Nokia X100, TA-1399 Handleiding

Inhoud

Aan de slag

HOUD JE TELEFOON UP-TO-DATE

Je telefoonsoftware
Houd je telefoon up-to-date en accepteer beschikbare software-updates om nieuwe en verbeterde functies voor je telefoon te krijgen. Het updaten van de software kan ook de prestaties van je telefoon verbeteren.

TOETSEN EN ONDERDELEN

Je telefoon
Overzicht van toetsen en onderdelen
Deze gebruikershandleiding is van toepassing op het volgende model: TA-1399.

  1. Camera
  2. Flitser
  3. Google Assistant/Google Search-toets*
  4. Sleuf voor simkaart en geheugenkaart
  5. Camera aan de voorkant
  6. Oortelefoon
  7. Microfoon
  8. Volumetoetsen
  9. Aan/uit-toets, vingerafdruksensor
  10. USB-connector
  11. Headsetconnector
  12. Microfoon
  13. Luidspreker

Sommige accessoires die in deze gebruikershandleiding worden genoemd, zoals een oplader, headset of datakabel, kunnen afzonderlijk worden verkocht.
*Google Assistant is niet in alle talen en landen beschikbaar. Waar niet beschikbaar, wordt Google Assistant vervangen door Google Search. Controleer de beschikbaarheid op https://support.google.com/assistant.

Onderdelen en connectoren, magnetisme

Maak geen verbinding met producten die een uitgangssignaal creëren, omdat dit het apparaat kan beschadigen. Sluit geen spanningsbron aan op de audio-aansluiting. Als je een extern apparaat of headset, anders dan die zijn goedgekeurd voor gebruik met dit apparaat, aansluit op de audio-aansluiting, let dan goed op het volume.
Onderdelen van het apparaat zijn magnetisch. Metalen materialen kunnen worden aangetrokken tot het apparaat. Plaats geen creditcards of andere magnetische stripkaarten voor langere tijd in de buurt van het apparaat, omdat de kaarten kunnen worden beschadigd.

DE SIM- EN GEHEUGENKAARTEN PLAATSEN

De kaarten plaatsen
De kaarten plaatsen

  1. Open de simkaartlade: duw de pin van de lade-opener in het gat van de lade en schuif de lade eruit.
  2. Plaats de nano-sim in de simkaartsleuf op de lade met het contactvlak naar beneden.
  3. Als je een geheugenkaart hebt, plaats je deze in de geheugenkaartsleuf.
  4. Schuif de lade terug naar binnen.


Verwijder de geheugenkaart niet wanneer een app deze gebruikt. Dit kan de geheugenkaart en het apparaat beschadigen en gegevens die op de kaart zijn opgeslagen, beschadigen.
Tip: Gebruik een snelle microSD-geheugenkaart van maximaal 512 GB van een bekende fabrikant.

JE TELEFOON OPLADEN

De batterij opladen

  1. Steek een compatibele oplader in een stopcontact.
  2. Sluit de kabel aan op je telefoon.

Je telefoon ondersteunt de USB-C-kabel. Je kunt je telefoon ook opladen vanaf een computer met een USB-kabel, maar het kan langer duren.
Als de batterij volledig leeg is, kan het enkele minuten duren voordat de oplaadindicator wordt weergegeven.

JE TELEFOON INSCHAKELEN EN INSTELLEN

Wanneer je je telefoon voor de eerste keer inschakelt, begeleidt je telefoon je bij het instellen van je netwerkverbindingen en telefooninstellingen.

Je telefoon inschakelen

  1. Om je telefoon in te schakelen, houd je de aan/uit-toets ingedrukt totdat de telefoon trilt.
  2. Wanneer de telefoon is ingeschakeld, kies je je taal en regio.
  3. Volg de instructies die op je telefoon worden weergegeven.

Gegevens overzetten van je vorige telefoon

Je kunt gegevens van een oude telefoon overzetten naar je nieuwe telefoon met behulp van je Google-account.
Raadpleeg de gebruikershandleiding van je oude telefoon om gegevens op je oude telefoon te back-uppen naar je Google-account.

App-instellingen herstellen van je vorige Android™-telefoon

Als je vorige telefoon een Android was en de back-up naar een Google-account is ingeschakeld, kun je je app-instellingen en wifi-wachtwoorden herstellen.

  1. Tik op Instellingen > Accounts > Account toevoegen > Google.
  2. Selecteer welke gegevens je op je nieuwe telefoon wilt herstellen. De synchronisatie start automatisch zodra je telefoon is verbonden met internet.

JE TELEFOON VERGRENDELEN OF ONTGRENDELEN

Je telefoon vergrendelen
Als je wilt voorkomen dat je per ongeluk belt wanneer je telefoon in je zak of tas zit, kun je je toetsen en scherm vergrendelen.
Om je toetsen en scherm te vergrendelen, druk je op de aan/uit-toets.

De toetsen en het scherm ontgrendelen
Druk op de aan/uit-toets en veeg omhoog over het scherm. Geef indien gevraagd aanvullende inloggegevens op.

HET TOUCHSCREEN GEBRUIKEN


Vermijd krassen op het touchscreen. Gebruik nooit een echte pen, potlood of ander scherp voorwerp op het touchscreen.

Tik en houd vast om een item te slepen
Plaats je vinger een paar seconden op het item en schuif je vinger over het scherm.

Veeg
Plaats je vinger op het scherm en schuif je vinger in de gewenste richting.
Het touchscreen gebruiken - Stap 1 - Veeg

Door een lange lijst of menu bladeren
Schuif je vinger snel in een bewegende beweging omhoog of omlaag over het scherm en til je vinger op. Tik op het scherm om het scrollen te stoppen.

In- of uitzoomen
Plaats 2 vingers op een item, zoals een kaart, foto of webpagina, en schuif je vingers uit elkaar of naar elkaar toe.
Het touchscreen gebruiken - Stap 2 - In- of uitzoomen

De schermoriëntatie vergrendelen
Het scherm draait automatisch wanneer je de telefoon 90 graden draait.
Om het scherm in de portretmodus te vergrendelen, veeg je omlaag vanaf de bovenkant van het scherm en tik je op Automatisch draaien.

Navigeren met gebaren
Om navigeren met gebaren in te schakelen, tik je op Instellingen > Systeem > Gebaren > Systeemnavigatie > Navigatie met gebaren.

  • Om al je apps te zien, veeg je omhoog vanaf de onderkant van het scherm.
  • Om naar het startscherm te gaan, veeg je omhoog vanaf de onderkant van het scherm. De app waarin je zat, blijft op de achtergrond geopend.
  • Om te zien welke apps je open hebt, veeg je omhoog vanaf de onderkant van het scherm zonder je vinger los te laten totdat je de apps ziet, en laat je vervolgens je vinger los. Om naar een andere geopende app te schakelen, tik je op de app. Om alle geopende apps te sluiten, veeg je rechts door alle apps en tik je op ALLES WISSEN.
  • Om terug te gaan naar het vorige scherm waarin je zat, veeg je vanaf de rechter- of linkerrand van het scherm. Je telefoon onthoudt alle apps en websites die je hebt bezocht sinds de laatste keer dat je scherm was vergrendeld.

