Husqvarna 125B, 125BVX Handleiding

Husqvarna 125B, 125BVX

Introductie

Overzicht

Overzicht

  1. Gasklephendel
  2. STOP-schakelaar
  3. Snelheidsregeling
  4. Ventilatorhuis
  5. Brandstoftankdop
  6. Luchtfilter
  7. Chokebediening
  8. Primerbol
  9. Inlaatdeksel
  10. Vacuümhandgreep (125BVX)
  11. Snijders (125BVX)
  12. Ventilatorwaaier
  13. Standaard spuitmond
  14. Hoge snelheid spuitmond
  15. Blaaspijp
  16. Bout buisklem
  17. Moeren buisklem
  18. Geluiddemper
  19. Aardedraad
  20. Handgreep starterkoord
  21. Starter
  22. Stelschroeven carburateur
  23. Gebruiksaanwijzing
  24. Vacuüminrichting met opvangcomponenten met items 25-29 hieronder (125BVX)
  25. Buis opvangzak (125BVX)
  26. Opvangzak (125BVX)
  27. Vacuümbuis in twee delen (125BVX)
  28. Schroef (125BVX)
  29. Schouderriem (125BVX)

Symbolen op het product

waarschuwing
Lees deze handleiding
Gebruik goedgekeurde gehoorbescherming
Gebruik goedgekeurde oogbescherming
Gebruik een goedgekeurd stofmasker
Gebruik goedgekeurde beschermende handschoenen
Het product kan ervoor zorgen dat objecten worden uitgeworpen, wat schade aan de ogen kan veroorzaken
Kom niet in de buurt van de waaier als deze draait
Laat geen kind in de buurt van het product komen
Zorg ervoor dat lang haar boven uw schouders wordt opgestoken
Veilige afstand

Note: Andere symbolen/stickers op het product verwijzen naar certificeringseisen voor andere commerciële gebieden.

Productschade

Wij zijn niet verantwoordelijk voor schade aan ons product indien:

  • het product onjuist is gerepareerd.
  • het product is gerepareerd met onderdelen die niet van de fabrikant zijn of niet door de fabrikant zijn goedgekeurd.
  • het product een accessoire heeft dat niet van de fabrikant is of niet door de fabrikant is goedgekeurd.
  • het product niet is gerepareerd in een erkend servicecentrum of door een erkende instantie.

Veiligheid

Veiligheidsdefinities

De onderstaande definities geven het niveau van ernst aan voor elk signaalwoord.
Letsel aan personen.
Letsel aan personen.
Schade aan het product.
Schade aan het product.
Opmerking: Deze informatie maakt het product gemakkelijker in gebruik.

Algemene veiligheidsinstructies

Lees de volgende waarschuwingsinstructies voordat u het product gebruikt.
Lees de volgende waarschuwingsinstructies voordat u het product gebruikt.

