Nokia 8.3 5G-handleiding

Inhoud

Aan de slag


Lees 'Product- en veiligheidsinformatie' voordat u het apparaat in gebruik neemt voor belangrijke informatie over het veilige gebruik van uw apparaat en de batterij. Raadpleeg de gebruikershandleiding om te ontdekken hoe u aan de slag kunt met uw nieuwe apparaat.

HOUD UW TELEFOON UP-TO-DATE

Uw telefoonsoftware
Houd uw telefoon up-to-date en accepteer beschikbare software-updates om nieuwe en verbeterde functies voor uw telefoon te krijgen. Het bijwerken van de software kan ook de prestaties van uw telefoon verbeteren.

TOETSEN EN ONDERDELEN

Uw telefoon

Aan de slag - TOETSEN EN ONDERDELEN - Uw telefoon

  1. NFC-gebied
  2. Camera
  3. Flitser
  4. Google Assistant/Google Search-toets*
  5. Camera aan de voorkant
  6. Microfoon
  7. Oortelefoon
  8. Naderings- en lichtsensor
  9. Sleuf voor simkaart en geheugenkaart
  10. Volumetoetsen
  11. Aan/uit-toets/Vergrendelingstoets/Vingerafdruksensor
  12. USB-connector
  13. Luidspreker
  14. Microfoon
  15. Headsetconnector

Deze gebruikershandleiding is van toepassing op de volgende modellen: TA-1243, TA-1251.

Sommige accessoires die in deze gebruikershandleiding worden genoemd, zoals een oplader, headset of datakabel, kunnen afzonderlijk worden verkocht.

*Google Assistant is niet in alle talen en landen beschikbaar. Waar Google Assistant niet beschikbaar is, wordt deze vervangen door Google Search. Controleer de beschikbaarheid op https://support.google.com/assistant.


Het scherm en de achterkant van het apparaat zijn van glas. Dit glas kan breken als het apparaat op een harde ondergrond valt of een aanzienlijke impact krijgt. Als het glas breekt, raak dan de glazen onderdelen van het apparaat niet aan en probeer het gebroken glas niet van het apparaat te verwijderen. Stop met het gebruik van het apparaat totdat het glas is vervangen door geautoriseerd onderhoudspersoneel.

Onderdelen en connectoren, magnetisme

Maak geen verbinding met producten die een uitgangssignaal creëren, omdat dit het apparaat kan beschadigen. Sluit geen spanningsbron aan op de audio-connector. Als u een extern apparaat of headset, anders dan degene die zijn goedgekeurd voor gebruik met dit apparaat, op de audio-connector aansluit, let dan in het bijzonder op de volumeniveaus.

Delen van het apparaat zijn magnetisch. Metalen materialen kunnen worden aangetrokken door het apparaat. Plaats geen creditcards of andere magnetische stripkaarten gedurende langere tijd in de buurt van het apparaat, omdat de kaarten kunnen worden beschadigd.

DE SIM- EN GEHEUGENKAARTEN PLAATSEN

De simkaart plaatsen

Aan de slag - De simkaart plaatsen

  1. Open de simkaartlade: duw de pin voor het openen van de lade in het gat van de lade en schuif de lade eruit.
  2. Als u een telefoon met één simkaart hebt, plaatst u een nano-simkaart in sleuf 1 en een geheugenkaart in sleuf 2 op de lade met de contactgebieden naar beneden gericht. Als u een telefoon met twee simkaarten hebt, plaatst u een nano-simkaart in sleuf 1 en een tweede simkaart of een geheugenkaart in sleuf 2 met de contactgebieden naar beneden gericht.
  3. Schuif de lade terug.

Gebruik alleen originele nano-simkaarten. Het gebruik van incompatibele simkaarten kan de kaart of het apparaat beschadigen en kan gegevens op de kaart beschadigen.

Gebruik alleen compatibele geheugenkaarten die zijn goedgekeurd voor gebruik met dit apparaat. Incompatibele kaarten kunnen de kaart en het apparaat beschadigen en gegevens op de kaart beschadigen.


5G is mogelijk niet beschikbaar wanneer er twee simkaarten in uw telefoon zijn geplaatst. Als u twee simkaarten hebt geplaatst, ondersteunen beide simkaarten 4G/3G/2G. Download de software-update wanneer deze beschikbaar is om 5G/4G/3G/2G-ondersteuning voor SIM1 en 4G/3G/2G-ondersteuning voor SIM2 in te schakelen wanneer er twee simkaarten zijn geplaatst.


Verwijder de geheugenkaart niet wanneer een app deze gebruikt. Dit kan de geheugenkaart en het apparaat beschadigen en gegevens op de kaart beschadigen.

informatie Tip: om erachter te komen of uw telefoon 2 simkaarten kan gebruiken, bekijkt u het label op de verkoopdoos. Als er 2 IMEI-codes op het label staan, hebt u een telefoon met twee simkaarten.

informatie Tip: Gebruik een snelle microSD-geheugenkaart van maximaal 512 GB van een bekende fabrikant.

UW TELEFOON OPLADEN

De batterij opladen

  1. Steek een compatibele oplader in een stopcontact.
  2. Sluit de kabel aan op uw telefoon.

Uw telefoon ondersteunt de USB type C-kabel. U kunt uw telefoon ook opladen vanaf een computer met een USB-kabel, maar het kan langer duren.

Als de batterij volledig leeg is, kan het enkele minuten duren voordat de oplaadindicator wordt weergegeven.

UW TELEFOON INSCHAKELEN EN INSTELLEN

Wanneer u uw telefoon voor de eerste keer inschakelt, begeleidt uw telefoon u bij het instellen van uw netwerkverbindingen en telefooninstellingen.

Uw telefoon inschakelen

  1. Om uw telefoon in te schakelen, houdt u de aan/uit-knop ingedrukt totdat de telefoon trilt.
  2. Wanneer de telefoon is ingeschakeld, kiest u uw taal en regio.
  3. Volg de instructies op uw telefoon.

Gegevens overzetten van uw vorige telefoon
U kunt gegevens van een oude telefoon naar uw nieuwe telefoon overzetten met uw Google-account.

Raadpleeg de gebruikershandleiding van uw oude telefoon om gegevens op uw oude telefoon naar uw Google-account te back-uppen.

  1. Tik op Instellingen > Accounts > Account toevoegen > Google.
  2. Selecteer welke gegevens u wilt herstellen op uw nieuwe telefoon. De synchronisatie start automatisch zodra uw telefoon is verbonden met internet.

App-instellingen herstellen van uw vorige Android™-telefoon
Als uw vorige telefoon een Android was en de back-up naar een Google-account is ingeschakeld, kunt u uw app-instellingen en wifi-wachtwoorden herstellen.

  1. Tik op Instellingen > Systeem > Back-up.
  2. Zet Back-up maken naar Google Drive op Aan.

INSTELLINGEN VOOR TWEE SIMKAARTEN

Als u een telefoon met twee simkaarten hebt, kunt u 2 simkaarten in uw telefoon hebben, bijvoorbeeld één voor uw werk en één voor persoonlijk gebruik.

Kiezen welke simkaart u wilt gebruiken
Wanneer u bijvoorbeeld belt, kunt u kiezen welke simkaart u wilt gebruiken door op de bijbehorende knop SIM 1 of SIM 2 te tikken nadat u het nummer hebt gekozen.

Uw telefoon toont de netwerkstatus voor beide simkaarten afzonderlijk. Beide simkaarten zijn tegelijkertijd beschikbaar wanneer het apparaat niet wordt gebruikt, maar terwijl één simkaart actief is, bijvoorbeeld wanneer u belt, is de andere mogelijk niet beschikbaar.

Uw simkaarten beheren
Wilt u niet dat het werk uw vrije tijd verstoort? Of hebt u een goedkopere dataverbinding op één simkaart? U kunt beslissen welke simkaart u wilt gebruiken.

Tik op Instellingen > Netwerk en internet > Simkaarten.

Een simkaart hernoemen
Tik op de simkaart die u wilt hernoemen en typ de gewenste naam.

Selecteren welke simkaart te gebruiken voor oproepen of dataverbinding
Onder Voorkeurssim voor tikt u op de instelling die u wilt wijzigen en selecteert u de simkaart.

UW TELEFOON VERGRENDELEN OF ONTGRENDELEN

Uw telefoon vergrendelen
Als u wilt voorkomen dat u per ongeluk belt wanneer uw telefoon in uw zak of tas zit, kunt u uw toetsen en scherm vergrendelen.

Om uw toetsen en scherm te vergrendelen, drukt u op de aan/uit-knop.

De toetsen en het scherm ontgrendelen
Druk op de aan/uit-knop en veeg omhoog over het scherm. Geef indien gevraagd aanvullende inloggegevens op.

HET TOUCHSCREEN GEBRUIKEN


Vermijd krassen op het touchscreen. Gebruik nooit een echte pen, potlood of ander scherp voorwerp op het touchscreen.

