los.
  • Als u een hoofdtelefoon aansluit tijdens het meten van het versterkersignaal of het corrigeren van de versterkeruitgang, wordt dit geannuleerd. (Zie De functie voor uitgangscorrectie gebruiken (LAPC))

"F " (" " staat voor een getal.)

  • Er is een afwijking opgetreden. (Als dit apparaat een afwijking detecteert, wordt het beveiligingscircuit geactiveerd en kan de stroom automatisch worden uitgeschakeld.)
    • Is het volume extreem hoog? Of staat dit apparaat op een extreem hete plaats?
      Wacht een paar seconden en schakel het apparaat vervolgens weer in. (Het beveiligingscircuit wordt gedeactiveerd.)

Load Fail (Laden mislukt)

  • De firmware kan niet worden gevonden op het USB-flashgeheugen.
  • Download de nieuwste firmware op het USB-flashgeheugen en probeer het opnieuw. (Zie Firmware-updates)

No Device (Geen apparaat)

  • USB-flashgeheugen met nieuwe firmware is niet aangesloten.
    Sluit het USB-flashgeheugen met nieuwe firmware aan. (Zie Firmware-updates)

Not Measured (Niet gemeten)

  • Het meten van het uitgangssignaal voor de functie voor uitgangscorrectie (LAPC) is nog niet uitgevoerd.
  • Meet het uitgangssignaal. (Zie De functie voor uitgangscorrectie gebruiken (LAPC))

Not Valid (Niet geldig)

  • De functie die u probeert te gebruiken, is niet beschikbaar met de huidige instellingen. Controleer de stappen en instellingen.

PHONES Connected (Koptelefoon aangesloten)

  • De hoofdtelefoon is aangesloten.
  • Er wordt geen geluid uitgevoerd via de hoofdtelefoonaansluiting en de luidsprekeruitgangsaansluitingen wanneer de hoofdtelefoon is aangesloten en "MAIN IN" is geselecteerd als ingangsbron van dit apparaat. (Zie Dit apparaat als eindversterker gebruiken)

"Remote " (" " staat voor een getal.)

  • De afstandsbediening en dit apparaat gebruiken verschillende modi.
    Wijzig de modus op de afstandsbediening. (Zie Afstandsbedieningsmodus)

Signal Overflow (Signaaloverloop)

  • Het geluid van de analoge audio-ingangsaansluitingen die in gebruik zijn, is vervormd. Selecteer "Attenuator" (Verzwakker) volgens de geselecteerde analoge audio-ingang en wijzig de instelling van de verzwakker in "On" (Aan). (Zie Een analoog audio-uitvoerapparaat gebruiken)

Unlocked (Ontgrendeld)

  • "COAX1", "COAX2", "OPT1", "OPT2" of "PC" is geselecteerd, maar er is geen apparaat aangesloten. Controleer de verbinding met het apparaat. (Zie Een digitaal audio-uitvoerapparaat gebruiken, Een pc gebruiken)
  • De samplingfrequentiecomponenten, enz. van de audiosignalen worden niet correct ingevoerd.
    • Raadpleeg "Formaatondersteuning" voor ondersteunde formaten. (Zie Specificaties)

USB Over Current Error (USB-overstroomfout)
Het USB-apparaat verbruikt te veel stroom.

  • Koppel het USB-apparaat los en sluit het opnieuw aan. (Zie Firmware-updates)
  • Zet het apparaat in de stand-bystand en weer aan.

VOLUME OK (" " staat voor een getal.)

  • Wanneer de ingangsbron wordt overgeschakeld naar "LINE2" of een andere bron van "MAIN IN", wordt het volumeniveau weergegeven na het overschakelen van de ingangsbron.
  • Bevestig en pas het volume aan voordat u op [OK] drukt.

Overige

Onderhoud van de unit

  • Trek de stekker van het netsnoer uit het stopcontact voor onderhoud. Reinig dit apparaat met een zachte doek.
  • Als er veel vuil is, wring dan een natte doek stevig uit om het vuil weg te vegen en veeg het daarna af met een zachte doek.
  • Gebruik geen oplosmiddelen zoals benzeen, verdunner, alcohol, keukenreinigingsmiddel, een chemische doek, enz. Dit kan ervoor zorgen dat de buitenkant vervormt of dat de coating loslaat.