  • Gebruik het product correct. Letsel of overlijden is een mogelijk gevolg van onjuist gebruik. Gebruik het product alleen voor de taken die in deze handleiding staan. Gebruik het product niet voor andere taken.
  • Neem de instructies in deze handleiding in acht. Neem de veiligheidssymbolen en de veiligheidsinstructies in acht. Als de bediener de instructies en symbolen niet in acht neemt, is letsel, schade of overlijden een mogelijk gevolg.
  • Gooi deze handleiding niet weg. Gebruik de instructies om uw product te monteren, te bedienen en in goede staat te houden. Gebruik de instructies voor de correcte installatie van hulpstukken en accessoires. Gebruik uitsluitend goedgekeurde hulpstukken en accessoires.
  • Gebruik geen beschadigd product. Neem het onderhoudsschema in acht. Voer uitsluitend onderhoudswerkzaamheden uit waarvoor u instructies in deze handleiding vindt. Een erkend servicecentrum moet alle andere onderhoudswerkzaamheden uitvoeren.
  • Deze handleiding kan niet alle situaties omvatten die zich kunnen voordoen wanneer u het product gebruikt. Wees voorzichtig en gebruik uw gezond verstand. Gebruik het product niet en voer geen onderhoud aan het product uit als u niet zeker bent van de situatie. Neem contact op met een productexpert, uw dealer, serviceagent of erkend servicecentrum voor informatie.
  • Koppel de bougiekabel los voordat u het product monteert, opbergt of onderhoudt.
  • Gebruik het product niet als het is gewijzigd ten opzichte van de oorspronkelijke specificatie. Wijzig geen enkel onderdeel van het product zonder goedkeuring van de fabrikant. Gebruik uitsluitend onderdelen die door de fabrikant zijn goedgekeurd. Letsel of overlijden is een mogelijk gevolg van onjuist onderhoud.
  • Adem de uitlaatgassen van de motor niet in. Langdurige inademing van de uitlaatgassen van de motor vormt een gezondheidsrisico.
  • Start het product niet binnenshuis of in de buurt van ontvlambare materialen. De uitlaatgassen zijn heet en kunnen een vonk bevatten die brand kan veroorzaken. Onvoldoende luchtstroom kan letsel of overlijden veroorzaken als gevolg van verstikking of koolmonoxide.
  • Wanneer u dit product gebruikt, genereert de motor een elektromagnetisch veld. Het elektromagnetische veld kan schade veroorzaken aan medische implantaten. Neem contact op met uw arts en de fabrikant van het medische implantaat voordat u het product gebruikt.
  • Laat een kind het product niet bedienen. Laat een persoon zonder kennis van de instructies het product niet bedienen.
  • Zorg ervoor dat u altijd toezicht houdt op een persoon met een verminderd fysiek of mentaal vermogen die het product gebruikt. Er moet te allen tijde een verantwoordelijke volwassene aanwezig zijn.
  • Sluit het product op in een ruimte waar kinderen en onbevoegden geen toegang hebben.
  • Het product kan voorwerpen uitwerpen en verwondingen veroorzaken. Neem de veiligheidsinstructies in acht om het risico op letsel of overlijden te verkleinen.
  • Ga niet weg van het product als de motor aan staat.
  • De bediener van het product is verantwoordelijk als er een ongeval gebeurt.
  • Zorg ervoor dat onderdelen niet beschadigd zijn voordat u het product gebruikt.
  • Zorg ervoor dat u minimaal 15 m (50 ft) afstand houdt van andere personen of dieren voordat u het product gebruikt. Zorg ervoor dat personen in de aangrenzende ruimte weten dat u het product gaat gebruiken.
  • Raadpleeg nationale of lokale wetten. Deze kunnen de werking van het product onder bepaalde omstandigheden verhinderen of verminderen.
  • Gebruik het product niet als u moe bent of onder invloed bent van alcohol, drugs of medicijnen. Deze kunnen effect hebben op uw zicht, alertheid, coördinatie of oordeel.

Trillingsveiligheid

Dit product is uitsluitend bedoeld voor incidenteel gebruik. Continu of regelmatig gebruik van het product kan leiden tot "witte vingers" of gelijkwaardige medische problemen als gevolg van trillingen. Onderzoek de toestand van uw handen en vingers als u het product continu of regelmatig gebruikt. Als uw handen of vingers verkleuringen vertonen, pijn doen, tintelen of gevoelloos zijn, stop dan met werken en neem onmiddellijk contact op met een arts.

Veiligheidsinstructies voor het gebruik van de blazer

  • Gebruik het product uitsluitend voor het blazen of verwijderen van bladeren en ander vuil op de grond.
  • Gebruik het product niet als u moe of ziek bent, of alcohol, drugs of medicijnen hebt gebruikt.
  • Laat omstanders of dieren niet dichter dan 15 m (50 ft) bij de bediener komen.
  • Het product kan voorwerpen met hoge snelheid uitwerpen die kunnen afketsen en de bediener kunnen raken. Dit kan oogschade veroorzaken.
  • Richt het blaasmondstuk niet op personen of dieren.
  • Zorg ervoor dat lang haar boven uw schouders wordt opgestoken.
  • Stop de motor voordat u de accessoires of andere onderdelen monteert of demonteert.
  • Gebruik het product niet zonder de beschermkap.
  • Gebruik het product niet als er personen in het werkgebied zijn. Stop het product als er een persoon het werkgebied betreedt.
  • Gebruik het product niet in een ruimte met onvoldoende luchtstroom. Als de luchtstroom onvoldoende is, kan dit letsel of overlijden veroorzaken als gevolg van verstikking of koolmonoxide.
  • De geluiddemper is erg heet terwijl het product aan staat, nadat het stopt en wanneer het stationair draait. Wees voorzichtig in de buurt van ontvlambare materialen en ontvlambare dampen.
  • Raak de inlaatdeksel niet aan. Houd sieraden en loshangende kleding uit de buurt van de inlaat.
  • Zorg altijd voor een correcte stand en gebruik het product uitsluitend op veilige en vlakke oppervlakken. Gladde of onstabiele oppervlakken, zoals ladders, kunnen leiden tot verlies van evenwicht of controle.
  • Gebruik het product niet op een hoge plaats, zoals op een dak.
  • Zet het product vast tijdens transport.
  • Gebruik het product uitsluitend op het aanbevolen uur. Neem de lokale voorschriften in acht. Gebruikelijke aanbevelingen zijn van 9:00 uur tot 17:00 uur van maandag tot en met zaterdag.
  • Gebruik het product met het laagst mogelijke vermogen om het werk uit te voeren.
  • Zorg ervoor dat u niet kunt vallen wanneer u het product gebruikt. Kantel niet wanneer u het product bedient.
  • Zorg ervoor dat het product in goede staat verkeert voor gebruik, met name de geluiddemper, luchtinlaat en het luchtfilter.
  • Gebruik een hark of een bezem om vuil op de grond los te maken voordat u het product gebruikt.
  • Als het werkgebied vuil is, spuit het dan af met een slang.
  • Gebruik het product als alternatief voor een slang om water te besparen.
  • Blaas vuil veilig weg. Kijk uit voor kinderen, dieren, open ramen of voertuigen.
  • Richt het product niet op planten die gemakkelijk beschadigd raken.
  • Blaas geen lucht in de richting van objecten zoals muren, grote rotsen, voertuigen en hekken.
  • Als u in binnenhoeken werkt, blaast u vanuit de hoek naar het midden van het werkgebied. Anders kan vuil uw gezicht raken en oogletsel veroorzaken.
  • Gebruik de volledige mondstukverlenging om de luchtstroom dicht bij de grond te houden.
  • Het is noodzakelijk dat omstanders oogbescherming dragen.
  • Gooi het vuil na gebruik van het product in de afvalbakken.

