Cerabar S PMC71, PMP71, PMP75 met 4...20 mA HART
!
Endress+Hauser
Lokale bediening
INBOUW CORRECTIE
Door de inbouwpositie van het instrument kan een ver-
schuiving van de meetwaarde optreden. Via de parame-
ter INBOUW CORRECTIE met de optie "overnemen"
corrigeert u de GEMETEN WAARDE, d.w.z. u wijst aan
de actieve druk de waarde 0.0 toe.
POS. SET-POINT
Door de inbouwpositie van het instrument kan een ver-
schuiving van de meetwaarde optreden. Via de parame-
ter POS. SET-POINT voert u de gewenste setpoint voor
de GEMETEN WAARDE in.
1)
AFREGELING LEEG
Niveauwaarde voor onderste inregelpunt invoeren.
Voor deze parameter voert u een niveauwaarde in, die
aan de op het instrument actieve druk wordt toegekend.
1
VOL AFREGELING
Niveauwaarde voor bovenste inregelpunt invoeren.
Voor deze parameter voert u een niveauwaarde in, die
aan de op het instrument actieve druk wordt toegekend.
DEMPINGSWAARDE
Dempingstijd (tijdconstante ) invoeren. De demping
beïnvloedt de snelheid, waarmee alle navolgende ele-
menten zoals bijv. lokaal display, gemeten waarde en
stroomuitgang reageren op een verandering van de druk.
1)
– NIVEAU SELEKTIE "Niveau Easy Druk" en KALIBRATIEMODUS "Nat"
– NIVEAU SELEKTIE "Niveau Standaard", NIVEAU TYPE "Lineair" en KALIBRATIEMODUS "Nat"
Opmerking!
Voor lokale bediening zie ook
ä 27, "Functie van de bedieningselementen – lokaal display aangesloten" en
ä 31, "Lokale bediening – lokaal display aangesloten".
Digitale communicatie
INOUW CORRECTIE
Door de inbouwpositie van het instrument kan een ver-
schuiving van de meetwaarde optreden. Via de parame-
ter INBOUW CORRECTIE met de optie "overnemen"
corrigeert u de GEMETEN WAARDE, d.w.z. u wijst aan
de actieve druk de waarde 0.0 toe.
POS. SET-POINT
Door de inbouwpositie van het instrument kan een ver-
schuiving van de meetwaarde optreden. Via de parame-
ter POS. SET-POINT voert u de gewenste setpoint voor
de GEMETEN WAARDE in.
1
AFREGELING LEEG
Niveauwaarde voor onderste inregelpunt invoeren.
Voor deze parameter voert u een niveauwaarde in, die
aan de op het instrument actieve druk wordt toegekend.
1
VOL AFREGELING
Niveauwaarde voor bovenste inregelpunt invoeren.
Voor deze parameter voert u een niveauwaarde in, die
aan de op het instrument actieve druk wordt toegekend.
DEMPINGSWAARDE
Dempingstijd (tijdconstante ) invoeren. De demping
beïnvloedt de snelheid, waarmee alle navolgende ele-
menten zoals bijv. lokaal display, gemeten waarde en
stroomuitgang reageren op een verandering van de druk.
Inbedrijfname
49