Eerste instelling
2.1 Eerste instelling
Voordat de pomp door de patiënt kan worden gebruikt, moet er een PIN
(alleen voor toegang voor de professionele zorgverlener) en een
continue basisinfusiesnelheid worden ingevoerd en bevestigd. Tijdens
deze eerste instelling is het ook mogelijk om hoge en lage continue
infusiesnelheden alsook extra- en laaddosiswaarden in te stellen. De
standaardwaarde voor Basis is 0,15 ml/u. De standaardwaarden voor de
hoge en lage snelheden zijn hetzelfde als de bevestigde basissnelheid
(Hoog en Laag zijn niet beschikbaar tenzij een andere waarde dan Basis
is ingesteld). De standaardwaarden voor Extra dosis en Laaddosis zijn
0,0 ml, wat betekent dat ze niet beschikbaar zijn. Indien er andere
waarden dan 0 zijn ingesteld, zijn ze wel beschikbaar.
2.2 Inspecteer de onderdelen en plaats de batterij
1.
Verwijder de pomp en één batterij uit de pompset (verpakking).
a. Inspecteer de pomp en batterij om er zeker van te zijn dat ze niet
beschadigd zijn.
2.
Zorg dat u de batterij van het model RRC1120-PM gebruikt die bij
de VYAFUSER™-pomp is geleverd.
3.
Zet het oplaadsysteem klaar.
a. Verwijder de netstroomadapter, de kabel van het laadstation en de
batterijlader uit de pompset.
b. Sluit de kabel van het laadstation aan op de netstroomadapter en
de batterijlader.
c. Steek de stekker van de netstroomadapter in het stopcontact.
d. Controleer of het rode indicatorlampje brandt.
e. Als het rode indicatorlampje brandt, is de batterijlader klaar om de
batterij op te laden.
Netstroomadapter
en batterijlader
Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van
de netstroomadapter en batterijlader in
dit gedeelte.
Eerste instelling
7