Om dit apparaat over te dragen

  • Dit apparaat kan persoonlijke informatie bevatten. Voordat u dit apparaat weggooit of overdraagt, voert u het volgende uit om de gegevens, inclusief persoonlijke of geheime informatie, te verwijderen.
  • "To restore all settings to the factory defaults" ("Om alle instellingen terug te zetten naar de fabrieksinstellingen")

Specificaties

  • ALGEMEEN
Voeding AC 120 V, 60 Hz
Stroomverbruik 85 W
Stroomverbruik in stand-by modus Ongeveer. 0.3 W
Afmetingen (B×H×D) 430 mm (16 15/16") ×
148 mm (5 13/16") ×
428 mm (16 27/32")
Massa Ongeveer. 12.3 kg (27.2 lbs)
Bedrijfstemperatuurbereik 0°C tot +40°C
(+32°F tot +104°F)
Luchtvochtigheidsbereik tijdens bedrijf 35% tot 80% RH (geen condensatie)
  • VERSTERKER GEDEELTE
FTC-uitgangsvermogen 70 W + 70 W
(1 kHz, T.H.D. 0.5%, 8 Ω, 20 kHz LPF)
140 W + 140 W
(1 kHz, T.H.D. 0.5%, 4 Ω, 20 kHz LPF)
Belastingimpedantie 4 Ω - 16 Ω
Frequentiebereik
PHONO (MM) 20 Hz tot 20 kHz
(RIAA DEVIATION ±1 dB, 8 Ω)
LINE 5 Hz tot 80 kHz
(-3 dB, 8 Ω)
DIGITAL 5 Hz tot 90 kHz
(-3 dB, 8 Ω)
Ingangsgevoeligheid/Ingangsimpedantie
PHONO (MM) 2.5 mV / 47 kΩ
LINE 200 mV / 22 kΩ
  • AANSLUITINGEN
Koptelefoonaansluiting Stereo, Φ6.3 mm (1/4")
0.75 mW, 32 Ω
PC ACHTER USB Type B Connector
Analoge ingang
LINE IN ×2 Pin jack
PHONO (MM) Pin jack
Digitale ingang
OPT IN ×2 Optische terminal
COAX IN ×2 Pin jack
Formaatondersteuning LPCM
Analoge uitgang
LINE OUT Pin jack
PRE OUT Pin jack
Systeem poort
Systeembediening Φ 3.5 mm (1/8"), Jack
  • FORMAAT SECTIE
USB-B
USB-standaard USB 2.0 hoge snelheid
USB Audio Class 2.0,
Asynchrone modus
DSD-bedieningsmodus ASIO Native modus,
DoP-modus
  • Formaatondersteuning

Dit apparaat ondersteunt de volgende formaten.

  • Weergave van alle formaten die door dit apparaat worden ondersteund, is niet gegarandeerd.
  • Het afspelen van een formaat dat niet door dit apparaat wordt ondersteund, kan leiden tot schokkerige audio of ruis. Controleer in dergelijke gevallen of dit apparaat het formaat ondersteunt.
  • Bestandsinformatie (samplingfrequentie, enz.) die door dit apparaat en de afspeelsoftware wordt weergegeven, kan van elkaar verschillen.
PC (USB-B) *
Bestandsformaat Samplingfrequentie Bitrate / Aantal kwantiseringsbits
PCM 32/44.1/48/88.2/96/176.4/192/352.8/384 kHz 16/24/32 bit
DSD 2.8 MHz/5.6 MHz/11.2 MHz

*: Als u de speciale app downloadt en installeert, kunt u bestanden in uiteenlopende formaten afspelen. (Zie PC gebruiken)
Raadpleeg de bedieningsinstructies van de app voor meer informatie.

Opmerking

  • Specificaties kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
  • Massa en afmetingen zijn bij benadering.

BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES

Lees deze bedieningsinstructies zorgvuldig door voordat u het apparaat gebruikt. Volg de veiligheidsinstructies op het apparaat en de toepasselijke veiligheidsinstructies die hieronder worden vermeld. Bewaar deze bedieningsinstructies zodat u ze later kunt raadplegen.