Navigeren met toetsen
Om de navigatietoetsen in te schakelen, tik je op Instellingen > Systeem > Gebaren > Systeemnavigatie > Navigatie met 3 knoppen.

  • Om al je apps te zien, veeg je omhoog vanaf de onderkant van het scherm.
  • Om naar het startscherm te gaan, tik je op de startknop. De app waarin je zat, blijft op de achtergrond geopend.
  • Om te zien welke apps je open hebt, tik je op . Om naar een andere geopende app te schakelen, veeg je naar rechts en tik je op de app. Om alle geopende apps te sluiten, veeg je rechts door alle apps en tik je op ALLES WISSEN.
  • Om terug te gaan naar het vorige scherm waarin je zat, tik je op . Je telefoon onthoudt alle apps en websites die je hebt bezocht sinds de laatste keer dat je scherm was vergrendeld.

Basisinformatie

JE TELEFOON PERSONALISEREN

Je achtergrond wijzigen
Tik op Instellingen > Display > Geavanceerd > Achtergrond.

Je telefoonbeltoon wijzigen
Tik op Instellingen > Geluid > Beltoon telefoon en selecteer de beltoon.

Het meldingsgeluid van je bericht wijzigen
Tik op Instellingen > Geluid > Geavanceerd > Standaard meldingsgeluid.

MELDINGEN

Het meldingenpaneel gebruiken

Wanneer je nieuwe meldingen ontvangt, zoals berichten of gemiste oproepen, verschijnen er pictogrammen aan de bovenkant van het scherm.
Om meer informatie over de meldingen te zien, veeg je omlaag vanaf de bovenkant van het scherm. Om de weergave te sluiten, veeg je omhoog op het scherm.
Om de meldingsinstellingen van een app te wijzigen, tik je op Instellingen > Apps en meldingen, tik je op de app-naam en Meldingen.

De pictogrammen voor snelle instellingen gebruiken

Om functies te activeren, tik je op de pictogrammen voor snelle instellingen in het meldingenpaneel. Om meer pictogrammen te zien, sleep je het menu omlaag.
Om de pictogrammen opnieuw te rangschikken, tik je op , tik je op een pictogram en houd je dit vast en sleep je het vervolgens naar een andere locatie.

VOLUME REGELEN

Het volume wijzigen
Als je moeite hebt om je telefoon te horen rinkelen in een lawaaierige omgeving, of als gesprekken te luid zijn, kun je het volume naar wens wijzigen met behulp van de volumetoetsen aan de zijkant van je telefoon.
Maak geen verbinding met producten die een uitgangssignaal creëren, omdat dit het apparaat kan beschadigen. Sluit geen spanningsbron aan op de audio-aansluiting. Als je een extern apparaat of headset, anders dan die zijn goedgekeurd voor gebruik met dit apparaat, aansluit op de audio-aansluiting, let dan goed op het volume.

Het volume voor media en apps wijzigen
Druk op een volumetoets aan de zijkant van je telefoon om de volumestatusbalk te zien, tik op en sleep de schuifregelaar op de volumebalk voor media en apps naar links of rechts.

De telefoon op stil zetten
Om de telefoon op stil te zetten, druk je op de volume-omlaagtoets, tik je op om je telefoon alleen op trillen te zetten en tik je op om hem op stil te zetten.

AUTOMATISCHE TEKSTCORRECTIE

Woordsuggesties van het toetsenbord gebruiken
Je telefoon suggereert woorden terwijl je schrijft, om je te helpen snel en nauwkeuriger te schrijven. Woordsuggesties zijn mogelijk niet in alle talen beschikbaar.
Wanneer je begint met het schrijven van een woord, stelt je telefoon mogelijke woorden voor. Wanneer het woord dat je wilt in de suggestiebalk wordt weergegeven, selecteer je het woord. Om meer suggesties te zien, tik je op de suggestie en houd je deze vast.
Tip: Als het voorgestelde woord vetgedrukt is, gebruikt je telefoon het automatisch om het woord dat je hebt geschreven te vervangen. Als het woord verkeerd is, tik je erop en houd je het vast om een paar andere suggesties te zien. Als je niet wilt dat het toetsenbord woorden suggereert tijdens het typen, schakel je de tekstcorrecties uit. Tik op Instellingen > Systeem > Talen en invoer > Schermtoetsenbord. Selecteer het toetsenbord dat je normaal gebruikt. Tik op Tekstcorrectie en schakel de tekstcorrectiemethoden uit die je niet wilt gebruiken.

Een woord corrigeren
Als je merkt dat je een woord verkeerd hebt gespeld, tik je erop om suggesties te zien voor het corrigeren van het woord.

De spellingcontrole uitschakelen
Tik op Instellingen > Systeem > Talen en invoer > Geavanceerd > Spellingcontrole en schakel Spellingcontrole gebruiken uit.

GOOGLE ASSISTANT

Google Assistant is alleen beschikbaar in geselecteerde markten en talen. Waar niet beschikbaar, wordt Google Assistant vervangen door Google Search. Controleer de beschikbaarheid op https://support.google.com/assistant. Google Assistant kan je bijvoorbeeld helpen bij het online zoeken van informatie, het vertalen van woorden en zinnen, het maken van notities en agenda-afspraken. Je kunt Google Assistant zelfs gebruiken als je telefoon is vergrendeld. Google Assistant vraagt je echter om je telefoon te ontgrendelen voordat je toegang krijgt tot je persoonlijke gegevens.

De Google Assistant-toets gebruiken
Om toegang te krijgen tot de Google Assistant-services, gebruik je de Google Assistant-toets aan de zijkant van je telefoon:

  • Druk één keer op de toets om Google Assistant te starten.
  • Houd de toets ingedrukt om met Google Assistant te spreken. Stel je vraag en laat de toets los. Je ziet het antwoord van Google Assistant op het scherm van je telefoon.

Als je land of regio Google Assistant niet ondersteunt, kun je de Google Assistant-toets nog steeds gebruiken:

  • Druk één keer op de toets om Google Search te openen.
  • Houd de toets ingedrukt om Google Voice Search te gebruiken. Stel je vraag en laat de toets los. Je ziet het antwoord van Google op het scherm van je telefoon.

De Google Assistant-toets uitschakelen
Om de Google Assistant-toets uit te schakelen, tik je op Instellingen > Systeem > Gebaren > Google Assistant-knop en schakel je Google Assistant-knop uit.

BATTERIJLEVENSDUUR

Je kunt stappen ondernemen om energie te besparen op je telefoon.

