Bosch GLM 20 Handleiding

Productbeschrijving en specificaties

Beoogd gebruik

Het meetgereedschap is bedoeld voor het meten van afstanden, lengtes, hoogtes en vrije ruimtes. Het meetgereedschap is geschikt voor metingen binnenshuis.

Productkenmerken

Productkenmerken

  1. Aan/uit-knop ("Hold"-knop)
  2. Display
  3. Batterijdeksel
  4. Vergrendeling van batterijdeksel
  5. Serienummer
  6. Laserwaarschuwingslabel
  7. Ontvangstlens
  8. Laserstraaluitgang

Display-elementen

  1. Batterij bijna leeg-indicator
  2. Temperatuurwaarschuwing
  3. Laser ingeschakeld
  4. Meting vasthouden
  5. Vorige meetwaarde
  6. Maateenheid
  7. Huidige meetwaarde

Technische gegevens

Digitale laserafstandsmeter GLM 20
Artikelnummer 3 601 K72 E..
Meetbereik (typisch) 0,15–20 mA)
Meetnauwkeurigheid (typisch) ±3,0 mmB)
Kleinste indicatie-eenheid 1 mm
Meetduur
  • typisch
0,5 s
  • maximaal
4 s
Bedrijfstemperatuur – 10°C... +40°C
Opslagtemperatuur – 20°C... +70°C
Relatieve luchtvochtigheid, max. 90%
Laserklasse 2
Lasertype 635 nm, <1 mW
Laserstraaldiameter (bij 25°C) ca.
  • op 10 m afstand
9 mm
  • op 20 m afstand
18 mm
Batterijen 2 x 1,5 V LR03 (AAA)
Levensduur batterij in meetbedrijf, ca. 5 uur
Gewicht volgens EPTA-Procedure 01:2014 0,13 kg
Afmetingen 100 x 36 x 23 mm

A) Het werkbereik neemt toe afhankelijk van hoe goed het laserlicht wordt weerkaatst door het oppervlak van het doel (verstrooid, niet reflecterend) en met toegenomen helderheid van het laserpunt tot de omgevingslichtintensiteit (binnenruimtes, schemering). Onder ongunstige omstandigheden, bijvoorbeeld bij extreme binnenverlichting of een slecht reflecterend oppervlak, kan het meetbereik beperkt zijn.
B) Onder ongunstige omstandigheden, bijvoorbeeld bij extreme binnenverlichting, een slecht reflecterend oppervlak of een kamertemperatuur die sterk afwijkt van 25°C, kan de maximale afwijking oplopen tot ±7 mm per 15 m. Onder gunstige omstandigheden moet rekening worden gehouden met een afwijkingsinvloed van ±0,05 mm/m.

Het meetgereedschap kan duidelijk worden geïdentificeerd met het serienummer 5 op het typeplaatje.

Montage

Batterijen plaatsen/vervangen
Voor het meetgereedschap worden alkali-mangaanbatterijen aanbevolen.
Om de batterijklep 3 te openen, drukt u de vergrendeling 4 in de richting van de pijl en verwijdert u de batterijklep. Plaats de batterijen. Let bij het plaatsen op de juiste polariteit volgens de afbeelding aan de binnenkant van het batterijvak.
Wanneer het batterijsymbool voor het eerst op het display verschijnt, zijn metingen nog ca. 15 minuten mogelijk. Wanneer het batterijsymbool knippert, moeten de batterijen worden vervangen; metingen zijn niet meer mogelijk.
Vervang alle batterijen tegelijkertijd. Gebruik alleen batterijen van hetzelfde merk met dezelfde batterijcapaciteit.

  • Verwijder de batterijen uit het meetgereedschap als u het gedurende langere tijd niet gebruikt. Bij opslag gedurende langere tijd kunnen de batterijen corroderen en zelf ontladen.

Werking

Eerste ingebruikneming

  • Laat het ingeschakelde meetgereedschap niet onbeheerd achter en schakel het meetgereedschap na gebruik uit. Andere personen kunnen door de laserstraal worden verblind.
  • Bescherm het meetgereedschap tegen vocht en direct zonlicht.
  • Stel het meetgereedschap niet bloot aan extreme temperaturen of temperatuurwisselingen. Laat het bijvoorbeeld niet lang in voertuigen liggen. Laat het meetgereedschap bij grote temperatuurwisselingen aan de omgevingstemperatuur aanpassen, voordat u het in gebruik neemt. Bij extreme temperaturen of temperatuurwisselingen kan de nauwkeurigheid van het meetgereedschap nadelig worden beïnvloed.
  • Voorkom sterke stoten op of het vallen van het meetgereedschap. Na sterke invloeden van buitenaf op het meetgereedschap is het raadzaam, telkens vóórdat u verder werkt een controle uit te voeren (zie "Controleren van het meetgereedschap").