  1. Lees deze instructies.
  2. Bewaar deze instructies.
  3. Neem alle waarschuwingen in acht.
  4. Volg alle instructies op.
  5. Gebruik dit apparaat niet in de buurt van water.
  6. Maak het apparaat alleen schoon met een droge doek.
  7. Blokkeer geen ventilatieopeningen. Installeer het apparaat in overeenstemming met de instructies van de fabrikant.
  8. Niet installeren in de buurt van warmtebronnen, zoals radiatoren, warmteroosters, fornuizen of andere apparaten (inclusief versterkers) die warmte produceren.
  9. Omzeil de veiligheidsfunctie van de gepolariseerde stekker of aardingsstekker niet. Een gepolariseerde stekker heeft twee pennen waarvan de ene breder is dan de andere. Een aardingsstekker heeft twee pennen en een derde aardingspen. De brede pen of de derde pen is bedoeld voor uw veiligheid. Als de meegeleverde stekker niet in uw stopcontact past, raadpleeg dan een elektricien om het verouderde stopcontact te vervangen.
  10. Zorg ervoor dat er niet op het netsnoer kan worden gelopen en dat het niet bekneld kan raken, met name bij stekkers, stopcontacten en het punt waar het snoer uit het apparaat komt.
  11. Gebruik alleen hulpstukken/accessoires die door de fabrikant zijn gespecificeerd.
  12. Gebruik het apparaat alleen met een kar, standaard, statief, beugel of tafel die is gespecificeerd door de fabrikant of die samen met het apparaat wordt verkocht. Als een kar wordt gebruikt, wees dan voorzichtig bij het verplaatsen van de combinatie kar/apparaat om letsel door kantelen te voorkomen.
    Voorzichtigheid bij het verplaatsen van de kar/apparaat combinatie om letsel door kantelen te voorkomen
  13. Haal de stekker van dit apparaat uit het stopcontact tijdens onweer of wanneer het apparaat lange tijd niet wordt gebruikt.
  14. Laat al het onderhoud over aan gekwalificeerd onderhoudspersoneel. Onderhoud is vereist wanneer het apparaat op enigerlei wijze is beschadigd, bijvoorbeeld als het netsnoer of de stekker is beschadigd, als er vloeistof is gemorst of er voorwerpen in het apparaat zijn gevallen, als het apparaat is blootgesteld aan regen of vocht, niet normaal werkt of is gevallen.

Waarschuwing
Apparaat

  • BrandgevaarRisico op elektrische schokken
    Om het risico op brand, elektrische schokken of schade aan het product te verminderen,
    • Stel dit apparaat niet bloot aan regen, vocht, druppels of spatten.
    • Plaats geen met vloeistof gevulde voorwerpen, zoals vazen, op dit apparaat.
    • Gebruik alleen de aanbevolen accessoires.
    • Verwijder geen afdekkingen.
    • Repareer dit apparaat niet zelf. Laat onderhoud over aan gekwalificeerd onderhoudspersoneel.
    • Laat geen metalen voorwerpen in dit apparaat vallen.
    • Plaats geen zware voorwerpen op dit apparaat.

Netsnoer

  • De stekker is het ontkoppelingsapparaat.
    Installeer dit apparaat zo dat de stekker onmiddellijk uit het stopcontact kan worden gehaald.
  • Risico op elektrische schokken Zorg ervoor dat de aardingspen op de stekker goed is aangesloten om elektrische schokken te voorkomen.
    • Een apparaat van KLASSE I moet worden aangesloten op een stopcontact met een beschermende aardverbinding.

Voorzichtig
Apparaat

  • Plaats geen open vuurbronnen, zoals brandende kaarsen, op dit apparaat.
  • Dit apparaat kan tijdens gebruik radiofrequentie-interferentie ontvangen die wordt veroorzaakt door mobiele telefoons. Als dergelijke interferentie optreedt, vergroot dan de afstand tussen dit apparaat en de mobiele telefoon.
  • Raak de bovenkant van dit apparaat niet aan. Dit apparaat wordt heet wanneer het is ingeschakeld.