Veiligheidsinstructies voor het gebruik van de stofzuiger

  • Voorkom schade aan de ventilator. Stofzuig geen grote, vaste voorwerpen zoals hout, blikjes, rubbermulch of lange stukken touw.
  • Laat de stofzuigerslang de grond niet raken.
  • Stop de motor en koppel de bougiedop los voordat u een blokkade of verstopping verwijdert.

Persoonlijke beschermingsmiddelen

  • Gebruik altijd de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen wanneer u het product gebruikt. De persoonlijke beschermingsmiddelen sluiten het risico op letsel niet uit. De persoonlijke beschermingsmiddelen verminderen de mate van letsel als er een ongeval gebeurt.
  • Gebruik altijd een goedgekeurde oogbescherming wanneer u het product gebruikt.
  • Gebruik het product niet met blote voeten of met open schoenen. Gebruik altijd stevige, antislip laarzen.
  • Draag een zware, lange broek.
  • Gebruik indien nodig goedgekeurde beschermende handschoenen.
  • Gebruik een helm als het mogelijk is dat er voorwerpen op uw hoofd vallen.
  • Gebruik altijd een goedgekeurde gehoorbescherming wanneer u het product gebruikt. Lawaai gedurende een lange periode kan lawaaibeschadiging veroorzaken.
  • Gebruik altijd een goedgekeurd stofmasker wanneer u het product in een stoffige omgeving gebruikt.
  • Zorg ervoor dat u een EHBO-kit in de buurt hebt.

Beschermingsmiddelen op het product

  • Zorg ervoor dat u het product regelmatig onderhoudt.
    • De levensduur van het product wordt verlengd.
    • Het risico op ongevallen neemt af.

Laat een erkende dealer of een erkend servicecentrum het product regelmatig onderzoeken om aanpassingen of reparaties uit te voeren.

  • Gebruik geen product met beschadigde beschermingsmiddelen. Als het product beschadigd is, neem dan contact op met een erkend servicecentrum.

Stopknop
Start de motor. Zorg ervoor dat de motor stopt wanneer u de stopknop in de stoppositie zet.

Geluiddemper
Raak de geluiddemper niet aan als deze heet is.
Raak de geluiddemper niet aan als deze heet is. De geluiddemper is erg heet terwijl de motor draait en nadat deze stopt. Als u de geluiddemper aanraakt, kan dit brandwonden veroorzaken.

  • Gebruik geen motor met een beschadigde geluiddemper. Een beschadigde geluiddemper verhoogt het geluidsniveau en het risico op brand. Houd een brandblusser in de buurt.
  • Controleer regelmatig of de geluiddemper aan het product is bevestigd.
  • Raak de motor of de geluiddemper niet aan wanneer de motor aan staat. Raak de motor of de geluiddemper een tijdje niet aan nadat de motor is gestopt. Hete oppervlakken kunnen verwondingen veroorzaken.
  • Een hete geluiddemper kan brand veroorzaken. Wees voorzichtig als u het product in de buurt van ontvlambare vloeistoffen of dampen gebruikt.
  • Raak de onderdelen in de geluiddemper niet aan als de geluiddemper beschadigd is. De onderdelen kunnen kankerverwekkende chemicaliën bevatten.
  • Sommige blaasmodellen hebben een vonkenvanger. Reinig en vervang het scherm met de aangegeven tussenpozen. Zie het hoofdstuk Onderhoud (Onderhoud).