De batterijlevensduur verlengen
Om energie te besparen:

  1. Laad de batterij altijd volledig op.
  2. Zet onnodige geluiden, zoals aanraakgeluiden, uit. Tik op Instellingen > Geluid > Geavanceerd en selecteer onder Andere geluiden en trillingen welke geluiden je wilt behouden.
  3. Gebruik een bedrade hoofdtelefoon in plaats van de luidspreker.
  4. Stel in dat het telefoonscherm na korte tijd wordt uitgeschakeld. Tik op Instellingen > Display > Geavanceerd > Time-out scherm en selecteer de tijd.
  5. Tik op Instellingen > Display > Helderheidsniveau. Om de helderheid aan te passen, sleep je de schuifregelaar voor het helderheidsniveau. Zorg ervoor dat Adaptieve helderheid is uitgeschakeld.
  6. Voorkom dat apps op de achtergrond worden uitgevoerd.
  7. Gebruik locatieservices selectief: schakel locatieservices uit wanneer je ze niet nodig hebt. Tik op Instellingen > Locatie en schakel Locatie gebruiken uit.
  8. Gebruik netwerkverbindingen selectief: schakel Bluetooth alleen in wanneer dat nodig is. Gebruik een wifi-verbinding om verbinding te maken met internet in plaats van een mobiele dataverbinding. Voorkom dat je telefoon scant naar beschikbare draadloze netwerken. Tik op Instellingen > Netwerk en internet > Wifi en schakel Wifi gebruiken uit. Als je naar muziek luistert of je telefoon anderszins gebruikt, maar geen oproepen wilt plaatsen of ontvangen, schakel je de vliegtuigmodus in. Tik op Instellingen > Netwerk en internet > Vliegtuigmodus. De vliegtuigmodus sluit verbindingen met het mobiele netwerk en schakelt de draadloze functies van je apparaat uit.

TOEGANKELIJKHEID

Je kunt verschillende instellingen wijzigen om het gebruik van je telefoon gemakkelijker te maken.

De lettergrootte vergroten of verkleinen
Wil je grotere lettertypen op je telefoon hebben?

  1. Tik op Instellingen > Toegankelijkheid.
  2. Tik op Lettergrootte. Om de lettergrootte te vergroten of verkleinen, sleep je de schuifregelaar voor het lettergrootteniveau.

De weergavegrootte vergroten of verkleinen
Wil je de items op je scherm kleiner of groter maken?

  1. Tik op Instellingen > Toegankelijkheid.
  2. Tik op Weergavegrootte en sleep de schuifregelaar voor het weergavegrootteniveau om de weergavegrootte aan te passen.

FM-RADIO

Om naar de radio te luisteren, moet je een compatibele headset op de telefoon aansluiten. De headset fungeert als antenne. De headset kan afzonderlijk worden verkocht.

Naar FM-radio luisteren
Nadat je de headset hebt aangesloten, tik je op FM-radio.

  • Om de radio in te schakelen, tik je op .
  • Om radiozenders te zoeken, tik je op > Scannen.
  • Om naar een andere zender te schakelen, schuif je de kanaalfrequentierij naar links of rechts.
  • Om een zender op te slaan, tik je op .
  • Om de radio uit te schakelen, tik je op .

Tip voor probleemoplossing: Als de radio niet werkt, controleer je of de headset goed is aangesloten.

Contact maken met vrienden en familie

BELLEN

Bellen

  1. Tik op .
  2. Tik op en voer een nummer in, of tik op en selecteer een contactpersoon die je wilt bellen.
  3. Tik op .

Een oproep beantwoorden
Als je telefoon overgaat wanneer het scherm is ontgrendeld, tik je op ANSWER (BEANTWOORDEN). Als je telefoon overgaat wanneer het scherm is vergrendeld, swipe je omhoog om te beantwoorden.

Een oproep weigeren
Als je telefoon overgaat wanneer het scherm is ontgrendeld, tik je op DECLINE (WEIGEREN). Als je telefoon overgaat wanneer het scherm is vergrendeld, swipe je omlaag om de oproep te weigeren.

CONTACTEN

Een contactpersoon opslaan vanuit de oproepgeschiedenis

  1. Tik op > om je oproepgeschiedenis te bekijken.
  2. Tik op het nummer dat je wilt opslaan.
  3. Als dit een nieuwe contactpersoon is, tik je op Create new contact (Nieuwe contactpersoon maken), voer je de contactgegevens in en tik je op SAVE (OPSLAAN). Als deze contactpersoon al in je lijst met contactpersonen staat, tik je op Add to a contact (Toevoegen aan een contactpersoon), selecteer je de contactpersoon en tik je op SAVE (OPSLAAN).

Een contactpersoon toevoegen

  1. Tik op Contacts (Contacten) > .
  2. Vul de gegevens in.
  3. Tik op Save (Opslaan).

BERICHTEN VERZENDEN

Een bericht verzenden

  1. Tik op Messages (Berichten).
  2. Tik op .
  3. Om een ontvanger toe te voegen, tik je op , voer je het nummer in en tik je op . Om een ontvanger uit je lijst met contactpersonen toe te voegen, begin je de naam te typen en tik je op de contactpersoon.
  4. Om meer ontvangers toe te voegen, tik je op . Nadat je alle ontvangers hebt gekozen, tik je op .
  5. Schrijf je bericht in het tekstvak.
  6. Tik op .

MAIL

Je kunt onderweg mail verzenden met je telefoon.

Een mailaccount toevoegen
Wanneer je de app Gmail voor het eerst gebruikt, wordt je gevraagd om je e-mailaccount in te stellen.

  1. Tik op Gmail.
  2. Je kunt het adres selecteren dat is verbonden met je Google-account of op Een e-mailadres toevoegen tikken.
  3. Nadat je alle accounts hebt toegevoegd, tik je op NAAR GMAIL.

Mail verzenden

  1. Tik op Gmail.
  2. Tik op .
  3. Typ in het vak To (Aan) een adres of tik op > Add from Contacts (Toevoegen uit contactpersonen).
  4. Typ het onderwerp van het bericht en de mail.
  5. Tik op .

Camera

BASISFUNCTIES CAMERA

Een foto maken
Maak scherpe en levendige foto's en leg de mooiste momenten vast in je fotoalbum.

  1. Tik op Camera.
  2. Richt en focus.
  3. Tik op .

Een selfie maken

  1. Tik op Camera > om over te schakelen naar de camera aan de voorkant.
  2. Tik op .

Foto's maken met een timer

  1. Tik op Camera.
  2. Tik op en selecteer de tijd.
  3. Tik op .

VIDEO'S

Een video opnemen

  1. Tik op Camera.
  2. Om over te schakelen naar de video-opnamemodus, tik je op Video.
  3. Tik op om de opname te starten.
  4. Om de opname te stoppen, tik je op .
  5. Om terug te gaan naar de cameramodus, tik je op Photo (Foto).

JE FOTO'S EN VIDEO'S

Foto's en video's bekijken op je telefoon
Tik op Photos (Foto's).