Tik en houd vast om een item te slepen

Plaats uw vinger een paar seconden op het item en schuif uw vinger over het scherm.

Veeg
HET TOUCHSCREEN GEBRUIKEN - Stap 1
Plaats uw vinger op het scherm en schuif uw vinger in de gewenste richting.

Door een lange lijst of menu scrollen

Schuif uw vinger snel in een veegbeweging omhoog of omlaag over het scherm en til uw vinger op. Tik op het scherm om het scrollen te stoppen.

In- of uitzoomen
HET TOUCHSCREEN GEBRUIKEN - Stap 2
Plaats 2 vingers op een item, zoals een kaart, foto of webpagina, en schuif uw vingers uit elkaar of naar elkaar toe.

De schermoriëntatie vergrendelen
Het scherm draait automatisch wanneer u de telefoon 90 graden draait.
Om het scherm in portretmodus te vergrendelen, veegt u omlaag vanaf de bovenkant van het scherm en tikt u op Automatisch roteren.

Navigeren met gebaren
Om gebarennavigatie in te schakelen, tikt u op Instellingen > Systeem > Gebaren > Systeemnavigatie > Gebarennavigatie.

  • Om al uw apps te zien, veegt u omhoog vanaf de onderkant van het scherm.
  • Om naar het startscherm te gaan, veegt u omhoog vanaf de onderkant van het scherm. De app waarin u zich bevond, blijft op de achtergrond geopend.
  • Om te zien welke apps u hebt geopend, veegt u omhoog vanaf de onderkant van het scherm zonder uw vinger los te laten totdat u de apps ziet en laat u vervolgens uw vinger los. Om naar een andere open app te schakelen, tikt u op de app. Om alle open apps te sluiten, veegt u rechts door alle apps en tikt u op ALLES WISSEN.
  • Om terug te gaan naar het vorige scherm waarin u zich bevond, veegt u vanaf de rechter- of linkerrand van het scherm. Uw telefoon onthoudt alle apps en websites die u hebt bezocht sinds de laatste keer dat uw scherm was vergrendeld.

Navigeren met toetsen
Om de navigatietoetsen in te schakelen, tikt u op Instellingen > Systeem > Gebaren > Systeemnavigatie > Navigatie met 3 knoppen.

  • Om al uw apps te zien, veegt u omhoog op de starttoets .
  • Om naar het startscherm te gaan, tikt u op de starttoets. De app waarin u zich bevond, blijft op de achtergrond geopend.
  • Om te zien welke apps u hebt geopend, tikt u op .
  • Om naar een andere open app te schakelen, veegt u naar rechts en tikt u op de app.
  • Om alle open apps te sluiten, veegt u rechts door alle apps en tikt u op ALLES WISSEN.
  • Om terug te gaan naar het vorige scherm waarin u zich bevond, tikt u op . Uw telefoon onthoudt alle apps en websites die u hebt bezocht sinds de laatste keer dat uw scherm was vergrendeld.

Basics

UW TELEFOON PERSONALISEREN

Uw achtergrond wijzigen
Tik op Instellingen > Display > Geavanceerd > Achtergrond.

Het belgeluid van uw telefoon wijzigen
Tik op Instellingen > Geluid > Beltoon telefoon (SIM1) of Beltoon telefoon (SIM2) en selecteer de toon.

Het geluid van uw berichtmelding wijzigen
Tik op Instellingen > Geluid > Geavanceerd > Standaard geluid voor meldingen.

MELDINGEN

Het meldingenpaneel gebruiken

Wanneer u nieuwe meldingen ontvangt, zoals berichten of gemiste oproepen, verschijnen er indicatorpictogrammen op de statusbalk bovenaan het scherm. Sleep de statusbalk omlaag voor meer informatie over de meldingen. Veeg omhoog over het scherm om de weergave te sluiten.

Sleep de statusbalk omlaag om het meldingenpaneel te openen. Veeg omhoog over het scherm om het meldingenpaneel te sluiten.

Om de meldingsinstellingen van een app te wijzigen, tikt u op Instellingen > Apps en meldingen en tikt u op de app-naam om de app-instellingen te openen. Tik op Meldingen. U kunt de meldingen per app individueel in- of uitschakelen.

De pictogrammen voor snelle instellingen gebruiken

Pictogrammen voor snelle instellingen

Om functies te activeren, tikt u op de pictogrammen voor snelle instellingen in het meldingenpaneel. Sleep het menu omlaag om meer pictogrammen te zien.

Om de pictogrammen opnieuw te rangschikken, tikt u op Bewerken, tikt u op een pictogram en houdt u het vast en sleept u het vervolgens naar een andere locatie.

VOLUME REGELEN

Het volume wijzigen

Als u moeite hebt om uw telefoon te horen rinkelen in lawaaierige omgevingen, of als gesprekken te luid zijn, kunt u het volume naar wens wijzigen met behulp van de volumetoetsen aan de zijkant van uw telefoon.

Sluit geen producten aan die een uitgangssignaal genereren, aangezien dit het apparaat kan beschadigen. Sluit geen spanningsbron aan op de audio-aansluiting. Als u een extern apparaat of headset aansluit, anders dan die zijn goedgekeurd voor gebruik met dit apparaat, let dan goed op het volume.

Het volume voor media en apps wijzigen

Druk op een volumetoets aan de zijkant van uw telefoon om de volumestatusbalk te zien, tik op Meer en sleep de schuifregelaar op de volumebalk voor media en apps naar links of rechts.

De telefoon op stil zetten

Om de telefoon op stil te zetten, drukt u op de volume-omlaagtoets, tikt u op Vibreren om uw telefoon alleen op trillen te zetten en tikt u op Stil om hem op stil te zetten.

AUTOMATISCHE TEKSTCORRECTIE

Leer hoe u snel en efficiënt tekst schrijft met behulp van de tekstcorrectie van het toetsenbord.

Woordsuggesties van het toetsenbord gebruiken

Uw telefoon stelt woorden voor terwijl u schrijft, om u te helpen sneller en nauwkeuriger te schrijven. Woordsuggesties zijn mogelijk niet in alle talen beschikbaar.

Wanneer u begint met het schrijven van een woord, stelt uw telefoon mogelijke woorden voor. Wanneer het woord dat u wilt in de suggestiebalk wordt weergegeven, selecteert u het woord. Tik op de suggestie en houd deze vast om meer suggesties te zien.

informatie Tip: Als het voorgestelde woord vetgedrukt is, gebruikt uw telefoon het automatisch om het woord dat u hebt geschreven te vervangen. Als het woord verkeerd is, tikt u erop en houdt u het vast om een paar andere suggesties te zien. Als u niet wilt dat het toetsenbord woorden suggereert tijdens het typen, schakelt u de tekstcorrecties uit. Tik op Instellingen > Systeem > Talen en invoer > Virtueel toetsenbord. Selecteer het toetsenbord dat u normaal gebruikt. Tik op Tekstcorrectie en schakel de tekstcorrectiemethoden uit die u niet wilt gebruiken.

Een woord corrigeren

Als u merkt dat u een woord verkeerd hebt gespeld, tikt u erop om suggesties te zien voor het corrigeren van het woord.

Spellingscontrole uitschakelen

Tik op Instellingen > Systeem > Talen en invoer > Geavanceerd > Spellingscontrole, en schakel Spellingscontrole gebruiken uit.

GOOGLE ASSISTENT

Google Assistant is alleen beschikbaar in bepaalde markten en talen. Waar niet beschikbaar, wordt Google Assistant vervangen door Google Search. Controleer de beschikbaarheid op https://support.google.com/assistant. Google Assistant kan u helpen bij het online zoeken naar informatie, het vertalen van woorden en zinnen, het maken van notities en kalenderafspraken, bijvoorbeeld. U kunt Google Assistant zelfs gebruiken wanneer uw telefoon is vergrendeld. Google Assistant vraagt u echter om uw telefoon te ontgrendelen voordat u toegang krijgt tot uw privé-gegevens.

De Google Assistant-toets gebruiken

Om toegang te krijgen tot de Google Assistant-services, gebruikt u de Google Assistant-toets aan de zijkant van uw telefoon:

  • Druk eenmaal op de toets om Google Assistant te starten.
  • Houd de toets ingedrukt om met Google Assistant te spreken. Stel uw vraag en laat de toets los. U ziet het antwoord van Google Assistant op het scherm van uw telefoon.

Als uw land of regio Google Assistant niet ondersteunt, kunt u nog steeds de Google Assistant-toets gebruiken:

  • Druk eenmaal op de toets om Google Search te openen.
  • Houd de toets ingedrukt om Google voice search te gebruiken. Stel uw vraag en laat de toets los. U ziet het antwoord van Google op het scherm van uw telefoon.

De Google Assistant-toets uitschakelen

Om de Google Assistant-toets uit te schakelen, tikt u op Instellingen > Systeem > Bewegingen > Google Assistant-knop en schakelt u Google Assistant-knop uit.