Brandstofveiligheid

  • Start het product niet als er brandstof of motorolie op het product zit. Verwijder de ongewenste brandstof/olie en laat het product drogen. Verwijder ongewenste brandstof van het product.
  • Als u brandstof op uw kleding morst, verwissel dan onmiddellijk uw kleding.
  • Mors geen brandstof op uw lichaam, dit kan letsel veroorzaken. Als u brandstof op uw lichaam morst, gebruik dan zeep en water om de brandstof te verwijderen.
  • Start de motor niet als u olie of brandstof op het product of op uw lichaam morst.
  • Start het product niet als de motor een lek heeft. Onderzoek de motor regelmatig op lekkages.
  • Wees voorzichtig met brandstof. Brandstof is ontvlambaar en de dampen zijn explosief en kunnen letsel of overlijden veroorzaken.
  • Adem de brandstofdampen niet in, dit kan letsel veroorzaken. Zorg voor voldoende luchtstroom.
  • Niet roken in de buurt van de brandstof of de motor.
  • Plaats geen warme voorwerpen in de buurt van de brandstof of de motor.
  • Voeg de brandstof niet toe wanneer de motor aan staat.
  • Zorg ervoor dat de motor is afgekoeld voordat u bijtankt.
  • Voordat u bijtankt, opent u de tankdop langzaam en laat u de druk voorzichtig los.
  • Voeg geen brandstof toe aan de motor in een binnenruimte. Onvoldoende luchtstroom kan letsel of overlijden veroorzaken als gevolg van verstikking of koolmonoxide.
  • Draai de tankdop zorgvuldig vast, anders kan er brand ontstaan.
  • Verplaats het product minimaal 3 m (10 ft) van de positie waar u de tank hebt gevuld voordat u start.
  • Doe niet te veel brandstof in de brandstoftank.
  • Zorg ervoor dat er geen lekkage kan optreden wanneer u het product of de brandstofcontainer verplaatst.
  • Plaats het product of een brandstofcontainer niet waar er een open vlam, vonk of waakvlam is. Zorg ervoor dat de opslagruimte geen open vlam bevat.
  • Gebruik uitsluitend goedgekeurde containers wanneer u de brandstof verplaatst of opslaat.
  • Maak de brandstoftank leeg voor langdurige opslag. Neem de lokale wetgeving in acht met betrekking tot de verwijdering van brandstof.
  • Reinig het product voor langdurige opslag.
  • Verwijder de bougiekabel voordat u het product opbergt om ervoor te zorgen dat de motor niet per ongeluk start.

Veiligheidsinstructies voor onderhoud

Onjuist onderhoud kan leiden tot ernstige schade aan de motor of tot ernstig letsel.
Onjuist onderhoud kan leiden tot ernstige schade aan de motor of tot ernstig letsel.
De eigenaar is verantwoordelijk voor het uitvoeren van alle noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden zoals beschreven in de gebruikershandleiding. Koppel de bougie los voor onderhoud. Koppel de bougie niet los voor carburateurafstellingen.

Montage

Waarschuwing!
Lees het hoofdstuk over veiligheid voordat u het product monteert.

De blaasbuis en spuitmond op het product installeren

Opmerking: de bout moet voldoende los zitten om de blaasbuis in de blaasopening te kunnen plaatsen. Draai de bout met een schroevendraaier tegen de klok in om hem los te maken.

  1. Lijn de ribbel op de bovenste blaasbuis uit met de groef in de blaasopening. Beweeg de buis in de juiste positie.
  2. Draai de bout met een schroevendraaier met de klok mee om de buis te bevestigen.
    Opmerking: gebruik geen gereedschap op de moer.
  3. Lijn de sleuven op de onderste blaasbuis uit met de nokken op de bovenste blaasbuis. Beweeg de onderste blaasbuis op de bovenste blaasbuis.
  4. Draai de onderste blaasbuis met de klok mee tot u een klik hoort.

De blaasbuis en spuitmond installeren

Opmerking: Zorg ervoor dat u de bout van de buisklem en de moer van de buisklem vóór gebruik installeert.

  1. Maak de bout van de buisklem los.
  2. Lijn de sleuf in de blaasluchtuitlaat uit met de ribbel op de buis.
  3. Duw de buis tot de gaten in de buis en behuizing zijn uitgelijnd.
  4. Draai de bout van de buisklem vast.
  5. Draai de spuitmond naar rechts tot u een klik voelt.

De opvangzak met verschillende zuigbuizen installeren

Waarschuwing!
Schakel de motor uit voordat u de buizen aan het product bevestigt.

