Invloed van de mediumdruk
Uitgangspunten
50
3
[kg/m ]
14
12
10
8
6
4
2
0
-80
21
Dichtheidskalibratie in het veld, bijvoorbeeld bij +20 °C (+68 °F)
Temperatuur
±0,005 · T °C (± 0,005 · (T – 32) °F)
De tabel hieronder toont het effect op de nauwkeurigheid van de massaflow vanwege een verschil
tussen kalibratiedruk en procesdruk.
v.m. = van meetwaarde
Het is mogelijk deze invloed te compenseren door:
• Inlezen van de actuele drukmeetwaarde via de stroomingang.
• Specificeren van een vaste waarde voor de druk in de instrumentparameters.
Bedieningshandleiding→ 108.
DN
[mm]
[in]
8
³⁄₈
15
½
25
1
40
1½
50
2
80
3
v.m. = van meetwaarde, v.e. = van schaaleindwaarde
BaseAccu = basisnauwkeurigheid in % v.m., BaseRepeat = basisherhaalbaarheid % v.m.
MeasValue = gemeten waarde; ZeroPoint = nulpuntsstabiliteit
Berekening van de maximale meetfout als functie van het debiet
Debiet
ZeroPoint
⋅
100
³
BaseAccu
ZeroPoint
⋅
<
100
BaseAccu
-40
0
50
40 80 120 160 200 240 280 320 [°F]
-40 0
[% v.m./bar]
–0,009
–0,020
Maximale meetfout in % v.m.
± BaseAccu
A0021332
ZeroPoint
⋅
±
100
MeasValue
A0021333
Proline Promass E 300
100
150
[°C]
[% v.m./psi]
Geen invloed
Geen invloed
Geen invloed
Geen invloed
–0,0006
–0,0014
Endress+Hauser
A0016609
A0021339
A0021334