BATTERIJDUUR

Haal het meeste uit uw telefoon en krijg tegelijkertijd de batterijduur die u nodig hebt. Er zijn stappen die u kunt nemen om energie te besparen op uw telefoon.

Batterijduur verlengen

Om energie te besparen:

  1. Laad de batterij altijd volledig op.
  2. Zet onnodige geluiden uit, zoals aanraakgeluiden. Tik op Instellingen > Geluid > Geavanceerd en selecteer onder Andere geluiden en trillingen welke geluiden u wilt behouden.
  3. Gebruik een bedrade hoofdtelefoon in plaats van de luidspreker.
  4. Stel het telefoonscherm zo in dat het na korte tijd wordt uitgeschakeld. Tik op Instellingen > Display > Geavanceerd > Slaapstand en selecteer de tijd.
  5. Tik op Instellingen > Display > Helderheidsniveau. Om de helderheid aan te passen, sleept u de schuifregelaar voor het helderheidsniveau. Zorg ervoor dat Adaptieve helderheid is uitgeschakeld.
  6. Stop apps die op de achtergrond worden uitgevoerd: tik op , veeg naar rechts door alle apps en tik op ALLES WISSEN.
  7. Gebruik locatieservices selectief: schakel locatieservices uit wanneer u ze niet nodig hebt. Tik op Instellingen > Locatie en schakel Locatie gebruiken uit.
  8. Gebruik netwerkverbindingen selectief: schakel Bluetooth alleen in indien nodig. Gebruik een Wi-Fi-verbinding om verbinding te maken met internet in plaats van een mobiele dataverbinding. Stop het scannen van uw telefoon naar beschikbare draadloze netwerken. Tik op Instellingen > Netwerk en internet > Wi-Fi en schakel Wi-Fi gebruiken uit. Als u naar muziek luistert of uw telefoon anderszins gebruikt, maar geen oproepen wilt plegen of ontvangen, schakelt u de vliegtuigmodus in. Tik op Instellingen > Netwerk en internet > Vliegtuigmodus.
    De vliegtuigmodus sluit verbindingen met het mobiele netwerk en schakelt de draadloze functies van uw apparaat uit.

TOEGANKELIJKHEID

U kunt verschillende instellingen wijzigen om het gebruik van uw telefoon te vereenvoudigen.

De lettergrootte vergroten of verkleinen

Wilt u grotere lettertypen op uw telefoon hebben?

  1. Tik op Instellingen > Toegankelijkheid.
  2. Tik op Lettergrootte. Om de lettergrootte te vergroten of te verkleinen, sleept u de schuifregelaar voor het lettergrootteniveau.

De weergavegrootte vergroten of verkleinen

Wilt u de items op uw scherm kleiner of groter maken?

  1. Tik op Instellingen > Toegankelijkheid.
  2. Tik op Weergavegrootte en om de weergavegrootte aan te passen, sleept u de schuifregelaar voor het weergavegrootteniveau.

FM-RADIO

Om naar de radio te luisteren, moet u een compatibele headset op de telefoon aansluiten. De headset fungeert als antenne. De headset kan afzonderlijk worden verkocht.

Naar FM-radio luisteren
Nadat u de headset hebt aangesloten, tikt u op FM-radio.

  • Om de radio in te schakelen, tikt u op .
  • Om radiostations te vinden, tikt u op > Scannen.
  • Om naar een ander station te schakelen, schuift u de kanaalfrequentierij naar links of rechts.
  • Om een station op te slaan, tikt u op.
  • Om naar een radiostation te luisteren met behulp van de luidsprekers van de telefoon, tikt u op . Houd de headset aangesloten.
  • Om de radio uit te schakelen, tikt u op .

informatie Tip voor probleemoplossing: Als de radio niet werkt, controleer dan of de headset goed is aangesloten.

Contact houden met uw vrienden en familie

GESPREKKEN

Een gesprek starten

  1. Tik op .
  2. Tik op en typ een nummer in, of tik op en selecteer een contactpersoon die u wilt bellen.
  3. Tik op . Als u een tweede SIM-kaart hebt geplaatst, tikt u op het bijbehorende pictogram om een gesprek te starten vanaf die SIM-kaart.

Een gesprek beantwoorden

Als uw telefoon rinkelt wanneer het scherm is ontgrendeld, tikt u op BEANTWOORDEN. Als uw telefoon rinkelt wanneer het scherm is vergrendeld, veegt u omhoog om te beantwoorden.

Een gesprek weigeren

Als uw telefoon rinkelt wanneer het scherm is ontgrendeld, tikt u op WEIGEREN. Als uw telefoon rinkelt wanneer het scherm is vergrendeld, veegt u omlaag om het gesprek te weigeren.

CONTACTEN

Een contactpersoon opslaan vanuit de gespreksgeschiedenis

  1. Tik op > om uw gespreksgeschiedenis te bekijken.
  2. Tik op het nummer dat u wilt opslaan.
  3. Tik op Contactpersoon toevoegen. Als dit een nieuwe contactpersoon is, typt u de contactgegevens in en tikt u op Opslaan. Als deze contactpersoon al in uw lijst met contactpersonen staat, tikt u op Toevoegen aan bestaande, selecteert u de contactpersoon en tikt u op Opslaan.

Een contactpersoon toevoegen

  1. Tik op Contacten >.
  2. Vul de informatie in.
  3. Tik op Opslaan.

BERICHTEN VERSTUREN

Een bericht verzenden

  1. Tik op Berichten.
  2. Tik op Chat starten.
  3. Om een ontvanger toe te voegen, tikt u op , typt u hun nummer in en tikt u op . Om een ontvanger toe te voegen vanuit uw lijst met contactpersonen, begint u hun naam te typen en tikt u op de contactpersoon.
  4. Om meer ontvangers toe te voegen, tikt u op . Nadat u alle ontvangers hebt gekozen, tikt u op .
  5. Schrijf uw bericht in het tekstvak.
  6. Tik op .

E-MAIL

U kunt onderweg e-mail verzenden met uw telefoon.

Een e-mailaccount toevoegen

Wanneer u de Gmail-app voor het eerst gebruikt, wordt u gevraagd om uw e-mailaccount in te stellen.

  1. Tik op Gmail.
  2. U kunt het adres selecteren dat is gekoppeld aan uw Google-account of tik op Een e-mailadres toevoegen.
  3. Nadat u alle accounts hebt toegevoegd, tikt u op BRENG ME NAAR GMAIL.

E-mail verzenden

  1. Tik op Gmail.
  2. Tik op .
  3. Typ in het vak Aan een adres in of tik op >Toevoegen vanuit Contacten.
  4. Typ het onderwerp van het bericht en de e-mail in.
  5. Tik op .

Camera

CAMERA-BASIS

Een foto maken

Maak scherpe en levendige foto's en leg de beste momenten vast in je fotoalbum.

  1. Tik op Camera.
  2. Richt en focus.
  3. Tik op pictogram foto maken.

Een selfie maken

  1. Tik op Camera >pictogram voorcamera om over te schakelen naar de voorcamera.
  2. Tik op pictogram foto maken.

Panorama's maken

  1. Tik op Camera.
  2. Tik op pictogram meer > Panorama.
  3. Tik op pictogram foto maken en volg de instructies op je telefoon.

informatie Tip: Met Google Lens kun je bijvoorbeeld dingen identificeren, tekst kopiëren, codes scannen en zoeken naar vergelijkbare producten. Je kunt Google Lens gebruiken met de foto's die je al hebt gemaakt. Tik op Photos, tik op de foto en tik op.

VIDEO'S

Een video opnemen

  1. Tik op Camera.
  2. Om over te schakelen naar de video-opnamemodus, tikt u op Video.
  3. Tik op pictogram video opnemen om de opname te starten.
  4. Tik op pictogram video stoppen om de opname te stoppen.
  5. Om terug te gaan naar de cameramodus, tikt u op Photo.

informatie Tip: Gebruik de bioscoopmodus om 2K-video's van hoge kwaliteit op te nemen. Tik op Camera > Cinema.

GEBRUIK JE CAMERA ALS EEN PRO

Meer informatie over je camera-instellingen

Tik in de Camera-app op pictogram instellingen voor meer informatie over elke instelling.

De achtergrond van je foto vervagen

Als je de achtergrond van je foto wilt vervagen, selecteer je de portretmodus en probeer je de verschillende effecten voor het vervagen van de achtergrond uit. Je kunt de portretmodus ook gebruiken met selfies.

  1. Tik op Camera > Portrait > pictogram effecten.
  2. Tik op een modus en gebruik de schuifregelaar om te selecteren hoe sterk je het effect wilt toepassen.
  3. Tik op pictogram foto maken .

Een nachtfoto maken

Schakel de nachtmodus in om 's nachts of bij weinig licht foto's van hoge kwaliteit te maken.