Je foto's en video's naar je computer kopiëren
Wil je je foto's of video's op een groter scherm bekijken? Verplaats ze naar je computer.
Je kunt de bestandsbeheerder van je computer gebruiken om je foto's en video's naar de computer te kopiëren of te verplaatsen.
Verbind je telefoon met de computer met een compatibele USB-kabel. Om het type USB-verbinding in te stellen, open je het meldingenpaneel en tik je op de USB-melding.

Je foto's en video's delen

  1. Tik op Photos (Foto's), tik op de foto die je wilt delen en tik op .
  2. Selecteer hoe je de foto of video wilt delen.

Internet en verbindingen

WI-FI ACTIVEREN

Een Wi-Fi-verbinding is over het algemeen sneller en goedkoper dan een mobiele dataverbinding. Als zowel Wi-Fi- als mobiele dataverbindingen beschikbaar zijn, gebruikt je telefoon de Wi-Fi-verbinding.

Wi-Fi inschakelen

  1. Tik op Settings > Network & internet > Wi-Fi (Instellingen > Netwerk en internet > Wi-Fi).
  2. Zet Use Wi-Fi (Wi-Fi gebruiken) aan.
  3. Selecteer de verbinding die je wilt gebruiken.

Je Wi-Fi-verbinding is actief wanneer op de statusbalk bovenaan het scherm wordt weergegeven.

Gebruik versleuteling om de beveiliging van je Wi-Fi-verbinding te verhogen. Het gebruik van versleuteling vermindert het risico dat anderen toegang krijgen tot je gegevens.
Tip: Als je locaties wilt volgen wanneer satellietsignalen niet beschikbaar zijn, bijvoorbeeld wanneer je binnenshuis bent of tussen hoge gebouwen, schakel je Wi-Fi in om de nauwkeurigheid van de positionering te verbeteren.

OP HET WEB SURFEN

Op het web zoeken

  1. Tik op Chrome.
  2. Schrijf een zoekwoord of een webadres in het zoekveld.
  3. Tik op of selecteer uit de voorgestelde overeenkomsten.

Tip: Als je netwerkserviceprovider je geen vast bedrag in rekening brengt voor gegevensoverdracht, gebruik dan een Wi-Fi-netwerk om verbinding te maken met internet om te besparen op datakosten.

Je telefoon gebruiken om je computer met het web te verbinden
Gebruik je mobiele dataverbinding om met je laptop of ander apparaat toegang te krijgen tot internet.

  1. Tik op Settings > Network & internet > Hotspot & tethering (Instellingen > Netwerk en internet > Hotspot en tethering).
  2. Schakel Wi-Fi hotspot in om je mobiele dataverbinding via Wi-Fi te delen, USB tethering om een USB-verbinding te gebruiken, Bluetooth tethering om Bluetooth te gebruiken of Ethernet tethering om een USB-Ethernet-kabelverbinding te gebruiken.

BLUETOOTH®

Je kunt draadloos verbinding maken met andere compatibele apparaten, zoals telefoons, computers, headsets en car kits. Je kunt je foto's ook naar compatibele telefoons of naar je computer verzenden.

Verbinding maken met een Bluetooth-apparaat
Je kunt je telefoon met veel handige Bluetooth-apparaten verbinden. Met bijvoorbeeld een draadloze headset (apart verkrijgbaar) kun je handsfree telefoneren – je kunt doorgaan met wat je aan het doen was, zoals werken op je computer, tijdens een gesprek. Het verbinden van een telefoon met een Bluetooth-apparaat wordt koppelen genoemd.

  1. Tik op Settings > Connected devices > Connection preferences > Bluetooth (Instellingen > Verbonden apparaten > Verbindingsvoorkeuren > Bluetooth).
  2. Zet Bluetooth op On (Aan).
  3. Zorg ervoor dat het andere apparaat is ingeschakeld. Mogelijk moet je het koppelingsproces vanaf het andere apparaat starten. Zie de gebruikershandleiding voor het andere apparaat voor meer informatie.
  4. Tik op Pair new device (Nieuw apparaat koppelen) en tik op het apparaat dat je wilt koppelen in de lijst met gedetecteerde Bluetooth-apparaten.
  5. Mogelijk moet je een toegangscode invoeren. Zie de gebruikershandleiding voor het andere apparaat voor meer informatie.

Aangezien apparaten met draadloze Bluetooth-technologie via radiogolven communiceren, hoeven ze zich niet in een directe zichtlijn te bevinden. Bluetooth-apparaten moeten echter binnen 10 meter (33 voet) van elkaar zijn, hoewel de verbinding kan worden blootgesteld aan interferentie van obstakels zoals muren of van andere elektronische apparaten.
Gekoppelde apparaten kunnen verbinding maken met je telefoon wanneer Bluetooth is ingeschakeld. Andere apparaten kunnen je telefoon alleen detecteren als de Bluetooth-instellingenweergave is geopend.
Maak geen verbinding met of accepteer geen verbindingsverzoeken van een onbekend apparaat. Dit helpt om je telefoon te beschermen tegen schadelijke inhoud.

Je inhoud delen via Bluetooth
Als je je foto's of andere inhoud met een vriend wilt delen, stuur ze dan via Bluetooth naar de telefoon van je vriend.
Je kunt meer dan één Bluetooth-verbinding tegelijk gebruiken. Tijdens het gebruik van een Bluetooth-headset kun je bijvoorbeeld nog steeds dingen naar een andere telefoon verzenden.

  1. Tik op Settings > Connected devices > Connection preferences > Bluetooth (Instellingen > Verbonden apparaten > Verbindingsvoorkeuren > Bluetooth).
  2. Zorg ervoor dat Bluetooth op beide telefoons is ingeschakeld en dat de telefoons zichtbaar zijn voor elkaar.
  3. Ga naar de inhoud die je wilt verzenden en tik op > Bluetooth.
  4. Tik in de lijst met gevonden Bluetooth-apparaten op de telefoon van je vriend.
  5. Als de andere telefoon een toegangscode nodig heeft, typ of accepteer dan de toegangscode en tik op PAIR (KOPPELEN).

De toegangscode wordt alleen gebruikt wanneer je voor het eerst verbinding maakt met iets.

Een koppeling verwijderen
Als je het apparaat waarmee je je telefoon hebt gekoppeld niet meer hebt, kun je de koppeling verwijderen.

  1. Tik op Settings > Connected devices > PREVIOUSLY CONNECTED DEVICES (Instellingen > Verbonden apparaten > EERDER VERBONDEN APPARATEN).
  2. Tik op naast een apparaatnaam.
  3. Tik op FORGET (VERGETEN).