In- en uitschakelen

Druk op de aan/uitknop 1 om het meetgereedschap in te schakelen. Wanneer het meetgereedschap is ingeschakeld, wordt de laserstraal ingeschakeld. Het lasersymbool knippert op de display.
Om het meetgereedschap uit te schakelen, drukt u minimaal 3 seconden op de aan/uitknop 1.
Wanneer er ca. 5 minuten geen knop op het meetgereedschap wordt ingedrukt, schakelt het meetgereedschap automatisch uit om de batterijen te sparen.

Meetprocedure

Meetprocedure
Na het inschakelen van het meetgereedschap wordt er een continue meting uitgevoerd. Richt de laserstraal op het doeloppervlak. De actuele meetwaarde g wordt in de onderste regel van de display weergegeven (zie figuur A). Tijdens een continue meting kan het meetgereedschap ten opzichte van het doel worden bewogen, en de actuele meetwaarde g wordt ca. elke 0,5 seconde in de onderste regel van de display bijgewerkt (zie figuur B). U kunt bijvoorbeeld naar een gewenste afstand van een muur bewegen, en u kunt de actuele afstand voortdurend aflezen (zie figuur C). Het lasersymbool knippert op de display.
De achterste rand van het meetgereedschap is het referentieniveau voor de meting ( ).
Voor bijvoorbeeld een meting van muur tot muur plaatst u het meetgereedschap met de achterste rand tegen de beginmuur.

  • Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk niet zelf in de laserstraal, ook niet vanaf een grote afstand.

Hold-functie

(zie figuur B)


Druk op de aan/uitknop 1 om de meetprocedure te stoppen. De laserstraal wordt uitgeschakeld en de Hold-indicator verschijnt op de display. De actuele meetwaarde blijft in de onderste regel van de display worden weergegeven, maar wordt niet meer continu bijgewerkt.


Druk nogmaals op de aan/uitknop 1 om de laser weer in te schakelen. Het lasersymbool knippert op de display. De vorige meetwaarde wordt in de bovenste regel weergegeven. De continu bijgewerkte/actuele meetwaarde wordt in de onderste regel weergegeven.


Druk nogmaals op de aan/uitknop 1 om de meetprocedure weer te stoppen. De laserstraal wordt uitgeschakeld en de Hold-indicator verschijnt op de display. De vorige meetwaarde wordt in de bovenste regel weergegeven. De actuele meetwaarde wordt in de onderste regel weergegeven, maar wordt niet meer continu bijgewerkt.

Wanneer er ca. 5 minuten geen knop op het meetgereedschap wordt ingedrukt, schakelt het meetgereedschap automatisch uit om de batterijen te sparen.
Als een meetwaarde met behulp van de "Hold"-functie is vastgehouden, blijft deze behouden als het gereedschap automatisch wordt uitgeschakeld. Zodra het meetgereedschap weer is ingeschakeld door op de aan/uitknop 1 te drukken, wordt de vorige meetwaarde e in de bovenste regel van de display weergegeven.

De maateenheid wijzigen

De maateenheid wijzigen
Schakel het meetgereedschap uit.
Houd de aan/uitknop 1 ingedrukt. Laat de aan/uitknop 1 los wanneer de vereiste maateenheid wordt weergegeven. Na het loslaten schakelt het meetgereedschap zichzelf in met de geselecteerde instelling.

Adviezen voor het werken

Algemene informatie
De ontvangstlens 7 en de laserstraalopening 8 mogen bij een meting niet worden afgedekt.
Meting vindt plaats in het midden van de laserstraal, zelfs wanneer doeloppervlakken onder een helling worden waargenomen.

Invloeden op het meetbereik
Het meetbereik is afhankelijk van de lichtomstandigheden en de reflectie-eigenschappen van het doeloppervlak.

Invloeden op het meetresultaat
Door natuurkundige effecten kunnen foutieve metingen niet worden uitgesloten bij metingen op verschillende oppervlakken. Hiertoe behoren:

  • Transparante oppervlakken (bijv. glas, water),
  • Reflecterende oppervlakken (bijv. gepolijst metaal, glas),
  • Poreuze oppervlakken (bijv. isolatiematerialen),
  • Gestructureerde oppervlakken (bijv. ruw pleisterwerk, natuursteen).