  1. Tik op Camera > pictogram meer > Night.
  2. Tik op pictogram foto maken.

Een groothoekfoto maken

Schakel de groothoekmodus in om prachtige landschapsfoto's te maken.

  1. Tik op Camera > pictogram meer > pictogram groothoek.
  2. Tik op pictogram foto maken . Om terug te gaan naar de normale modus, tikt u op pictogram meer .

Een macrofoto maken

Met de macromodus kun je zelfs de kleinste details vastleggen op je foto.

  1. Tik op Camera > pictogram meer > pictogram macro.
  2. Tik op pictogram foto maken.

JE FOTO'S EN VIDEO'S

Foto's en video's bekijken op je telefoon

Tik op Photos.

Je foto's en video's kopiëren naar je computer

Wil je je foto's of video's op een groter scherm bekijken? Verplaats ze naar je computer.

Je kunt de bestandsbeheerder van je computer gebruiken om je foto's en video's naar de computer te kopiëren of te verplaatsen.

Verbind je telefoon met de computer met een compatibele USB-kabel. Om het USB-verbindingstype in te stellen, open je het meldingenpaneel en tik je op de USB-melding.

Je foto's en video's delen

  1. Tik op Photos, tik op de foto die je wilt delen en tik op pictogram delen .
  2. Selecteer hoe je de foto of video wilt delen.

Internet en verbindingen

WI-FI ACTIVEREN

Het gebruik van een wifi-verbinding is over het algemeen sneller en goedkoper dan het gebruik van een mobiele dataverbinding. Als er zowel wifi- als mobiele dataverbindingen beschikbaar zijn, gebruikt je telefoon de wifi-verbinding.

Wi-Fi inschakelen

  1. Tik op Instellingen > Netwerk en internet > Wi-Fi.
  2. Schakel Wi-Fi gebruiken in.
  3. Selecteer de verbinding die je wilt gebruiken.

Je wifi-verbinding is actief wanneer wifi-indicator wordt weergegeven op de statusbalk bovenaan het scherm.


Gebruik versleuteling om de beveiliging van je wifi-verbinding te verhogen. Het gebruik van versleuteling vermindert het risico dat anderen toegang krijgen tot je gegevens.

informatie Tip: Als je locaties wilt volgen wanneer er geen satellietsignalen beschikbaar zijn, bijvoorbeeld wanneer je binnen bent of tussen hoge gebouwen, schakel dan wifi in om de positioneringsnauwkeurigheid te verbeteren.

SURFEN OP HET WEB

Je telefoon gebruiken om je computer met het web te verbinden

Het is eenvoudig om onderweg internet te gebruiken op je laptop. Verander je telefoon in een wifi-hotspot en gebruik je mobiele dataverbinding om met je laptop of een ander apparaat toegang te krijgen tot internet.

  1. Tik op Instellingen > Netwerk en internet > Hotspot en tethering.
  2. Schakel de Wifi-hotspot in om je mobiele dataverbinding via wifi te delen, Usb-tethering om een usb-verbinding te gebruiken, of Bluetooth-tethering om Bluetooth te gebruiken.

Het andere apparaat gebruikt data van je data-abonnement, wat kan leiden tot datakosten. Neem contact op met je netwerkserviceprovider voor informatie over beschikbaarheid en kosten.

Begin met browsen

Je hebt geen computer nodig – je kunt eenvoudig op je telefoon op internet surfen. Lees het nieuws en bezoek je favoriete websites. Je kunt de browser op je telefoon gebruiken om webpagina's op het internet te bekijken.

  1. Tik op Chrome.
  2. Typ een webadres en tik op zoek icoon .

informatie Tip: Als je netwerkserviceprovider geen vast bedrag voor gegevensoverdracht in rekening brengt, gebruik dan een wifi-netwerk om verbinding te maken met internet om te besparen op datakosten.

Zoeken op het web

Verken het web en de buitenwereld met Google Zoeken. Je kunt het toetsenbord gebruiken om je zoekwoorden te schrijven.

In Chrome:

  1. Tik op de zoekbalk.
  2. Schrijf je zoekwoord in het zoekvak.
  3. Tik op zoek icoon .

Je kunt ook een zoekwoord selecteren uit de voorgestelde overeenkomsten.

BLUETOOTH®

Je kunt draadloos verbinding maken met andere compatibele apparaten, zoals telefoons, computers, headsets en autokits. Je kunt je foto's ook naar compatibele telefoons of naar je computer sturen.

Verbinding maken met een Bluetooth-apparaat

Je kunt je telefoon verbinden met veel handige Bluetooth-apparaten. Met een draadloze headset (apart verkrijgbaar) kun je bijvoorbeeld handsfree telefoneren – je kunt doorgaan met wat je aan het doen bent, zoals werken op je computer, tijdens een gesprek. Het verbinden van een telefoon met een Bluetooth-apparaat wordt koppelen genoemd.

  1. Tik op Instellingen > Verbonden apparaten > Verbindingsvoorkeuren > Bluetooth.
  2. Schakel Bluetooth in op Aan.
  3. Zorg ervoor dat het andere apparaat is ingeschakeld.
    Mogelijk moet je het koppelingsproces starten vanaf het andere apparaat. Raadpleeg de gebruikershandleiding van het andere apparaat voor meer informatie.
  4. Tik op Nieuw apparaat koppelen en tik op het apparaat waarmee je wilt koppelen in de lijst met gedetecteerde Bluetooth-apparaten.
  5. Mogelijk moet je een toegangscode invoeren. Raadpleeg de gebruikershandleiding van het andere apparaat voor meer informatie.

Aangezien apparaten met draadloze Bluetooth-technologie communiceren via radiogolven, hoeven ze zich niet in een directe zichtlijn te bevinden. Bluetooth-apparaten moeten zich echter binnen 10 meter (33 voet) van elkaar bevinden, hoewel de verbinding kan worden blootgesteld aan interferentie van obstakels zoals muren of van andere elektronische apparaten.

Gekoppelde apparaten kunnen verbinding maken met je telefoon wanneer Bluetooth is ingeschakeld. Andere apparaten kunnen je telefoon alleen detecteren als de Bluetooth-instellingenweergave is geopend.

Koppel geen verbinding met of accepteer geen verbindingsverzoeken van een onbekend apparaat. Dit helpt je telefoon te beschermen tegen schadelijke inhoud.

Je inhoud delen via Bluetooth

Als je je foto's of andere inhoud met een vriend wilt delen, stuur ze dan via Bluetooth naar de telefoon van je vriend.

Je kunt meer dan één Bluetooth-verbinding tegelijk gebruiken. Terwijl je bijvoorbeeld een Bluetooth-headset gebruikt, kun je nog steeds dingen naar een andere telefoon sturen.

  1. Tik op Instellingen > Verbonden apparaten > Verbindingsvoorkeuren > Bluetooth.
  2. Zorg ervoor dat Bluetooth op beide telefoons is ingeschakeld en dat de telefoons zichtbaar zijn voor elkaar.
  3. Ga naar de inhoud die je wilt verzenden en tik op > Bluetooth.
  4. Tik in de lijst met gevonden Bluetooth-apparaten op de telefoon van je vriend.
  5. Als de andere telefoon een toegangscode nodig heeft, typ of accepteer dan de toegangscode en tik op KOPPELEN.

De toegangscode wordt alleen gebruikt wanneer je voor het eerst verbinding maakt met iets.

Een koppeling verwijderen

Als je het apparaat waarmee je je telefoon hebt gekoppeld niet meer hebt, kun je de koppeling verwijderen.

  1. Tik op Instellingen > Verbonden apparaten > EERDER VERBONDEN APPARATEN.
  2. Tik op naast een apparaatnaam.
    1. Tik op VERGETEN.

NFC

Verken de wereld om je heen. Als je telefoon Near Field Communication (NFC) ondersteunt, kun je op accessoires tikken om er verbinding mee te maken en op tags tikken om iemand te bellen of een website te openen. De NFC-functionaliteit kan worden gebruikt met enkele specifieke services en technologieën, zoals tikken om te betalen met je apparaat. Deze services zijn mogelijk niet beschikbaar in jouw regio. Neem contact op met je netwerkserviceprovider voor meer informatie over de beschikbaarheid van deze services.

Aan de slag met NFC

Schakel de NFC-functies op je telefoon in en begin met tikken om dingen te delen of verbinding te maken met apparaten. Om te zien of je telefoon NFC ondersteunt, tik je op Instellingen > Verbonden apparaten > Verbindingsvoorkeuren.

Met NFC kun je:

  • Verbinding maken met compatibele Bluetooth-accessoires die NFC ondersteunen, zoals een headset of een draadloze luidspreker.
  • Tikken op tags om meer inhoud voor je telefoon te krijgen of om online services te openen.
  • Betalen met je telefoon, indien ondersteund door je netwerkserviceprovider.

Het NFC-gebied bevindt zich op de achterkant van je telefoon. Tik met het NFC-gebied op andere telefoons, accessoires, tags of lezers.