NFC

Verken de wereld om je heen. Als je telefoon Near Field Communication (NFC) ondersteunt, kun je op accessoires tikken om er verbinding mee te maken en op tags tikken om iemand te bellen of een website te openen. De NFC-functionaliteit kan worden gebruikt met een aantal specifieke services en technologieën, zoals tikken om te betalen met je apparaat. Deze services zijn mogelijk niet beschikbaar in jouw regio. Neem contact op met je netwerkserviceprovider voor meer informatie over de beschikbaarheid van deze services.

Aan de slag met NFC
Schakel de NFC-functies in je telefoon in en begin met tikken om dingen te delen of verbinding te maken met apparaten. Om te zien of je telefoon NFC ondersteunt, tik je op Settings > Connected devices > Connection Preferences (Instellingen > Verbonden apparaten > Verbindingsvoorkeuren).
Met NFC kun je:

  • Verbinding maken met compatibele Bluetooth-accessoires die NFC ondersteunen, zoals een headset of een draadloze luidspreker.
  • Op tags tikken om meer inhoud voor je telefoon te krijgen of om toegang te krijgen tot online services.
  • Betalen met je telefoon, indien ondersteund door je netwerkserviceprovider.

Het NFC-gebied bevindt zich op de achterkant van je telefoon. Tik met het NFC-gebied op andere telefoons, accessoires, tags of lezers.

  1. Tik op Settings > Connected devices > Connection preferences > NFC (Instellingen > Verbonden apparaten > Verbindingsvoorkeuren > NFC).
  2. Zet NFC aan.

Voordat je NFC gebruikt, moet je ervoor zorgen dat het scherm en de toetsen zijn ontgrendeld.

NFC-tags lezen
NFC-tags kunnen informatie bevatten, zoals een webadres, een telefoonnummer of een visitekaartje. De informatie die je wilt, is slechts één tik verwijderd.
Om een tag te lezen, tik je met het NFC-gebied van je telefoon op de tag.
Opmerking: Betalings- en ticketing-apps en -services worden geleverd door derden. HMD Global biedt geen garantie en aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid voor dergelijke apps of services, inclusief ondersteuning, functionaliteit, transacties of verlies van geldelijke waarde. Mogelijk moet je de kaarten die je hebt toegevoegd, evenals de betalings- of ticketing-app, opnieuw installeren en activeren na reparatie van je apparaat.

Verbinding maken met een Bluetooth-accessoire met NFC
Heb je je handen vol? Gebruik een headset. Of waarom niet naar muziek luisteren via draadloze luidsprekers? Je hoeft alleen maar met het compatibele accessoire op je telefoon te tikken.

  1. Tik met het NFC-gebied van het accessoire op het NFC-gebied van je telefoon.*
  2. Volg de instructies op het scherm.

*Accessoires worden afzonderlijk verkocht. De beschikbaarheid van accessoires varieert per regio.

De verbinding met het verbonden accessoire verbreken
Als je niet langer verbinding hoeft te hebben met het accessoire, kun je de verbinding met het accessoire verbreken.
Tik nogmaals op het NFC-gebied van het accessoire.
Zie de gebruikershandleiding van het accessoire voor meer informatie.

VPN

Mogelijk heb je een virtuele particuliere netwerkverbinding (VPN) nodig om toegang te krijgen tot je bedrijfsbronnen, zoals intranet of bedrijfsmail, of je kunt een VPN-service gebruiken voor persoonlijke doeleinden.
Neem contact op met de IT-beheerder van je bedrijf voor meer informatie over je VPN-configuratie of raadpleeg de website van je VPN-service voor meer informatie.

Een veilige VPN-verbinding gebruiken

  1. Tik op Settings > Network & Internet > Advanced > VPN (Instellingen > Netwerk en internet > Geavanceerd > VPN).
  2. Om een VPN-profiel toe te voegen, tik je op .
  3. Voer de profielinformatie in zoals aangegeven door de IT-beheerder van je bedrijf of de VPN-service.

Een VPN-profiel bewerken

  1. Tik op naast een profielnaam.
  2. Wijzig de informatie naar behoefte.

Een VPN-profiel verwijderen

  1. Tik op naast een profielnaam.
  2. Tik op FORGET (VERGETEN).

Je dag organiseren

DATUM EN TIJD

Datum en tijd instellen
Tik op Settings > System > Date & time (Instellingen > Systeem > Datum en tijd).

De tijd en datum automatisch bijwerken
Je kunt je telefoon instellen om de tijd, datum en tijdzone automatisch bij te werken. Automatische update is een netwerkservice en is mogelijk niet beschikbaar, afhankelijk van je regio of netwerkserviceprovider.

  1. Tik op Settings > System > Date & time (Instellingen > Systeem > Datum en tijd).
  2. Zet Use network-provided time (Door netwerk geleverde tijd gebruiken) aan.
  3. Zet Use network-provided time zone (Door netwerk geleverde tijdzone gebruiken) aan.

De klok wijzigen in de 24-uursnotatie
Tik op Settings > System > Date & time (Instellingen > Systeem > Datum en tijd) en zet Use 24-hour format (24-uursnotatie gebruiken) aan.

WEKKER

Een alarm instellen

  1. Tik op Clock > Alarm (Klok > Alarm).
  2. Om een alarm toe te voegen, tik je op .
  3. Om een alarm te wijzigen, tik je erop. Om het alarm op specifieke datums te laten herhalen, vink je Repeat (Herhalen) aan en markeer je de dagen van de week.

Een alarm uitschakelen
Wanneer het alarm afgaat, swipe je het alarm naar rechts.

AGENDA

Houd de tijd bij en leer hoe je je afspraken, taken en schema's up-to-date kunt houden.

Agenda's beheren
Tik op Calendar (Agenda) > en selecteer welk type agenda je wilt zien.
Agenda's worden automatisch toegevoegd wanneer je een account aan je telefoon toevoegt. Om een nieuw account met een agenda toe te voegen, ga je naar het apps-menu en tik je op Settings > Accounts > Add account (Instellingen > Accounts > Account toevoegen).

Een gebeurtenis toevoegen
Om een afspraak of een gebeurtenis te onthouden, voeg je deze toe aan je agenda.

  1. Tik in Calendar (Agenda) op en selecteer het type vermelding.
  2. Voer de gewenste details in en stel de tijd in.
  3. Om een gebeurtenis op bepaalde dagen te laten herhalen, tik je op Does not repeat (Wordt niet herhaald) en selecteer je hoe vaak de gebeurtenis moet worden herhaald.
  4. Om een herinnering in te stellen, tik je op Add notification (Melding toevoegen), stel je de tijd in en tik je op Done (Klaar).
  5. Tik op Save (Opslaan).

Tip: Om een gebeurtenis te bewerken, tik je op de gebeurtenis en en bewerk je de details.

Een afspraak verwijderen

  1. Tik op de gebeurtenis.
  2. Tik op > Delete (Verwijderen).

Kaarten

PLAATSEN ZOEKEN EN EEN ROUTEBESCHRIJVING OPVRAGEN

Een plek zoeken
Google Maps
helpt u specifieke locaties en bedrijven te vinden.