De opvangzak in elkaar zetten

  1. Open de opvangzak.
  2. Steek de buis van de opvangzak van binnenuit de zak in de vacuüminlaatopening.
  3. Zorg ervoor dat de elastische zittingen in de groef (A) zitten.
  4. Sluit de rits op de zak.
    Montage - Stap 1 - De opvangzak in elkaar zetten

De buis van de opvangzak installeren

  1. Verwijder de blaasbuis, indien deze is bevestigd.
  2. Lijn de ribbel op de buis van de opvangzak (A) uit met de groef in de blaasopening (B).
    Montage - Stap 2
  3. Duw de buis van de opvangzak volledig op de blaasopening.
  4. Steek de moer (C) in de opening.
  5. Installeer de schroef (D) en draai hem met een schroevendraaier vast om de buis te bevestigen.

De zuigbuizen aan elkaar bevestigen

  1. Lijn de pijl op de onderste zuigbuis (A) uit met de pijl op de bovenste zuigbuis (B). (Afb. 15)
    Montage - Stap 3
  2. Zorg ervoor dat de sleuf op de onderste zuigbuis is uitgelijnd met de sleuf op de bovenste zuigbuis.
  3. Duw de onderste zuigbuis in de bovenste zuigbuis.
  4. Gebruik een schroevendraaier om de zelftappende schroef (C) te installeren die de buizen bij elkaar houdt. (Afb. 16)
    Montage - Stap 4

De zuigbuizen installeren

  1. Steek de punt van een schroevendraaier in het vergrendelingsgedeelte van de vacuüminlaat.
  2. Draai de schroevendraaier om de vergrendeling los te maken.
    Montage - Stap 5 - De zuigbuizen installeren
  3. Houd de vacuüminlaatklep open totdat de bovenste zuigbuis op zijn plaats zit.
  4. Lijn de ribbels aan de binnenkant van de vacuüminlaat uit met de sleuven op de bovenste zuigbuis. Zorg ervoor dat het vergrendelingssymbool op de buis is uitgelijnd met het ontgrendelingssymbool op de vacuüminlaat.
    Montage - Stap 6
  5. Duw de bovenste zuigbuis volledig op de vacuüminlaat.
  6. Draai de bovenste zuigbuis met de klok mee totdat het vergrendelingssymbool op de buis is uitgelijnd met het vergrendelingssymbool op de vacuüminlaat. De buis maakt een klik wanneer deze correct is bevestigd.
    Montage - Stap 7

Bediening


Lees en begrijp het veiligheidshoofdstuk voordat u het product gebruikt.

Brandstof

Brandstof gebruiken


Dit product heeft een tweetaktmotor. Gebruik een mengsel van benzine en tweetaktmotorolie. Zorg ervoor dat u de juiste hoeveelheid olie in het mengsel gebruikt. Een verkeerde verhouding van benzine en olie kan schade aan de motor veroorzaken.

Benzine


Gebruik geen benzine met een octaangetal lager dan 90 RON (87 AKI). Dit kan schade aan het product veroorzaken.

Gebruik geen benzine met meer dan 10% ethanolconcentratie (E10). Dit kan schade aan het product veroorzaken.

Gebruik geen gelode benzine. Dit kan schade aan het product veroorzaken.

  • Gebruik altijd nieuwe ongelode benzine met een minimumoctaangetal van 90 RON (87 AKI) en met minder dan 10% ethanolconcentratie (E10).
  • Gebruik benzine met een hoger octaangetal als u het product vaak gebruikt bij continu hoge motorsnelheid.
  • Gebruik altijd een ongelode benzine/olie-mengsel van goede kwaliteit.

Tweetaktmotorolie

  • Gebruik alleen hoogwaardige tweetaktmotorolie. Gebruik alleen een luchtgekoelde motorolie.
  • Gebruik geen andere soorten olie.
  • Mengverhouding 50:1 (2%)
    Benzine Olie
    1 U.S. Gal. 77 ml (2,6 oz)
    1 UK Gal. 95 ml (3,2 oz)
    5 l 100 ml (3,4 oz)

Het brandstofmengsel maken

Opmerking: Gebruik altijd een schone brandstofcontainer wanneer u de brandstof mengt.
Opmerking: Maak niet meer dan 30 dagen hoeveelheid brandstofmengsel.

  1. Voeg de helft van de hoeveelheid benzine toe.
  2. Voeg de volledige hoeveelheid olie toe.
  3. Schud het brandstofmengsel om de inhoud te mengen.
  4. Voeg de resterende hoeveelheid benzine toe.
  5. Schud het brandstofmengsel om de inhoud te mengen.
  6. Vul de brandstoftank.