  1. Tik op Instellingen > Verbonden apparaten > Verbindingsvoorkeuren > NFC.
    1. Schakel NFC in.

Zorg ervoor dat het scherm en de toetsen zijn ontgrendeld voordat je NFC gebruikt.

NFC-tags lezen

NFC-tags kunnen informatie bevatten, zoals een webadres, een telefoonnummer of een visitekaartje. De informatie die je wilt, is slechts één tik verwijderd.

Om een tag te lezen, tik je met het NFC-gebied van je telefoon op de tag.

waarschuwing Opmerking: Betaal- en ticketapps en -diensten worden geleverd door derden. HMD Global biedt geen garantie en aanvaardt geen verantwoordelijkheid voor dergelijke apps of diensten, inclusief ondersteuning, functionaliteit, transacties of verlies van geldwaarde. Mogelijk moet je de kaarten die je hebt toegevoegd, evenals de betaal- of ticketapp, opnieuw installeren en activeren na reparatie van je apparaat.

Verbinding maken met een Bluetooth-accessoire met NFC

Handen vol? Gebruik een headset. Of waarom niet naar muziek luisteren via draadloze luidsprekers? Je hoeft alleen maar met je telefoon op het compatibele accessoire te tikken.

  1. Tik met het NFC-gebied van het accessoire op het NFC-gebied van je telefoon.*
  2. Volg de instructies op het scherm.
    *Accessoires worden apart verkocht. De beschikbaarheid van accessoires varieert per regio.

Het verbonden accessoire loskoppelen

Als je niet langer verbinding hoeft te maken met het accessoire, kun je het accessoire loskoppelen.

Tik nogmaals op het NFC-gebied van het accessoire.

Raadpleeg de gebruikershandleiding van het accessoire voor meer informatie.

VPN

Je hebt mogelijk een Virtual Private Network (VPN)-verbinding nodig om toegang te krijgen tot de resources van je bedrijf, zoals intranet of zakelijke e-mail, of je kunt een VPN-service gebruiken voor persoonlijke doeleinden.

Neem contact op met de IT-beheerder van je bedrijf voor informatie over je VPN-configuratie, of raadpleeg de website van je VPN-service voor meer informatie.

Een veilige VPN-verbinding gebruiken

  1. Tik op Instellingen > Netwerk en internet > Geavanceerd > VPN.
  2. Om een VPN-profiel toe te voegen, tik je op +.
  3. Typ de profielinformatie in zoals aangegeven door de IT-beheerder van je bedrijf of de VPN-service.

Een VPN-profiel bewerken

  1. Tik op naast een profielnaam.
  2. Wijzig de informatie naar wens.

Een VPN-profiel verwijderen

  1. Tik op naast een profielnaam.
  2. Tik op VERGETEN.

Je dag organiseren

DATUM EN TIJD

Datum en tijd instellen
Tik op Instellingen > Systeem > Datum en tijd.

De tijd en datum automatisch bijwerken
Je kunt je telefoon instellen om automatisch de tijd, datum en tijdzone bij te werken. Automatische update is een netwerkservice en is mogelijk niet beschikbaar, afhankelijk van je regio of netwerkserviceprovider.

  1. Tik op Instellingen > Systeem > Datum en tijd.
  2. Schakel Datum en tijd via netwerk gebruiken in.
  3. Schakel Tijdzone via netwerk gebruiken in.

De klok wijzigen in de 24-uursindeling
Tik op Instellingen > Systeem > Datum en tijd en schakel 24-uursindeling gebruiken in.

WEKKER

Een alarm instellen

  1. Tik op Klok > Alarm.
  2. Om een alarm toe te voegen, tik je op .
  3. Om een alarm te wijzigen, tik je erop. Om het alarm op specifieke datums te laten herhalen, vink je Herhalen aan en markeer je de dagen van de week.

Een alarm uitschakelen
Wanneer het alarm afgaat, veeg je het alarm naar rechts.

KALENDER

Houd de tijd bij – leer hoe je je afspraken, taken en schema's up-to-date kunt houden.

Kalenders beheren
Tik op Kalender > , en selecteer welk type kalender je wilt zien.

Kalenders worden automatisch toegevoegd wanneer je een account aan je telefoon toevoegt. Om een nieuw account met een kalender toe te voegen, ga je naar het apps-menu en tik je op Instellingen > Accounts > Account toevoegen.

Een evenement toevoegen
Om een afspraak of een evenement te onthouden, voeg je deze toe aan je kalender.

  1. In Kalender, tik je op en selecteer je het type invoer.
  2. Typ de gewenste details in en stel de tijd in.
  3. Om een evenement op bepaalde dagen te laten herhalen, tik je op Niet herhalen en selecteer je hoe vaak het evenement moet worden herhaald.
  4. Om een herinnering in te stellen, tik je op Melding toevoegen, stel je de tijd in en tik je op Klaar.
  5. Tik op Opslaan.

informatie Tip: Om een evenement te bewerken, tik je op het evenement en , en bewerk je de details.

Een afspraak verwijderen

  1. Tik op het evenement.
  2. Tik op > Verwijderen.

Kaarten

PLAATSEN VINDEN EN EEN ROUTEBESCHRIJVING OPVRAGEN

Een plek zoeken

Google Maps helpt je specifieke locaties en bedrijven te vinden.

  1. Tik op Maps.
  2. Schrijf zoekwoorden, zoals een straatadres of plaatsnaam, in de zoekbalk.
  3. Selecteer een item uit de lijst met voorgestelde overeenkomsten terwijl je schrijft, of tik op om te zoeken.

De locatie wordt op de kaart weergegeven. Als er geen zoekresultaten worden gevonden, controleer dan of de spelling van je zoekwoorden correct is.

Je huidige locatie bekijken

Tik op Maps > Locatie.

Een routebeschrijving naar een plaats opvragen

  1. Tik op Maps en voer je bestemming in de zoekbalk in.
  2. Tik op Routebeschrijvingen. Het gemarkeerde pictogram geeft de wijze van transport aan, bijvoorbeeld . Om de modus te wijzigen, selecteert u de nieuwe modus onder de zoekbalk.
  3. Als je niet wilt dat je startpunt je huidige locatie is, tik dan op Je locatie en zoek naar een nieuw startpunt.
  4. Tik op Start om de navigatie te starten.

De route wordt weergegeven op de kaart, samen met een schatting van hoe lang het duurt om er te komen. Om gedetailleerde aanwijzingen te zien, tik op Stappen & meer.

KAARTEN DOWNLOADEN EN BIJWERKEN

Een kaart downloaden

Sla nieuwe kaarten op je telefoon op voor een reis, zodat je de kaarten zonder internetverbinding kunt bekijken tijdens het reizen.

  1. Tik op Maps > Menu > Offline kaarten > SELECTEER JE EIGEN KAART.
  2. Selecteer het gebied op de kaart en tik op DOWNLOADEN.

Een bestaande kaart bijwerken

  1. Tik op Maps > Menu > Offline kaarten en de naam van de kaart.
  2. Tik op BIJWERKEN.

Als het pictogram Menu niet beschikbaar is, tik dan op het pictogram voor het Google-gebruikersaccount of je Google-gebruikersaccountfoto.

informatie Tip: Je kunt je telefoon ook instellen om de kaarten automatisch bij te werken. Tik op Maps > Menu > Offline kaarten Instellingen> en schakel Offline kaarten automatisch bijwerken en Offline kaarten automatisch downloaden in op Aan.

LOCATIEDIENSTEN GEBRUIKEN

Gebruik Kaarten om erachter te komen waar je bent, voeg je locatie toe aan de foto's die je maakt. Locatie-informatie kan aan een foto of video worden toegevoegd als je locatie kan worden bepaald met behulp van satelliet- of netwerktechnologie. Als je een foto of video deelt die locatie-informatie bevat, kan de locatie-informatie worden getoond aan degenen die de foto of video bekijken. Sommige apps kunnen je locatie-informatie gebruiken om je een grotere verscheidenheid aan diensten aan te bieden.

Locatiediensten inschakelen

Je telefoon toont je locatie op de kaart met behulp van een satellietpositioneringssysteem, wifi of netwerkgebaseerde (Cell ID) positionering.

De beschikbaarheid, nauwkeurigheid en volledigheid van de locatie-informatie hangen bijvoorbeeld af van je locatie, omgeving en bronnen van derden, en kunnen beperkt zijn. Locatie-informatie is bijvoorbeeld mogelijk niet beschikbaar in gebouwen of ondergronds. Zie voor privacy-informatie met betrekking tot positioneringsmethoden het privacybeleid van HMD Global, beschikbaar op http://www.hmd.com/privacy.

Sommige satellietpositioneringssystemen vereisen mogelijk het overdragen van kleine hoeveelheden gegevens via het mobiele netwerk. Als je datakosten wilt vermijden, bijvoorbeeld tijdens het reizen, kun je de mobiele dataverbinding uitschakelen in de instellingen van je telefoon.