  1. Tik op Kaarten.
  2. Schrijf zoekwoorden, zoals een straatadres of plaatsnaam, in de zoekbalk.
  3. Selecteer een item uit de lijst met voorgestelde overeenkomsten terwijl u typt of tik op Zoeken om te zoeken.

De locatie wordt weergegeven op de kaart. Als er geen zoekresultaten worden gevonden, controleer dan of de spelling van uw zoekwoorden correct is.

Uw huidige locatie bekijken
Tik op Kaarten > Mijn locatie.

Een routebeschrijving naar een plaats opvragen

  1. Tik op Kaarten en voer uw bestemming in de zoekbalk in.
  2. Tik op Routebeschrijving. Het gemarkeerde pictogram geeft de wijze van vervoer aan, bijvoorbeeld Autorijden. Om de wijze van vervoer te wijzigen, selecteert u de nieuwe wijze onder de zoekbalk.
  3. Als u niet wilt dat het startpunt uw huidige locatie is, tikt u op Uw locatie en zoekt u een nieuw startpunt.
  4. Tik op Start (Starten) om de navigatie te starten.

De route wordt weergegeven op de kaart, samen met een schatting van hoe lang het duurt om er te komen. Om gedetailleerde routebeschrijvingen te bekijken, tikt u op Stappen en meer.

Apps, updates en back-ups

APPS DOWNLOADEN VANUIT GOOGLE PLAY

U moet een Google-account aan uw telefoon hebben toegevoegd om de Google Play-services te kunnen gebruiken. Er kunnen kosten in rekening worden gebracht voor sommige inhoud die beschikbaar is in Google Play. Om een betaalmethode toe te voegen, tikt u op Play Store > > Betalingen en abonnementen > Betaalmethoden. Zorg er altijd voor dat u toestemming hebt van de eigenaar van de betaalmethode wanneer u inhoud koopt van Google Play.

Een Google-account toevoegen aan uw telefoon

  1. Tik op Instellingen > Accounts > Account toevoegen > Google. Indien gevraagd, bevestig uw methode voor schermvergrendeling.
  2. Typ de inloggegevens van uw Google-account en tik op Volgende (Volgende) of tik op Account maken (Account maken) om een nieuw account aan te maken.
  3. Volg de instructies op uw telefoon.

Apps downloaden

  1. Tik op Play Store.
  2. Tik op de zoekbalk om naar apps te zoeken of selecteer apps uit uw aanbevelingen.
  3. Tik in de app-beschrijving op Installeren (Installeren) om de app te downloaden en installeren.

Om uw apps te bekijken, gaat u naar het startscherm en veegt u omhoog vanaf de onderkant van het scherm.

RUIMTE VRIJMAKEN OP UW TELEFOON

Als het geheugen van uw telefoon vol begint te raken, verplaatst u bestanden naar een geheugenkaart of verwijdert u onnodige bestanden.

Bestanden overbrengen naar een geheugenkaart
Om foto's van het telefoongeheugen naar een geheugenkaart te verplaatsen, tikt u op Bestanden > Afbeeldingen. Houd de foto die u wilt verplaatsen ingedrukt en tik op > Verplaatsen naar > SD-kaart.
Om documenten en bestanden te verplaatsen, tikt u op Bestanden > Documenten en andere. Tik op naast de bestandsnaam en tik op Verplaatsen naar SD-kaart.

UW TELEFOONSOFTWARE BIJWERKEN

Blijf bij de tijd: update uw telefoonsoftware en apps draadloos om nieuwe en verbeterde functies voor uw telefoon te krijgen. Het bijwerken van de software kan ook de prestaties van uw telefoon verbeteren.

Beschikbare updates installeren
Tik op Instellingen > Systeem > Geavanceerd > Systeemupdate > Controleren op update om te controleren of er updates beschikbaar zijn.
Wanneer uw telefoon u meldt dat er een update beschikbaar is, volgt u gewoon de instructies op uw telefoon. Als uw telefoon weinig geheugen heeft, moet u mogelijk uw foto's en andere dingen naar de geheugenkaart verplaatsen.

Als u een software-update installeert, kunt u het apparaat niet gebruiken, zelfs niet om noodoproepen te plaatsen, totdat de installatie is voltooid en het apparaat opnieuw is opgestart.
Voordat u de update start, sluit u een oplader aan of zorgt u ervoor dat de batterij van het apparaat voldoende stroom heeft en maakt u verbinding met wifi, aangezien de updatepakketten veel mobiele data kunnen verbruiken.

EEN BACK-UP MAKEN VAN UW GEGEVENS

Om ervoor te zorgen dat uw gegevens veilig zijn, gebruikt u de back-upfunctie in uw telefoon. Er wordt op afstand een back-up gemaakt van uw apparaatgegevens (zoals wifi-wachtwoorden en oproepgeschiedenis) en app-gegevens (zoals instellingen en bestanden die door apps zijn opgeslagen).

Automatische back-up inschakelen
Tik op Instellingen > Systeem > Back-up en schakel back-up in.

DE ORIGINELE INSTELLINGEN HERSTELLEN EN PERSOONLIJKE INHOUD VAN UW TELEFOON VERWIJDEREN

Er kunnen ongelukken gebeuren: als uw telefoon niet goed werkt, kunt u de instellingen herstellen. Of, als u een nieuwe telefoon koopt of uw telefoon op een andere manier wilt afvoeren of recyclen, kunt u hier uw persoonlijke informatie en inhoud verwijderen. Merk op dat het uw verantwoordelijkheid is om alle persoonlijke inhoud te verwijderen.

Uw telefoon resetten

  1. Tik op Instellingen > Systeem > Geavanceerd > Opties voor resetten > Alle gegevens wissen (fabrieksreset).
  2. Volg de instructies op uw telefoon.

Uw telefoon beschermen

UW TELEFOON BESCHERMEN MET EEN SCHERMVERGRENDELING

U kunt instellen dat uw telefoon authenticatie vereist bij het ontgrendelen van het scherm.

Een schermvergrendeling instellen

  1. Tik op Instellingen > Beveiliging > Schermvergrendeling.
  2. Kies het type vergrendeling en volg de instructies op uw telefoon.

UW TELEFOON BESCHERMEN MET UW VINGERAfdruk

Een vingerafdruk toevoegen

  1. Tik op Instellingen > Beveiliging > Vingerafdruk.
  2. Selecteer welke back-up ontgrendelingsmethode u wilt gebruiken voor het vergrendelscherm en volg de instructies op uw telefoon.

Uw telefoon ontgrendelen met uw vinger
Plaats uw geregistreerde vinger op de aan/uit-knop.
Als er een vingerafdruksensorfout is en u op geen enkele manier alternatieve aanmeldmethoden kunt gebruiken om de telefoon te herstellen of opnieuw in te stellen, heeft uw telefoon service nodig van bevoegd personeel. Er kunnen extra kosten in rekening worden gebracht en alle persoonlijke gegevens op uw telefoon kunnen worden verwijderd. Neem voor meer informatie contact op met het dichtstbijzijnde servicepunt voor uw telefoon of met uw telefoonverkoper.