Brandstof toevoegen

  • Gebruik altijd een brandstofcontainer met een antilekklep.
  • Als er brandstof op de container zit, verwijder dan de ongewenste brandstof en laat de container drogen.
  • Zorg ervoor dat het gebied bij de brandstoftankdop schoon is.
  • Schud de brandstofcontainer voordat u het brandstofmengsel aan de brandstoftank toevoegt.

Starten en stoppen

Voordat u de motor start

  • Onderzoek het product op ontbrekende, beschadigde, losse of versleten onderdelen.
  • Onderzoek de opvangzak. Zorg ervoor dat de opvangzak niet beschadigd is en dat de ritssluiting gesloten is.
  • Onderzoek de moeren, schroeven en bouten.
  • Onderzoek het luchtfilter.
  • Onderzoek de gashendel op correcte werking.
  • Onderzoek de stopknop op correcte werking.
  • Onderzoek het product op brandstoflekken.

Een koude motor starten


Wikkel het starterkoord niet om uw arm.

Houd het product niet met uw voet vast.

Trek het starterkoord niet tot de eindpositie. Laat de handgreep van het starterkoord niet los wanneer het starterkoord is uitgetrokken. Dit kan het product beschadigen.
Opmerking: Als de motor stopt, zet u de choke-bediening in de gesloten positie en voert u de startstappen opnieuw uit.

  1. Vul de brandstoftank met een schoon brandstofmengsel.
  2. Druk 10 keer op de primerknop.
    Een koude motor starten - Stap 1
  3. Zet de motorchokebediening in de stand FULL CHOKE (gesloten).
    Een koude motor starten - Stap 2
  4. Duw de variabele snelheidsregeling volledig tegen de klok in.
    Een koude motor starten - Stap 3
  5. Gebruik uw linkerhand om de behuizing van de machine op de grond te houden.
  6. Trek aan de handgreep van het starterkoord totdat de motor probeert te starten. Trek niet meer dan 3 keer.
  7. Zet de choke-bediening op de 1/2 positie en trek aan de handgreep van het starterkoord totdat de motor start en loopt.
    Een koude motor starten - Stap 4
  8. Laat de motor ongeveer 10 seconden draaien.
  9. Duw en houd de gashendel volledig ingedrukt gedurende alle resterende stappen.
  10. Zet de choke-bediening in de stand OFF CHOKE (geopend).
    Een koude motor starten - Stap 5
  11. Laat de motor 1 minuut opwarmen.

Een warme motor starten

  1. Duw en houd de gashendel ingedrukt.
  2. Zet de choke-bediening op de 1/2 positie.
  3. Trek snel aan de handgreep van het starterkoord terwijl u aan de gashendel trekt totdat de motor loopt.
  4. Zet de choke-bediening in de stand OFF CHOKE (geopend).

De motor stoppen

  • Duw de motor STOP (STOP) schakelaar in en laat deze los. De schakelaar keert automatisch terug naar de ON (AAN) positie. Wacht 7 seconden voordat u probeert het product opnieuw te starten om er zeker van te zijn dat de schakelaar is gereset.

Een spuitmond gebruiken

  • Gebruik de standaard spuitmond wanneer precisie en een hoge luchtstroomconcentratie nodig zijn.
  • Gebruik de spuitmond met hoge snelheid wanneer een bredere luchtstroom en grote luchtsnelheid nodig zijn.

De blazerpijp afstellen

  1. Draai de pijp naar links om de bajonetsluiting los te maken.
  2. Verplaats de pijp naar de toepasselijke positie.
  3. Draai de pijp naar rechts tot u een klik voelt.

Stofzuigen

Doe de benodigde veiligheidsuitrusting aan voordat u gaat stofzuigen.

Zorg ervoor dat de opvangzak niet beschadigd is en dat de ritssluiting gesloten is voor gebruik. Gebruik geen beschadigde zak. Dit voorkomt letsel veroorzaakt door rondvliegend puin. Bediening met de linkerhand verhoogt het risico. Laat uw lichaam het uitlaatgebied niet aanraken.

Start de blazer niet als de inlaatklep open of beschadigd is (behalve als de stofzuigerslang is aangebracht).

  • Tijdens het gebruik van de blazer moet de opvangzak worden vastgehouden door de schouderriem. De riem moet bovenop de schouder worden gedragen.
  • Start de blazer. Volg de instructies in het gedeelte starten en stoppen De motor stoppen (De motor stoppen). Lees de veiligheidsinstructies Veiligheidsinstructies voor het gebruik van de blazer.

