Storingen oplossen
Uitgang
A (alarm)
Stroomuitgang
– Instrument meet niet verder.
– De stroomuitgang neemt de via de
parameters STROOM BIJ ALARM
ALARMSTROOM
GEDR.
Zie ook het volgende hoofdstuk
"Stroomuitgang instellen voor alarm".
Bargraph
De bargraph neemt de via de parameter
(lokaal display)
STROOM BIJ ALARM
Lokaal display
– Gemeten waarde en melding worden
afwisselend getoond
– Meetwaarde-weergave:
permanent getoond.
Meldingsweergave
– 3-cijferig nummer zoals bijv. A122 en
beschrijving
Afstandsbediening
In geval van alarm toont de parameter ACTU-
(FieldCare of HART
ELE FOUTEN
handterminal)
bijv. 122 voor "Sensor verbindingsfout, data
gestoord".
Menupad: (GROEPSKEUZE ) GEBRUIKERSMENU UITGANG
1)
Menupad: (GROEPSKEUZE ) GEBRUIKERSMENU MESSAGES
2)
58
8.1.1
Foutmeldingen lokaal display
Wanneer het instrument tijdens de initialisatie een defect van het locale display vaststelt, kunnen
de volgende foutmeldingen worden getoond.
Melding
Initialisatie, VU electr. defect A110
Initialisatie, VU electr. defect A114
Initialisatie, VU electr. defect A281
Initialisatie, VU checksum Err. A110
Initialisatie, VU checksum Err. A112
Initialisatie, VU checksum Err. A171
8.2
Gedrag van de uitgangen bij storing
Het instrument maakt onderscheid tussen de meldingstypen Alarm, Waarschuwing en Fout (Error).
Zie volgende tabel en ä 51, "Meldingen".
1)
, MAX.
1
en AL. STROOM
1
ingestelde waarde aan.
1
ingestelde waarde aan.
-symbool wordt
2)
een 3-cijferig nummer zoals
Cerabar S PMC71, PMP71, PMP75 met 4...20 mA HART
Maatregel
Lokaal display vervangen.
W (waarschuwing)
Instrument meet verder.
De bargraph neemt de waarde aan, die
overeenkomt met de stroomwaarde.
– Gemeten waarde en melding worden
afwisselend getoond
– Meetwaarde-weergave:
-symbool
knippert.
Meldingsweergave:
– 3-cijferig nummer zoals bijv. W613 en
beschrijving
In geval van een waarschuwing toont de
2
parameter DIAGNOSE CODE
een 3-cijfe-
rig nummer zoals bijv. 613 voor "Simulatie
actief".
E (error: alarm/waarschuwing)
Voor dit type melding kunt u invoeren, of
het instrument moet reageren als bij een
"Alarm" of "Waarschuwing".
Zie betreffende kolom "alarm" of
"waarschuwing".
(Zie ook inbedrijfstellingsvoorschrift
BA00274P, parameterbeschrijving
CONFIG. FOUTMELD. resp. dit
inbedrijfstellingsvoorschrift .)
Zie deze tabel, afhankelijk van de keuze,
kolom "Alarm" of "Waarschuwing".
– Gemeten waarde en melding worden
afwisselend getoond
– Meetwaarde-weergave: zie betreffende
kolom "alarm" of "waarschuwing".
Meldingsweergave:
– 3-cijferig nummer zoals bijv. E731 en
beschrijving
In geval van een fout toont de parameter
2
DIAGNOSE CODE
een 3-cijferig nummer
zoals bijv. 731 voor "P.max. PROCES
onderschreden".
Endress+Hauser