UW TELEFOON BESCHERMEN MET UW GEZICHT

Gezichtsverificatie instellen

  1. Tik op Instellingen > Beveiliging > Gezicht ontgrendelen.
  2. Selecteer welke back-up ontgrendelingsmethode u wilt gebruiken voor het vergrendelscherm en volg de instructies op uw telefoon.

Houd uw ogen open en zorg ervoor dat uw gezicht volledig zichtbaar is en niet bedekt is door een object, zoals een hoed of zonnebril.
Opmerking: het gebruik van uw gezicht om uw telefoon te ontgrendelen is minder veilig dan het gebruik van een vingerafdruk, patroon of wachtwoord. Uw telefoon kan worden ontgrendeld door iemand of iets met een vergelijkbaar uiterlijk. Gezicht ontgrendelen werkt mogelijk niet goed bij tegenlicht of in een te donkere of heldere omgeving.

Uw telefoon ontgrendelen met uw gezicht
Om uw telefoon te ontgrendelen, zet u gewoon uw scherm aan en kijkt u naar de camera.
Als er een gezichtsherkenningsfout is en u geen alternatieve aanmeldmethoden kunt gebruiken om de telefoon op enigerlei wijze te herstellen of opnieuw in te stellen, heeft uw telefoon service nodig. Er kunnen extra kosten in rekening worden gebracht en alle persoonlijke gegevens op uw telefoon kunnen worden verwijderd. Neem voor meer informatie contact op met de dichtstbijzijnde geautoriseerde servicefaciliteit voor uw telefoon of met uw telefoonverkoper.

UW SIM-PINCODE WIJZIGEN

Als uw simkaart is geleverd met een vooraf ingestelde pincode, kunt u deze wijzigen in iets veiligers. Niet alle netwerkserviceproviders ondersteunen dit.

Uw sim-pincode selecteren
U kunt kiezen welke cijfers u voor de sim-pincode wilt gebruiken. De sim-pincode kan uit 4-8 cijfers bestaan.

  1. Tik op Instellingen > Beveiliging > SIM-kaartvergrendeling.
  2. Onder de geselecteerde simkaart tikt u op Sim-pincode wijzigen.

TOEGANGSCODES

Leer waar de verschillende codes op uw telefoon voor dienen.

PIN- of PIN2-code
PIN- of PIN2-codes hebben 4-8 cijfers.
Deze codes beschermen uw simkaart tegen ongeoorloofd gebruik of zijn vereist om toegang te krijgen tot bepaalde functies. U kunt uw telefoon zo instellen dat er om de pincode wordt gevraagd wanneer u hem inschakelt.
Als u de codes vergeet of ze niet bij uw kaart worden geleverd, neemt u contact op met uw netwerkserviceprovider.
Als u de code 3 keer achter elkaar onjuist invoert, moet u de code deblokkeren met de PUK- of PUK2-code.

PUK- of PUK2-codes
PUK- of PUK2-codes zijn vereist om een PIN- of PIN2-code te deblokkeren.
Als de codes niet bij uw simkaart worden geleverd, neemt u contact op met uw netwerkserviceprovider.

Vergrendelingscode
De vergrendelingscode staat ook bekend als beveiligingscode of wachtwoord.
De vergrendelingscode helpt u uw telefoon te beschermen tegen ongeoorloofd gebruik. U kunt uw telefoon zo instellen dat er om de vergrendelingscode wordt gevraagd die u definieert. Houd de code geheim en op een veilige plaats, apart van uw telefoon.
Als u de code vergeet en uw telefoon is vergrendeld, heeft uw telefoon service nodig. Er kunnen extra kosten in rekening worden gebracht en alle persoonlijke gegevens op uw telefoon kunnen worden verwijderd. Neem voor meer informatie contact op met de dichtstbijzijnde geautoriseerde servicefaciliteit voor uw telefoon of met uw telefoonverkoper.

IMEI-code
De IMEI-code wordt gebruikt om telefoons in het netwerk te identificeren. U moet het nummer mogelijk ook aan uw geautoriseerde servicefaciliteit of telefoonverkoper geven. Om uw IMEI-code te bekijken:

  • kies *#06#
  • controleer de originele verkoopdoos

Als de IMEI-code op uw telefoon is afgedrukt, vindt u deze bijvoorbeeld op de simlade of onder de achterklep, als uw telefoon een verwijderbare klep heeft.

Uw telefoon lokaliseren of vergrendelen
Als u uw telefoon kwijtraakt, kunt u deze mogelijk op afstand vinden, vergrendelen of wissen als u zich hebt aangemeld bij een Google-account. Mijn apparaat zoeken is standaard ingeschakeld voor telefoons die aan een Google-account zijn gekoppeld.
Om Mijn apparaat zoeken te gebruiken, moet uw verloren telefoon:

  • Ingeschakeld zijn
  • Aangemeld zijn bij een Google-account
  • Verbonden zijn met mobiele data of wifi
  • Zichtbaar zijn op Google Play
  • Locatie ingeschakeld hebben
  • Mijn apparaat zoeken ingeschakeld hebben

Wanneer Mijn apparaat zoeken verbinding maakt met uw telefoon, ziet u de locatie van de telefoon en ontvangt de telefoon een melding.

  1. Open android.com/find op een computer, tablet of telefoon die verbonden is met internet en meld u aan bij uw Google-account.
  2. Als u meer dan één telefoon hebt, klikt u op de verloren telefoon bovenaan het scherm.
  3. Bekijk op de kaart ongeveer waar de telefoon zich bevindt. De locatie is bij benadering en is mogelijk niet nauwkeurig.

Als uw apparaat niet kan worden gevonden, toont Mijn apparaat zoeken de laatst bekende locatie, indien beschikbaar. Om uw telefoon te vergrendelen of wissen, volgt u de instructies op de website.

Product- en veiligheidsinformatie

VOOR UW VEILIGHEID

Lees deze eenvoudige richtlijnen. Het niet naleven ervan kan gevaarlijk zijn of in strijd zijn met de lokale wet- en regelgeving. Lees de complete gebruikershandleiding voor meer informatie.

UITGESCHAKELD IN BEPERKTE GEBIEDEN
Mobiel apparaat uitschakelen
Schakel het apparaat uit wanneer het gebruik van mobiele apparaten niet is toegestaan ​​of wanneer het storing of gevaar kan veroorzaken, bijvoorbeeld in vliegtuigen, in ziekenhuizen of in de buurt van medische apparatuur, brandstof, chemicaliën of explosieven. Volg alle instructies in verboden gebieden op.