Ook kunnen luchtlagen met verschillende temperaturen of indirect ontvangen reflecties de meetwaarde beïnvloeden.

Storing zoeken

Oorzaak Correctieve maatregel

Temperatuurwaarschuwingsindicator knippert / meting niet mogelijk

Meetgereedschap niet binnen het bedrijfstemperatuurbereik tussen – 10°C en +40°C. Wacht tot het meetgereedschap de bedrijfstemperatuur heeft bereikt

Batterij bijna leeg indicator verschijnt

Batterijspanning daalt (meting nog wel mogelijk). Batterijen vervangen

Batterij bijna leeg indicator knippert / meting niet mogelijk

Batterijspanning te laag Batterijen vervangen
Indicator "---" verschijnt op de display
Het meetgereedschap is te snel bewogen. Beweeg het meetgereedschap langzamer.
Het meetobject bevindt zich buiten het bereik van de laserstraal. Ga dichter naar het meetobject toe.

Alle indicatoren op de display knipperen

Het meetgereedschap is defect. Neem contact op met de klantenservice
De laserstraalopening 8 of de ontvangstlens 7 zijn beslagen (bijv. als gevolg van een snelle temperatuurverandering). Veeg de laserstraalopening 8 en/of de ontvangstlens 7 droog met een zachte doek
"Err"-indicator verschijnt nadat de aan/uitknop is ingedrukt

Onbetrouwbaar meetresultaat

Het doeloppervlak reflecteert niet correct (bijv. water, glas). Bedek het doeloppervlak
De laserstraalopening 8 of de ontvangstlens 7 zijn afgedekt. Zorg ervoor dat de laserstraalopening 8 of de ontvangstlens 7 vrij zijn

Meetresultaat niet plausibel

Belemmering in de baan van de laserstraal Laserpunt moet zich volledig op het doeloppervlak bevinden.

Het meetgereedschap bewaakt de juiste werking voor elke meting. Wanneer er een defect wordt geconstateerd, knipperen alle indicatoren op de display. Laat in dit geval, of wanneer de hierboven genoemde correctieve maatregelen de fout niet kunnen verhelpen, uw dealer het meetgereedschap doorsturen naar een geautoriseerde Bosch-aftersales-service.

Het meetgereedschap controleren

De nauwkeurigheid van het meetgereedschap kan als volgt worden gecontroleerd:

  • Selecteer een permanent onveranderlijke meetsectie met een lengte van ca. 1 tot 10 meter; de lengte moet precies bekend zijn (bijv. de breedte van een kamer of een deuropening). De meetafstand moet zich binnenshuis bevinden; het doeloppervlak voor de meting moet glad zijn en goed reflecteren.
  • Meet de afstand 10 keer achter elkaar.

Onder gunstige omstandigheden mag de afwijking van de afzonderlijke metingen van de gemiddelde waarde niet meer bedragen dan ±1,6 mm (max.) over de volledige meetafstand. Registreer de metingen, zodat u hun nauwkeurigheid op een later tijdstip kunt vergelijken.

Onderhoud en reiniging

Houd het meetgereedschap altijd schoon.
Dompel het meetgereedschap niet onder in water of andere vloeistoffen.
Veeg vuil af met een vochtige en zachte doek. Gebruik geen reinigingsmiddelen of oplosmiddelen.
Onderhoud met name de ontvangstlens 7 met dezelfde zorg als vereist voor brillenglazen of de lens van een camera.
Stuur het meetgereedschap voor reparaties op.

Veiligheidsaanwijzingen

Alle instructies moeten worden gelezen en opgevolgd om veilig te kunnen werken met het meetgereedschap. De geïntegreerde beveiligingen in het meetgereedschap kunnen worden aangetast als het meetgereedschap niet wordt gebruikt in overeenstemming met de verstrekte instructies. Maak waarschuwingssignalen op het meetgereedschap nooit onherkenbaar. BEWAAR DEZE INSTRUCTIES OP EEN VEILIGE PLAATS EN VOEG ZE BIJ HET MEETGEREEDSCHAP WANNEER U HET AAN EEN DERDE GEEFT.


