4.
Verwijder de R-pennen en de gaffelpennen
waarmee de hefarmen zijn bevestigd aan de
beugels van de zwenkwielarmen
Figuur 22
1. Hefarm
2. Gaffelpen
5.
Rol de maai-eenheid bij de tractie-eenheid
vandaan en ontkoppel het mannelijke en
vrouwelijke gedeelte van de aftakas
Figuur 23
1. Aftakas
GEVAAR
Als de motor wordt gestart en de aftakas
kan draaien, kan dit ernstig letsel tot
gevolg hebben.
U mag de motor niet starten en de
aftakashendel niet inschakelen als
de aftakas niet is aangesloten op de
tandwielkast van de maai-eenheid.
(Figuur
22).
g012237
3. R-pen
4. Beugel van zwenkwielarm
(Figuur
23).
g010552
De maai-eenheid aan de
tractie-eenheid koppelen
1.
Plaats de machine op een horizontaal oppervlak
en zet de motor af.
2.
Plaats de maai-eenheid vóór de tractie-eenheid.
3.
Schuif de mannelijke aftakas in de vrouwelijke
aftakas
(Figuur
4.
Zet de hefhendel in de Z
hefarm omlaag totdat de openingen in de hefarm
zijn uitgelijnd met de openingen in de beugel
van de zwenkwielarm en u de maaihoogtestang
in de blokken van de hefarm kunt brengen
(Figuur
24).
1. Hefarm
2. Beugel van zwenkwielarm
3. Maaihoogtestang
4. Blokken van hefarm
5. Drukringen
6. Gaffelpen
5.
Bevestig de hefarm aan de zwenkwielarm;
gebruik hierbij 2 drukringen, een gaffelpen en
19
23).
. Druk een
WEEFSTAND
Figuur 24
7. R-pen
8. Maaihoogtekraag
9. Gaffelpen
10. R-pen
11. Bout
g012229