VERKEERSVEILIGHEID STAAT VOOROP
Verkeersveiligheid staat voorop
Houd u aan alle lokale wetten. Houd altijd uw handen vrij om het voertuig te bedienen tijdens het rijden. Uw eerste overweging tijdens het rijden moet de verkeersveiligheid zijn.

STORING
Interferentie
Alle draadloze apparaten kunnen gevoelig zijn voor storingen, wat de prestaties kan beïnvloeden.

GEAUTORISEERDE SERVICE
Geautoriseerde service
Alleen bevoegd personeel mag dit product installeren of repareren.

BATTERIJEN, OPLADERS EN ANDERE ACCESSOIRES
Batterijen, opladers en andere accessoires
Gebruik alleen batterijen, opladers en andere accessoires die door HMD Global Oy zijn goedgekeurd voor gebruik met dit apparaat. Sluit geen incompatibele producten aan.

HOUD UW APPARAAT DROOG
Houd uw apparaat droog
Als uw apparaat waterbestendig is, raadpleeg dan de IP-classificatie in de technische specificaties van het apparaat voor meer gedetailleerde informatie.

GLAZEN ONDERDELEN
Glazen onderdelen
Het apparaat en/of het scherm is gemaakt van glas. Dit glas kan breken als het apparaat op een harde ondergrond valt of een aanzienlijke impact ondervindt. Als het glas breekt, raak dan de glazen onderdelen van het apparaat niet aan en probeer het gebroken glas niet van het apparaat te verwijderen. Stop het gebruik van het apparaat totdat het glas is vervangen door geautoriseerd servicepersoneel.

BESCHERM UW GEHOOR
Bescherm uw gehoor
Om mogelijke gehoorbeschadiging te voorkomen, luister niet langdurig op een hoog volumeniveau. Wees voorzichtig bij het vasthouden van uw apparaat bij uw oor terwijl de luidspreker in gebruik is.

NETWERKSERVICES EN -KOSTEN

Voor het gebruik van bepaalde functies en services, of het downloaden van inhoud, inclusief gratis items, is een netwerkverbinding vereist. Dit kan leiden tot de overdracht van grote hoeveelheden gegevens, wat kan resulteren in datakosten. Mogelijk moet u zich ook abonneren op sommige functies.

5G wordt mogelijk niet ondersteund door uw netwerkserviceprovider of door de serviceprovider die u gebruikt wanneer u reist. Vraag uw netwerkserviceprovider om details. Als 5G niet wordt ondersteund door uw netwerkserviceprovider, wordt aanbevolen om de hoogste verbindingssnelheid te wijzigen van 5G naar 4G. Tik hiervoor op het startscherm op Settings (Instellingen) > Network & internet (Netwerk en internet) > Mobile network (Mobiel netwerk) en schakel Preferred network type (Voorkeur netwerktype) naar LTE.
Opmerking: Het gebruik van wifi kan in sommige landen beperkt zijn. In de EU mag u bijvoorbeeld alleen 5150-5350 MHz wifi binnenshuis gebruiken, en in de VS en Canada mag u alleen 5,15-5,25 GHz wifi binnenshuis gebruiken. Neem voor meer informatie contact op met uw lokale autoriteiten. Neem voor meer informatie contact op met uw netwerkserviceprovider.

NOODOPROEPEN


Verbindingen in alle omstandigheden kunnen niet worden gegarandeerd. Vertrouw nooit uitsluitend op een draadloze telefoon voor essentiële communicatie, zoals medische noodgevallen.
Voordat u de oproep plaatst:

  • Schakel de telefoon in.
  • Als het telefoonscherm en de toetsen zijn vergrendeld, ontgrendel ze dan.
  • Ga naar een plaats met voldoende signaalsterkte.

Tik op het startscherm op Telefoon.

  1. Typ het officiële alarmnummer voor uw huidige locatie in. Alarmnummers verschillen per locatie.
  2. Tik op Telefoon.
  3. Geef de nodige informatie zo nauwkeurig mogelijk. Beëindig de oproep niet voordat u daarvoor toestemming hebt gekregen.

Mogelijk moet u ook het volgende doen:

  • Plaats een simkaart in de telefoon. Als u geen simkaart hebt, tikt u op het vergrendelscherm op Emergency (Noodgeval).
  • Als uw telefoon om een pincode vraagt, tikt u op Emergency (Noodgeval).
  • Schakel de oproepbeperkingen uit in uw telefoon, zoals oproepblokkering, vast kiezen of een besloten gebruikersgroep.
  • Als het mobiele netwerk niet beschikbaar is, kunt u ook proberen een internetoproep te plaatsen, als u toegang hebt tot internet.

WEES ZUINIG OP UW APPARAAT

Behandel uw apparaat, batterij, oplader en accessoires met zorg. De volgende suggesties helpen u om uw apparaat operationeel te houden.

  • Houd het apparaat droog. Neerslag, vochtigheid en alle soorten vloeistoffen of vocht kunnen mineralen bevatten die elektronische circuits aantasten.
  • Gebruik of bewaar het apparaat niet in stoffige of vuile omgevingen.
  • Bewaar het apparaat niet bij hoge temperaturen. Hoge temperaturen kunnen het apparaat of de batterij beschadigen.
  • Bewaar het apparaat niet bij koude temperaturen. Wanneer het apparaat opwarmt tot zijn normale temperatuur, kan er zich vocht in het apparaat vormen en het beschadigen.
  • Open het apparaat niet anders dan zoals aangegeven in de gebruikershandleiding.
  • Niet-geautoriseerde wijzigingen kunnen het apparaat beschadigen en de voorschriften voor radioapparatuur schenden.
  • Laat het apparaat of de batterij niet vallen, stoot er niet tegen en schud er niet mee. Een ruwe behandeling kan het breken.
  • Gebruik alleen een zachte, schone, droge doek om het oppervlak van het apparaat schoon te maken.
  • Beschilder het apparaat niet. Verf kan een goede werking voorkomen.
  • Houd het apparaat uit de buurt van magneten of magnetische velden.
  • Om uw belangrijke gegevens veilig te bewaren, slaat u deze op minstens twee afzonderlijke plaatsen op, zoals uw apparaat, geheugenkaart of computer, of noteert u belangrijke informatie.

Tijdens langdurig gebruik kan het apparaat warm aanvoelen. In de meeste gevallen is dit normaal. Om te voorkomen dat het te warm wordt, kan het apparaat automatisch langzamer werken, het scherm dimmen tijdens een videogesprek, apps sluiten, het opladen uitschakelen en, indien nodig, zichzelf uitschakelen. Als het apparaat niet goed werkt, breng het dan naar de dichtstbijzijnde geautoriseerde servicefaciliteit.

Referenties

Download handleiding

Hier kunt u de volledige pdf-versie van de handleiding downloaden. Deze kan aanvullende veiligheidsinstructies, garantie-informatie, FCC-regels, enz. bevatten.

Download Nokia X100, TA-1399 Handleiding

Beschikbare talen

Inhoudsopgave