De opvangzak legen


Onderzoek altijd de opvangzak. Zorg ervoor dat deze niet beschadigd is en dat de ritssluiting gesloten is voor gebruik. Gebruik geen beschadigde zak. Er bestaat een risico op letsel als gevolg van rondvliegend puin. Wees voorzichtig als u de linkerhand gebruikt. Raak het uitlaatgebied niet aan.

  1. Stop het product.
  2. Open de ritssluiting aan de zijkant.
  3. Leeg de opvangzak.
  4. Sluit de ritssluiting.

Onderhoud


Lees en begrijp het veiligheidshoofdstuk voordat u het product reinigt, repareert of onderhoudt.

Onderhoudsschema

Zorg ervoor dat u het onderhoudsschema volgt. De intervallen zijn berekend op basis van dagelijks gebruik van het product. De intervallen zijn anders als u het product niet elke dag gebruikt. Voer alleen het onderhoudswerk uit dat in deze handleiding staat. Neem contact op met een erkend servicecentrum voor ander onderhoudswerk dat niet in deze handleiding staat.

Dagelijks onderhoud

  • Reinig de buitenkant.
  • Controleer de snelheidsregelaar en de functie van de gasklephendel. Vervang beschadigde onderdelen.
  • Controleer de stopschakelaar. Vervang deze indien nodig.
  • Controleer het stationair toerental.
  • Reinig het luchtfilter. Vervang het indien nodig.
  • Zorg ervoor dat de inlaatklep in gesloten positie kan worden vergrendeld. Zorg ervoor dat de waaier schoon is.
  • Draai alle moeren en schroeven vast.
  • Zorg ervoor dat de behuizingen geen scheuren vertonen.
  • Zorg ervoor dat de opvangzak niet beschadigd is en dat de ritssluiting werkt. Vervang de zak indien nodig.

Wekelijks onderhoud

  • Controleer de staat van de startinrichting, het startkoord en de spanveer. Vervang alle beschadigde onderdelen.
  • Controleer de staat van de luchtinlaat bij de startinrichting. Verwijder vuil als de luchtinlaat verstopt is.
  • Reinig de buitenkant van de bougie. Verwijder deze en controleer de elektrodenafstand. Pas de afstand aan tot 0,6 mm (0,024 inch) of vervang de bougie.
  • Reinig de bladen op de waaier.
  • Reinig het vonkenvangerscherm en vervang het indien nodig (niet op uitlaten met een katalysator).
  • Reinig het gebied rond de carburateur.
  • Reinig het luchtfilter.

Maandelijks onderhoud

  • Controleer de startkoordgreep en het startkoord.
  • Reinig de brandstoftank.
  • Reinig de carburateur en het gebied eromheen.
  • Reinig de bladen op de waaier.
  • Controleer de brandstofleidingen op scheuren of andere schade. Vervang indien nodig
  • Vervang het brandstoffilter in de brandstoftank.
  • Controleer alle kabels en aansluitingen.
  • Vervang de bougie.
  • Vervang het luchtfilter.

Jaarlijks onderhoud

  • Controleer de bougie.
  • Reinig de buitenkant van de carburateur en de aangrenzende gebieden.
  • Reinig het koelsysteem.
  • Controleer het vonkenvangerscherm.
  • Controleer het brandstoffilter.
  • Controleer de brandstofslang op schade.
  • Controleer alle kabels en aansluitingen.

50 uur onderhoud

  • Laat een erkend servicecentrum de uitlaat repareren of vervangen.

Het stationair toerental aanpassen

  • Zorg ervoor dat het luchtfilter schoon is en dat de luchtfilterafdekking is bevestigd voordat u het stationair toerental aanpast.
  • Pas het stationair toerental aan met de stationair-afstelschroef T die is gemarkeerd met de "T"-markering.
  • Het stationair toerental is correct wanneer de motor soepel loopt in alle posities.

Het stationair toerental aanpassen

  1. Draai de stationair-afstelschroef met de klok mee voor een hogere snelheid.
  2. Draai de stationair-afstelschroef tegen de klok in voor een lagere snelheid.

Onderhoud uitvoeren aan het vonkenvangerscherm

Gebruik een draadborstel om het vonkenvangerscherm schoon te maken.

Het koelsysteem reinigen

Reinig de onderdelen van het koelsysteem met een borstel.
Het koelsysteem reinigen

De bougie controleren


Gebruik altijd het aanbevolen bougietype. Een verkeerd bougietype kan schade aan het product veroorzaken.

