UITGAVE 07 /2005
GEBRUIKSAANWIJZING
4.4
FUNCTIES VAN HET SPUITPISTOOL
4.4.1
OPBOUW VAN HET SPUITPISTOOL
Spanmoer
Stuurluchtaansluiting
Pistoolbehuizing
Materiaalsaansluiting
Wartelmoer
Vlakstraalspuitkop
Ventielstang (zie 4.4.2)
Drukveer (zie 4.4.2)
4.4.2
FUNCTIEBESCHRIJVING
•
Het automatisch pistool GA 250L of GA 400L wordt via de stuurlucht (B) in- en
uitgeschakeld.
•
De stuurzuiger op de ventielstang (G) in behuizing (C) van spuitpistool GA 250AL of GA
400AL wordt van druk voorzien en opent de materiaaldoorgang naar de vlakstraalspuitkop
(F)
•
Als gevolg van de drukvermindering van de stuurlucht (B) sluit de materiaaldoorgang
door middel van de drukveer (H)..
•
De dichtingsset (I) verhindert, dat materiaal in de behuizing (C) kan stromen.
•
Spuitpistool borgen: Stuurluchtleiding van de stuurluchtaansluiting (B) op het
spuitpistool aftrekken.
BESTELNUMMER DOC0350947
A
B
C
D
E
F
G
H
GA 250AL_GA 400AL
.
15