  • Het gebruik van andere bedienings- of instelapparatuur of de toepassing van andere verwerkingsmethoden dan die hier worden genoemd, kan leiden tot gevaarlijke blootstelling aan straling.
  • Het meetgereedschap is voorzien van een waarschuwingslabel (gemarkeerd met nummer 6 in de afbeelding van het meetgereedschap in de afbeeldingen).
    Waarschuwingslabel
  • Als de tekst van het waarschuwingslabel niet in uw landstaal is, plakt u het meegeleverde waarschuwingslabel in uw landstaal eroverheen voordat u het voor de eerste keer gebruikt.


Richt de laserstraal niet op personen of dieren en staar zelf niet in de directe of gereflecteerde laserstraal, zelfs niet van een afstand. U kunt iemand verblinden, ongelukken veroorzaken of uw ogen beschadigen.

  • Als laserstraling uw oog raakt, moet u uw ogen bewust sluiten en uw hoofd onmiddellijk van de straal afwenden.
  • Breng geen wijzigingen aan in de laserapparatuur.
  • Gebruik de laserbril niet als veiligheidsbril. De laserbril wordt gebruikt voor een betere visualisatie van de laserstraal, maar beschermt niet tegen laserstraling.
  • Gebruik de laserbril niet als zonnebril of in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige UV-bescherming en vermindert de kleurwaarneming.
  • Laat het meetgereedschap alleen repareren door gekwalificeerde specialisten die originele reserveonderdelen gebruiken. Dit zorgt ervoor dat de veiligheid van het meetgereedschap behouden blijft.
  • Laat kinderen het lasermeetgereedschap niet zonder toezicht gebruiken. Ze kunnen onbedoeld andere personen of zichzelf verblinden.
  • Gebruik het meetgereedschap niet in explosieve omgevingen, zoals in de buurt van ontvlambare vloeistoffen, gassen of stof. Er kunnen vonken ontstaan in het meetgereedschap die het stof of de dampen kunnen ontsteken.

Klantenservice en toepassingsservice

Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over onderhoud en reparatie van uw product, evenals reserveonderdelen. Explosietekeningen en informatie over reserveonderdelen zijn ook te vinden onder:
www.bosch-pt.com
Het applicatieserviceteam van Bosch beantwoordt graag vragen over onze producten en hun accessoires.
Vermeld in alle correspondentie en bestellingen van reserveonderdelen altijd het 10-cijferige artikelnummer dat op het typeplaatje van het product staat.

Groot-Brittannië
Robert Bosch Ltd. (B.S.C.)
P.O. Box 98
Broadwater Park
North Orbital Road
Denham
Uxbridge
UB 9 5HJ
Op www.bosch-pt.co.uk kunt u reserveonderdelen bestellen of het ophalen van een product regelen dat onderhoud of reparatie nodig heeft.
Tel. Service: (0344) 7360109
E-Mail: boschservicecentre@bosch.com

Ierland
Origo Ltd.
Unit 23 Magna Drive
Magna Business Park
City West
Dublin 24
Tel. Service: (01) 4666700
Fax: (01) 4666888

Australië, Nieuw-Zeeland en Pacifische eilanden
Robert Bosch Australia Pty. Ltd.
Power Tools
Locked Bag 66
Clayton South VIC 3169
Customer Contact Center Inside Australia:
Phone: (01300) 307044
Fax: (01300) 307045
Inside New Zealand:
Phone: (0800) 543353
Fax: (0800) 428570
Outside AU and NZ:
Phone: +61 3 95415555
www.bosch.com.au

Republiek Zuid-Afrika
Klantenservice

Hotline: (011) 6519600

Gauteng – BSC Service Centre
35 Roper Street, New Centre
Johannesburg
Tel.: (011) 4939375
Fax: (011) 4930126
E-Mail: bsctools@icon.co.za

KZN – BSC Service Centre
Unit E, Almar Centre
143 Crompton Street
Pinetown
Tel.: (031) 7012120
Fax: (031) 7012446
E-Mail: bsc.dur@za.bosch.com

Western Cape – BSC Service Centre
Democracy Way, Prosperity Park
Milnerton
Tel.: (021) 5512577
Fax: (021) 5513223
E-Mail: bsc@zsd.co.za

Bosch Headquarters
Midrand, Gauteng
Tel.: (011) 6519600
Fax: (011) 6519880
E-Mail: rbsa-hq.pts@za.bosch.com

Referenties

Download handleiding

Hier kunt u de volledige pdf-versie van de handleiding downloaden. Deze kan aanvullende veiligheidsinstructies, garantie-informatie, FCC-regels, enz. bevatten.

Download Bosch GLM 20 Handleiding

Beschikbare talen

Inhoudsopgave