  • Controleer de bougie als de motor weinig vermogen heeft, niet gemakkelijk start of niet correct werkt bij stationair toerental.
  • Om het risico op ongewenst materiaal op de bougie-elektroden te verkleinen, moet u deze instructies opvolgen:
    1. Zorg ervoor dat het stationair toerental correct is afgesteld.
    2. Zorg ervoor dat het brandstofmengsel correct is.
    3. Zorg ervoor dat het luchtfilter schoon is.
  • Als de bougie vuil is, reinig deze dan en zorg ervoor dat de elektrodenafstand correct is. Zie Technische gegevens.
  • Vervang de bougie indien nodig.

Het onderhoud aan het luchtfilter uitvoeren

Het luchtfilter reinigen

  1. Verwijder het luchtfilterdeksel en verwijder het luchtfilter.
    Het onderhoud aan het luchtfilter uitvoeren
  2. Reinig het luchtfilter met warm zeepsop. Zorg ervoor dat het luchtfilter droog is voordat u het installeert.
  3. Vervang het luchtfilter als het te vuil is om het volledig te reinigen. Vervang altijd een beschadigd luchtfilter.
  4. Als uw product een schuimrubberen luchtfilter heeft, breng dan luchtfilterolie aan. Breng alleen luchtfilterolie aan op een schuimrubberen filter. Breng geen olie aan op een viltfilter.

Technische gegevens

eenheid 125B
(125B28HV)
125BVX (125B28HV)
Motorspecificaties
Cilinderinhoud cm3 28 28
Elektrodenafstand mm 0.6 0.6
Brandstoftankinhoud cm3 500 500
Stationair toerental min-1 2800 - 3200 2800 - 3200
Maximaal vermogen toerental min-1 8000 8000
Vermogen kW 0.8 0.8
Bougie Champion RCJ-6Y Champion RCJ-6Y
Maximale snelheid blaasmodus min-1 8600 8600
Maximale snelheid zuigmodus min-1 -- 7500
Levensduur emissie h 125 125
Geluids- en trillingsgegevens
Equivalent trillingsniveau bij handgrepen met blaasbuizen en mondstuk (origineel) - zie noot 1 m/s2 11.03 11.03
Equivalent trillingsniveau bij handgrepen met zuigbuizen (origineel), links/rechts - zie noot 1 m/s2 --/-- 12.16/12.29
Equivalent geluidsdrukniveau bij het oor van de bediener, gemeten volgens ISO 22868, uitgerust met blaasbuizen en mondstuk (origineel) - zie noot 3 dB(A) 93 96
Geluidsdruk bij het oor van de omstander, gemeten volgens ANSI B175.2, uitgerust met blaasbuizen en mondstuk (origineel) dB(A) 71 71
Geluidsvermogensniveau, gemeten - zie noot 2 dB(A) 106 106
Geluidsvermogensniveau, gegarandeerd (LWA) - zie noot 2 dB(A) 110 110
Productafmetingen
Gewicht (zonder brandstof maar met blaasbuis en standaardmondstuk gemonteerd) kg 4.3 4.4

Opmerking

  1. Gerapporteerde gegevens voor equivalent trillingsniveau hebben een typische statistische spreiding (standaarddeviatie) van 1 m/s2.
  2. Geluidsuitstoot in het milieu gemeten als geluidsvermogen (LWA) in overeenstemming met EG-richtlijn 2000/14/EG. Het gerapporteerde geluidsvermogensniveau voor de machine is gemeten met de originele bevestiging die het hoogste niveau geeft. Het verschil tussen gegarandeerd en gemeten geluidsvermogen is dat het gegarandeerde geluidsvermogen ook de spreiding in het meetresultaat en de variaties tussen verschillende machines van hetzelfde model omvat volgens Richtlijn 2000/14/EG.
  3. Gerapporteerde gegevens voor het equivalente geluidsdrukniveau voor de machine hebben een typische statistische spreiding (standaarddeviatie) van 1 dB (A).
Ventilator Eenheid 125B 125BVX
Type Radiale ventilator Radiale ventilator
Max. luchtsnelheid, standaardmondstuk km/u 217 217
Max. luchtsnelheid, mondstuk voor hoge snelheid* km/u 273 273
Luchtvolume blaasmodus cfm 425 425
Luchtvolume zuigmodus cfm -- 445

Accessoires

125B, 125BVX
Goedgekeurde accessoires Type
Dakgootreinigingsset 952 711 918
Mondstuk voor hoge snelheid 545 119 501
125BVX
Goedgekeurde accessoires Type
Vacuümset 952 711 913

Download handleiding

Hier kunt u de volledige pdf-versie van de handleiding downloaden. Deze kan aanvullende veiligheidsinstructies, garantie-informatie, FCC-regels, enz. bevatten.

Download Husqvarna 125B, 125BVX Handleiding

Beschikbare talen

Inhoudsopgave