Wifi-positionering verbetert de positioneringsnauwkeurigheid wanneer satellietsignalen niet beschikbaar zijn, vooral wanneer je zich binnenshuis of tussen hoge gebouwen bevindt. Als je je op een plek bevindt waar het gebruik van wifi beperkt is, kun je wifi uitschakelen in de instellingen van je telefoon.

Tik op Instellingen > Locatie en schakel Locatie gebruiken in.

Apps, updates en back-ups

APPS DOWNLOADEN VAN GOOGLE PLAY

Je moet een Google-account aan je telefoon hebben toegevoegd om Google Play-services te kunnen gebruiken. Er kunnen kosten van toepassing zijn op een deel van de inhoud die beschikbaar is in Google Play. Om een betaalmethode toe te voegen, tikt u op Play Store > Menu > Betaalmethoden. Zorg er altijd voor dat je toestemming hebt van de eigenaar van de betaalmethode wanneer je inhoud van Google Play koopt.

Een Google-account toevoegen aan je telefoon

  1. Tik op Instellingen > Accounts > Account toevoegen > Google. Bevestig, indien gevraagd, je apparaatvergrendelingsmethode.
  2. Typ de inloggegevens van je Google-account en tik op Volgende, of tik op Account maken om een nieuw account aan te maken.
  3. Volg de instructies op je telefoon.

Apps downloaden

  1. Tik op Play Store.
  2. Tik op de zoekbalk om naar apps te zoeken, of selecteer apps uit je aanbevelingen.
  3. Tik in de app-beschrijving op Installeren om de app te downloaden en te installeren.

Om je apps te zien, ga je naar het startscherm en veeg je omhoog vanaf de onderkant van het scherm.

RUIM RUIMTE OP JE TELEFOON VRIJ

Als het geheugen van je telefoon vol begint te raken, verplaats je bestanden naar een geheugenkaart of verwijder je onnodige bestanden.

Bestanden overzetten naar een geheugenkaart

Om foto's van je telefoongeheugen naar een geheugenkaart te verplaatsen, tik je op Bestanden > Afbeeldingen. Houd de foto die je wilt verplaatsen ingedrukt en tik op > Verplaatsen naar > SD-kaart.

Om documenten en bestanden te verplaatsen, tik je op Bestanden > Documenten & Overige. Tik op naast de bestandsnaam en tik op Verplaatsen naar SD-kaart.

JE TELEFOONSOFTWARE BIJWERKEN

Blijf up-to-date – update je telefoonsoftware en apps draadloos om nieuwe en verbeterde functies voor je telefoon te krijgen. Het updaten van de software kan ook de prestaties van je telefoon verbeteren.

Beschikbare updates installeren

Tik op Instellingen > Systeem > Geavanceerd > Systeemupdate > Controleren op update om te controleren of er updates beschikbaar zijn.

Wanneer je telefoon je laat weten dat er een update beschikbaar is, volg je gewoon de instructies op je telefoon. Als je telefoon weinig geheugen heeft, moet je mogelijk je foto's en andere spullen naar de geheugenkaart verplaatsen.

Waarschuwing
Als je een software-update installeert, kun je het apparaat niet gebruiken, zelfs niet om noodoproepen te plaatsen, totdat de installatie is voltooid en het apparaat opnieuw is opgestart.

Sluit, voordat je de update start, een oplader aan of zorg ervoor dat de batterij van het apparaat voldoende stroom heeft, en maak verbinding met wifi, aangezien de updatepakketten veel mobiele data kunnen verbruiken.

EEN BACK-UP VAN JE GEGEVENS MAKEN

Om ervoor te zorgen dat je gegevens veilig zijn, gebruik je de back-upfunctie in je telefoon. Er wordt op afstand een back-up gemaakt van je apparaatgegevens (zoals wifi-wachtwoorden en belgeschiedenis) en app-gegevens (zoals instellingen en bestanden die door apps zijn opgeslagen).

Automatische back-up inschakelen
Tik op Instellingen > Systeem > Back-up en schakel back-up in.

ORIGINELE INSTELLINGEN HERSTELLEN EN PRIVÉ-INHOUD VAN JE TELEFOON VERWIJDEREN

Ongelukken kunnen gebeuren – als je telefoon niet goed werkt, kun je de instellingen herstellen. Of, als je een nieuwe telefoon koopt, of anderszins je telefoon wilt weggooien of recyclen, kun je hier lezen hoe je je persoonlijke gegevens en inhoud kunt verwijderen. Let op: het is jouw verantwoordelijkheid om alle persoonlijke inhoud te verwijderen.

Je telefoon resetten

  1. Tik op Instellingen > Systeem > Geavanceerd > Opties voor resetten > Alle gegevens wissen (fabrieksreset).
  2. Volg de instructies op je telefoon.

Je telefoon beschermen

JE TELEFOON BESCHERMEN MET EEN SCHERMVERGRENDELING

Je kunt je telefoon zo instellen dat authenticatie vereist is bij het ontgrendelen van het scherm.

Een schermvergrendeling instellen

  1. Tik op Instellingen > Beveiliging > Schermvergrendeling.
  2. Kies het type vergrendeling en volg de instructies op je telefoon.

JE TELEFOON BESCHERMEN MET JE GEZICHT

Gezichtsverificatie instellen

BESCHERMEN MET JE GEZICHT - Gezichtsverificatie instellen

  1. Tik op Instellingen > Beveiliging > Gezicht ontgrendelen.
  2. Selecteer welke back-upontgrendelingsmethode je wilt gebruiken voor het vergrendelscherm en volg de instructies op je telefoon.

Houd je ogen open en zorg ervoor dat je gezicht volledig zichtbaar is en niet wordt bedekt door een object, zoals een hoed of zonnebril.

waarschuwing Opmerking: Het gebruik van je gezicht om je telefoon te ontgrendelen is minder veilig dan het gebruik van een vingerafdruk, patroon of wachtwoord. Je telefoon kan worden ontgrendeld door iemand of iets met een vergelijkbaar uiterlijk.
Gezicht ontgrendelen werkt mogelijk niet goed bij tegenlicht of in een te donkere of heldere omgeving.

Je telefoon ontgrendelen met je gezicht

Om je telefoon te ontgrendelen, zet je gewoon je scherm aan en kijk je in de camera.
Als er een gezichtsherkenningsfout optreedt en je op geen enkele manier alternatieve aanmeldmethoden kunt gebruiken om de telefoon te herstellen of opnieuw in te stellen, moet je telefoon worden gerepareerd. Er kunnen extra kosten van toepassing zijn en alle persoonlijke gegevens op je telefoon kunnen worden verwijderd. Neem voor meer informatie contact op met de dichtstbijzijnde erkende servicefaciliteit voor je telefoon, of met je telefoondealer.

JE TELEFOON BESCHERMEN MET JE VINGERAFDRUK

Een vingerafdruk toevoegen

  1. Tik op Instellingen > Beveiliging > Vingerafdruk. Als je geen schermvergrendeling op je telefoon hebt ingesteld, tik je op Schermvergrendeling instellen.
  2. Selecteer welke back-upontgrendelingsmethode je wilt gebruiken voor het vergrendelscherm en volg de instructies op je telefoon.

Je telefoon ontgrendelen met je vinger

Plaats je geregistreerde vinger op de aan/uit-toets.

Als er een vingerafdruksensorfout optreedt en je op geen enkele manier alternatieve aanmeldmethoden kunt gebruiken om de telefoon te herstellen of opnieuw in te stellen, moet je telefoon worden gerepareerd door bevoegd personeel. Er kunnen extra kosten van toepassing zijn en alle persoonlijke gegevens op je telefoon kunnen worden verwijderd. Neem voor meer informatie contact op met het dichtstbijzijnde servicepunt voor je telefoon, of met je telefoondealer.

JE SIM-PINCODE WIJZIGEN

Als je SIM-kaart werd geleverd met een vooraf ingestelde pincode, kun je deze wijzigen in een veiligere code. Niet alle netwerkserviceproviders ondersteunen dit.

Je SIM-pincode selecteren
Je kunt kiezen welke cijfers je wilt gebruiken voor de SIM-pincode. De SIM-pincode kan 4-8 cijfers lang zijn.

  1. Tik op Instellingen > Beveiliging > SIM-kaartvergrendeling.
  2. Tik onder de geselecteerde SIM-kaart op SIM-pincode wijzigen.

TOEGANGSCODES

Lees waar de verschillende codes op je telefoon voor dienen.

Pincode of PIN2-code

Pincodes of PIN2-codes hebben 4-8 cijfers.
Deze codes beschermen je SIM-kaart tegen ongeoorloofd gebruik of zijn vereist om toegang te krijgen tot bepaalde functies. Je kunt je telefoon zo instellen dat hij om de pincode vraagt wanneer je hem inschakelt.