Plaatsing

  • Plaats dit apparaat op een vlakke ondergrond.
  • BrandgevaarRisico op elektrische schokken
    Om het risico op brand, elektrische schokken of schade aan het product te verminderen,
    • Installeer of plaats dit apparaat niet in een boekenkast, inbouwkast of andere afgesloten ruimte. Zorg ervoor dat dit apparaat goed geventileerd is.
    • Blokkeer de ventilatieopeningen van dit apparaat niet met kranten, tafelkleden, gordijnen en soortgelijke artikelen.
    • Stel dit apparaat niet bloot aan direct zonlicht, hoge temperaturen, hoge luchtvochtigheid en overmatige trillingen.
  • Zorg ervoor dat de plaatsingslocatie stevig genoeg is om het gewicht van dit apparaat te dragen (zie Specificaties).
  • Houd uw luidsprekers minstens 10 mm (13/32") verwijderd van het systeem voor een goede ventilatie.
  • Til of draag dit apparaat niet vast aan de knoppen.
    Als u dit wel doet, kan dit apparaat vallen, wat kan leiden tot persoonlijk letsel of een storing van dit apparaat.

Batterij

  • Explosiegevaar als de batterij onjuist wordt vervangen. Vervang de batterij alleen door hetzelfde type dat door de fabrikant wordt aanbevolen.
  • Brandgevaar Een verkeerde behandeling van batterijen kan leiden tot lekkage van elektrolyt en kan brand veroorzaken.
    • Verwijder de batterij als u de afstandsbediening lange tijd niet wilt gebruiken. Bewaar de batterij op een koele, donkere plaats.
    • Verwarm de batterij niet en stel de batterij niet bloot aan open vuur.
    • Laat de batterij(en) niet lange tijd in een auto liggen die is blootgesteld aan direct zonlicht met gesloten deuren en ramen.
    • Haal de batterij niet uit elkaar en veroorzaak geen kortsluiting.
    • Laad alkaline- of mangaanbatterijen niet op.
    • Gebruik geen batterijen als de buitenkant is verwijderd.
    • Gebruik niet tegelijkertijd oude en nieuwe batterijen of verschillende typen batterijen.
  • Neem bij het weggooien van de batterijen contact op met uw plaatselijke autoriteiten of dealer en vraag naar de juiste manier van weggooien.

Voorzichtig
RISICO OP ELEKTRISCHE SCHOKKEN
NIET OPENEN


OM HET RISICO OP ELEKTRISCHE SCHOKKEN TE VERMINDEREN, MAG U DE SCHROEVEN NIET VERWIJDEREN.
ER ZIJN GEEN ONDERDELEN BINNENIN DIE DOOR DE GEBRUIKER KUNNEN WORDEN ONDERHOUDEN.
LAAT ONDERHOUD OVER AAN GEKWALIFICEERD ONDERHOUDSPERSONEEL.

Risico op elektrische schokken De bliksemflits met pijlpunt-symbool in een gelijkzijdige driehoek is bedoeld om de gebruiker te waarschuwen voor de aanwezigheid van niet-geïsoleerde "gevaarlijke spanning" in de behuizing van het product die groot genoeg kan zijn om een risico op elektrische schokken voor personen te vormen.
Waarschuwing Het uitroepteken in een gelijkzijdige driehoek is bedoeld om de gebruiker te waarschuwen voor de aanwezigheid van belangrijke bedienings- en onderhoudsinstructies (service) in de documentatie die bij het apparaat wordt geleverd.
  • De getoonde afbeeldingen kunnen afwijken van uw apparaat.

Als u vragen heeft, ga dan naar:
U.S.A.: http://shop.panasonic.com/support
Canada: www.panasonic.ca/english/support
Registreer online op http://shop.panasonic.com/support (alleen voor Amerikaanse klanten)

Referenties

Download handleiding

Hier kunt u de volledige pdf-versie van de handleiding downloaden. Deze kan aanvullende veiligheidsinstructies, garantie-informatie, FCC-regels, enz. bevatten.

Download Technics SU-G700 - Stereo Geïntegreerde Versterker Handleiding

Beschikbare talen

Inhoudsopgave