Als je de codes vergeet of ze niet bij je kaart zijn geleverd, neem dan contact op met je netwerkserviceprovider.

Als je de code 3 keer achter elkaar verkeerd invoert, moet je de code deblokkeren met de PUK-code of PUK2-code.

PUK-codes of PUK2-codes

PUK-codes of PUK2-codes zijn vereist om een pincode of PIN2-code te deblokkeren.
Als de codes niet bij je SIM-kaart zijn geleverd, neem dan contact op met je netwerkserviceprovider.

Vergrendelcode

De vergrendelcode staat ook wel bekend als beveiligingscode of wachtwoord.

De vergrendelcode helpt je je telefoon te beschermen tegen ongeoorloofd gebruik. Je kunt je telefoon zo instellen dat hij om de vergrendelcode vraagt die je definieert. Houd de code geheim en op een veilige plaats, gescheiden van je telefoon.

Als je de code vergeet en je telefoon is vergrendeld, moet je telefoon worden gerepareerd. Er kunnen extra kosten van toepassing zijn en alle persoonlijke gegevens op je telefoon kunnen worden verwijderd. Neem voor meer informatie contact op met de dichtstbijzijnde erkende servicefaciliteit voor je telefoon, of met je telefoondealer.

IMEI-code

De IMEI-code wordt gebruikt om telefoons in het netwerk te identificeren. Je moet het nummer mogelijk ook doorgeven aan je erkende servicefaciliteit of telefoondealer. Om je IMEI-code te bekijken:

  • bel *#06#
  • controleer de originele verkoopdoos

Als de IMEI-code op je telefoon is afgedrukt, kun je deze bijvoorbeeld vinden op de SIM-lade of onder de achterklep, als je telefoon een verwijderbare klep heeft.

Je telefoon lokaliseren of vergrendelen

Als je je telefoon verliest, kun je hem mogelijk op afstand vinden, vergrendelen of wissen als je bent ingelogd op een Google-account. Zoek mijn apparaat is standaard ingeschakeld voor telefoons die aan een Google-account zijn gekoppeld.

Om Zoek mijn apparaat te gebruiken, moet je verloren telefoon:

  • Ingeschakeld zijn
  • Ingelogd zijn op een Google-account
  • Verbonden zijn met mobiele data of wifi
  • Zichtbaar zijn op Google Play
  • Locatie ingeschakeld hebben
  • Zoek mijn apparaat ingeschakeld hebben

Wanneer Zoek mijn apparaat verbinding maakt met je telefoon, zie je de locatie van de telefoon en ontvangt de telefoon een melding.

  1. Open android.com/find op een computer, tablet of telefoon die met internet is verbonden en log in op je Google-account.
  2. Als je meer dan één telefoon hebt, klik je bovenaan het scherm op de verloren telefoon.
  3. Bekijk op de kaart ongeveer waar de telefoon zich bevindt. De locatie is bij benadering en is mogelijk niet nauwkeurig.

Als je apparaat niet kan worden gevonden, toont Zoek mijn apparaat de laatst bekende locatie, indien beschikbaar. Volg de instructies op de website om je telefoon te vergrendelen of te wissen.

Veiligheid en productinformatie

VOOR UW VEILIGHEID

Lees deze eenvoudige richtlijnen. Het niet opvolgen ervan kan gevaarlijk zijn of in strijd met lokale wet- en regelgeving. Lees de volledige gebruikershandleiding voor meer informatie.

UITSCHAKELEN IN BEPERKTE GEBIEDEN
Pictogram: Uitschakelen in beperkte gebieden
Schakel het apparaat uit wanneer het gebruik van mobiele apparaten niet is toegestaan of wanneer het storing of gevaar kan veroorzaken, bijvoorbeeld in vliegtuigen, in ziekenhuizen of in de buurt van medische apparatuur, brandstof, chemicaliën of explosieven. Neem alle instructies in beperkte gebieden in acht.

VERKEERSVEILIGHEID KOMT OP DE EERSTE PLAATS
Pictogram: Verkeersveiligheid komt op de eerste plaats
Neem alle lokale wetten in acht. Houd uw handen altijd vrij om het voertuig te bedienen tijdens het rijden. Uw eerste overweging tijdens het rijden moet verkeersveiligheid zijn.

INTERFERENTIE
Pictogram: Interferentie
Alle draadloze apparaten kunnen gevoelig zijn voor interferentie, wat de prestaties kan beïnvloeden.

BEVOEGDE SERVICE
Pictogram: Bevoegde service
Alleen bevoegd personeel mag dit product installeren of repareren.

BATTERIJEN, OPLADERS EN ANDERE ACCESSOIRES
Pictogram: Batterijen, opladers en andere accessoires
Gebruik alleen batterijen, opladers en andere accessoires die zijn goedgekeurd door HMD Global Oy voor gebruik met dit apparaat. Sluit geen incompatibele producten aan.

HOUD UW APPARAAT DROOG
Pictogram: Houd uw apparaat droog
Als uw apparaat waterbestendig is, raadpleeg dan de IP-classificatie in de technische specificaties van het apparaat voor meer gedetailleerde richtlijnen.

GLASONDERDELEN
Pictogram: Glasonderdelen
Het apparaat en/of het scherm is gemaakt van glas. Dit glas kan breken als het apparaat op een harde ondergrond valt of een aanzienlijke impact krijgt. Als het glas breekt, raak dan de glasonderdelen van het apparaat niet aan en probeer het gebroken glas niet van het apparaat te verwijderen. Stop met het gebruik van het apparaat totdat het glas is vervangen door bevoegd onderhoudspersoneel.

BESCHERM UW GEHOOR
Pictogram: Bescherm uw gehoor
Om mogelijke gehoorbeschadiging te voorkomen, mag u niet lange tijd naar hoge volumeniveaus luisteren. Wees voorzichtig wanneer u uw apparaat in de buurt van uw oor houdt terwijl de luidspreker in gebruik is.

SAR
Pictogram: SAR
Dit apparaat voldoet aan de richtlijnen voor RF-blootstelling wanneer het wordt gebruikt in de normale gebruikspositie tegen het oor of wanneer het op een afstand van ten minste 1,5 centimeter (5/8 inch) van het lichaam wordt geplaatst. De specifieke maximale SAR-waarden zijn te vinden in het gedeelte Certificeringsinformatie (SAR) van deze gebruikershandleiding. Raadpleeg voor meer informatie het gedeelte Certificeringsinformatie (SAR) van deze gebruikershandleiding of ga naar www.sar-tick.com.

NETWERKDIENSTEN EN -KOSTEN

Voor het gebruik van sommige functies en diensten, of het downloaden van inhoud, inclusief gratis items, is een netwerkverbinding vereist. Dit kan leiden tot de overdracht van grote hoeveelheden gegevens, wat kan resulteren in datakosten. Mogelijk moet u zich ook abonneren op sommige functies.


5G wordt mogelijk niet ondersteund door uw netwerkserviceprovider of door de serviceprovider die u gebruikt tijdens het reizen. Neem contact op met uw netwerkserviceprovider voor meer informatie. Als 5G niet wordt ondersteund door uw netwerkserviceprovider, wordt aanbevolen om de hoogste verbindingssnelheid te wijzigen van 5G naar 4G. Om dit te doen, tikt u in het startscherm op Instellingen > Netwerk en internet > Mobiel netwerk, en schakelt u Voorkeur netwerktype naar LTE.

waarschuwingOpmerking: Het gebruik van Wi-Fi kan in sommige landen beperkt zijn. In de EU mag u bijvoorbeeld alleen 5150–5350 MHz Wi-Fi binnenshuis gebruiken, en in de VS en Canada mag u alleen 5,15–5,25 GHz Wi-Fi binnenshuis gebruiken. Neem voor meer informatie contact op met uw lokale autoriteiten.

NOODOPROEPEN


Verbindingen in alle omstandigheden kunnen niet worden gegarandeerd. Vertrouw nooit uitsluitend op een draadloze telefoon voor essentiële communicatie, zoals medische noodgevallen.

Voordat u de oproep plaatst:

  • Schakel de telefoon in.
  • Als het telefoonscherm en de toetsen zijn vergrendeld, ontgrendel ze dan.
  • Verplaats u naar een plaats met voldoende signaalsterkte.

Tik in het startscherm op .

  1. Typ het officiële noodnummer voor uw huidige locatie in. Noodnummers variëren per locatie.
  2. Tik op.
  3. Geef de nodige informatie zo nauwkeurig mogelijk door. Beëindig het gesprek niet voordat u daar toestemming voor hebt gekregen.

Mogelijk moet u ook het volgende doen:

  • Plaats een simkaart in de telefoon. Als u geen simkaart hebt, tikt u in het vergrendelscherm op Noodgeval.
  • Als uw telefoon om een pincode vraagt, tikt u op Noodgeval.
  • Schakel de oproepbeperkingen in uw telefoon uit, zoals oproepblokkering, vast kiezen of een gesloten gebruikersgroep.
  • Als het mobiele netwerk niet beschikbaar is, kunt u ook proberen een internetgesprek te voeren, als u toegang hebt tot internet.

ZORG GOED VOOR UW APPARAAT

Behandel uw apparaat, batterij, oplader en accessoires met zorg. De volgende suggesties helpen u om uw apparaat operationeel te houden.

  • Houd het apparaat droog. Neerslag, vochtigheid en alle soorten vloeistoffen of vocht kunnen mineralen bevatten die elektronische circuits aantasten.
  • Gebruik of bewaar het apparaat niet in stoffige of vuile omgevingen.
  • Bewaar het apparaat niet bij hoge temperaturen. Hoge temperaturen kunnen het apparaat of de batterij beschadigen.
  • Bewaar het apparaat niet bij lage temperaturen. Wanneer het apparaat opwarmt tot zijn normale temperatuur, kan er vocht in het apparaat ontstaan en het beschadigen.
  • Open het apparaat niet anders dan zoals beschreven in de gebruikershandleiding.
  • Onbevoegde wijzigingen kunnen het apparaat beschadigen en in strijd zijn met de voorschriften voor radioapparatuur.
  • Laat het apparaat of de batterij niet vallen, stoot er niet tegen of schud het niet. Ruwe behandeling kan het breken.
  • Gebruik alleen een zachte, schone, droge doek om het oppervlak van het apparaat schoon te maken.
  • Beschilder het apparaat niet. Verf kan een goede werking verhinderen.
  • Houd het apparaat uit de buurt van magneten of magnetische velden.
  • Om uw belangrijke gegevens veilig te bewaren, slaat u deze op ten minste twee afzonderlijke plaatsen op, zoals uw apparaat, geheugenkaart of computer, of schrijft u belangrijke informatie op.

Tijdens langdurig gebruik kan het apparaat warm aanvoelen. In de meeste gevallen is dit normaal. Om te voorkomen dat het te warm wordt, kan het apparaat automatisch vertragen, het scherm dimmen tijdens een videogesprek, apps sluiten, het opladen uitschakelen en, indien nodig, zichzelf uitschakelen. Als het apparaat niet goed werkt, breng het dan naar de dichtstbijzijnde erkende servicefaciliteit.

BATTERIJ- EN OPLADERINFORMATIE

Batterij- en opladerinfo
Raadpleeg de gedrukte handleiding om te controleren of uw telefoon een verwijderbare of niet-verwijderbare batterij heeft.

Apparaten met een verwijderbare batterij
Gebruik uw apparaat alleen met een originele oplaadbare batterij.

De batterij kan honderden keren worden opgeladen en ontladen, maar zal uiteindelijk verslijten. Wanneer de gespreks- en standby-tijden merkbaar korter zijn dan normaal, vervang dan de batterij.

Apparaten met een niet-verwijderbare batterij
Probeer de batterij niet te verwijderen, omdat u het apparaat kunt beschadigen. De batterij kan honderden keren worden opgeladen en ontladen, maar zal uiteindelijk verslijten. Wanneer de gespreks- en standby-tijden merkbaar korter zijn dan normaal, breng het apparaat dan naar de dichtstbijzijnde erkende servicefaciliteit om de batterij te vervangen.

Laad uw apparaat op met een compatibele oplader. Het type stekker van de oplader kan variëren. De oplaadtijd kan variëren afhankelijk van de mogelijkheden van het apparaat.

KLEINE KINDEREN

Uw apparaat en de accessoires ervan zijn geen speelgoed. Ze kunnen kleine onderdelen bevatten. Houd ze buiten het bereik van kleine kinderen.

MEDISCHE APPARATEN

De werking van radiozendapparatuur, waaronder draadloze telefoons, kan de werking van onvoldoende afgeschermde medische apparaten verstoren. Raadpleeg een arts of de fabrikant van het medische apparaat om te bepalen of het voldoende is afgeschermd tegen externe radio-energie.

GEÏMPLANTEERDE MEDISCHE APPARATEN

Om mogelijke interferentie te voorkomen, raden fabrikanten van geïmplanteerde medische apparaten (zoals pacemakers, insulinepompen en neurostimulatoren) een minimale afstand van 15,3 centimeter (6 inch) aan tussen een draadloos apparaat en het medische apparaat. Personen die dergelijke apparaten hebben, moeten:

  • Het draadloze apparaat altijd op meer dan 15,3 centimeter (6 inch) van het medische apparaat houden.
  • Het draadloze apparaat niet in een borstzak dragen.
  • Het draadloze apparaat tegen het oor houden dat zich tegenover het medische apparaat bevindt.
  • Het draadloze apparaat uitschakelen als er een reden is om te vermoeden dat er interferentie plaatsvindt.
  • De aanwijzingen van de fabrikant voor het geïmplanteerde medische apparaat volgen.

Als u vragen hebt over het gebruik van uw draadloze apparaat met een geïmplanteerd medisch apparaat, raadpleeg dan uw zorgverlener.

GEHOOR


Wanneer u de headset gebruikt, kan uw vermogen om geluiden van buitenaf te horen worden beïnvloed. Gebruik de headset niet waar dit uw veiligheid in gevaar kan brengen.

Sommige draadloze apparaten kunnen sommige gehoorapparaten storen.

BESCHERM UW APPARAAT TEGEN SCHADELIJKE INHOUD

Uw apparaat kan worden blootgesteld aan virussen en andere schadelijke inhoud. Neem de volgende voorzorgsmaatregelen:

  • Wees voorzichtig bij het openen van berichten. Ze kunnen schadelijke software bevatten of anderszins schadelijk zijn voor uw apparaat of computer.
  • Wees voorzichtig bij het accepteren van verbindingsverzoeken, het surfen op internet of het downloaden van inhoud. Accepteer geen Bluetooth-verbindingen van bronnen die u niet vertrouwt.
  • Installeer en gebruik alleen services en software van bronnen die u vertrouwt en die voldoende beveiliging en bescherming bieden.
  • Installeer antivirus- en andere beveiligingssoftware op uw apparaat en elke aangesloten computer. Gebruik slechts één antivirus-app tegelijk. Het gebruik van meer kan de prestaties en werking van het apparaat en/of de computer beïnvloeden.
  • Als u toegang hebt tot vooraf geïnstalleerde bladwijzers en links naar websites van derden, neem dan de juiste voorzorgsmaatregelen. HMD Global onderschrijft dergelijke sites niet en aanvaardt er geen aansprakelijkheid voor.

VOERTUIGEN

Radiosignalen kunnen onjuist geïnstalleerde of onvoldoende afgeschermde elektronische systemen in voertuigen beïnvloeden. Neem voor meer informatie contact op met de fabrikant van uw voertuig of de apparatuur ervan. Alleen bevoegd personeel mag het apparaat in een voertuig installeren. Een onjuiste installatie kan gevaarlijk zijn en uw garantie ongeldig maken. Controleer regelmatig of alle draadloze apparatuur in uw voertuig correct is gemonteerd en werkt. Bewaar of vervoer geen ontvlambare of explosieve materialen in hetzelfde compartiment als het apparaat, de onderdelen of accessoires. Plaats uw apparaat of accessoires niet in het ontplooiingsgebied van de airbag.

MOGELIJK EXPLOSIEVE OMGEVINGEN

Schakel uw apparaat uit in potentieel explosieve omgevingen, zoals in de buurt van benzinepompen. Vonken kunnen een explosie of brand veroorzaken met letsel of de dood tot gevolg. Let op beperkingen in gebieden met brandstof, chemische fabrieken of waar explosiewerkzaamheden aan de gang zijn. Gebieden met een potentieel explosieve omgeving zijn mogelijk niet duidelijk gemarkeerd. Dit zijn meestal gebieden waar u wordt geadviseerd uw motor uit te schakelen, benedendeks op boten, chemische overslag- of opslagfaciliteiten en waar de lucht chemicaliën of deeltjes bevat. Neem contact op met de fabrikanten van voertuigen die vloeibaar petroleumgas (zoals propaan of butaan) gebruiken als dit apparaat veilig in hun buurt kan worden gebruikt.

Nachtlampje inschakelen

Als u in gedimd licht naar uw scherm moet kijken, schakelt u het nachtlampje in. Tik op Instellingen > Scherm > Nachtlampje > NU INSCHAKELEN. Het scherm is warmgeel getint. Om het nachtlampje uit te schakelen, tikt u op NU UITSCHAKELEN.

Ga voor meer informatie naar https://community.phones.nokia.com/discussion/58405/lowblue-light-mode-certified-by-tuev-rheinland/p1.

Referenties

Download handleiding

Hier kunt u de volledige pdf-versie van de handleiding downloaden. Deze kan aanvullende veiligheidsinstructies, garantie-informatie, FCC-regels, enz. bevatten.

Download Nokia 8.3 5G-handleiding

Beschikbare talen

Inhoudsopgave