Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina
Inhoudsopgave

Bedieningstoetsen

Met de bedieningstoetsen kunt u allerlei elementaire naaimachinehandelingen gemakkelijk uitvoeren.
1 Draadcassette-indicator
De indicator licht op of gaat uit, afhankelijk van de
situatie.
Groen:
U kunt een draadcassette plaatsen.
Rood:
U kunt geen draadcassette plaatsen.
Uit:
De naaimachine is uitgeschakeld, of er
is reeds een draadcassette geïnstalleerd.
2 Draadknippentoets
uitgerust met een draadknippentoets)
Nadat u bent gestopt met naaien, drukt u de
draadknippentoets in om de boven- en onderdraad af te
knippen. Meer bijzonderheden vindt u in "De draad
afknippen" (pagina 47).
3 Naaldstandtoets
U kunt de naald omhoog of omlaag zetten door op de
naaldstandtoets te drukken. Wanneer u tweemaal op de
toets drukt, naait u één steek.
4 Start/stoptoets
Door op de start/stoptoets te drukken kunt u beginnen of
stoppen met naaien. Zolang u de knop ingedrukt houdt,
gaat de machine op lage snelheid naaien. Wanneer u
stopt met naaien, staat de naald omlaag in de stof. Meer
bijzonderheden vindt u in "Beginnen met naaien"
(pagina 43).
5 Persvoethendel
Met de persvoethendel zet u de persvoet omhoog of
omlaag.
Omslag D
1
2
3
5
4
(alleen voor modellen die zijn
7
6
6 Achteruitnaaien/verstevigingssteektoets
Door op de achteruitnaaien/verstevigingsteektoets te
drukken naait u achteruit of maakt u
verstevigingssteken. U kunt achteruitnaaien door de
toets ingedrukt te houden. U kunt verstevigingssteken
naaien door 3 tot 5 steken over elkaar te naaien. Meer
bijzonderheden vindt u in "Het naaiwerk verstevigen"
(pagina 45).
7 Schuifknop voor snelheidsregeling
Met de schuifknop voor snelheidsregeling past u de
naaisnelheid aan.
VOORZICHTIG
G Druk de draadknippentoets niet meer in,
nadat de draden zijn afgeknipt; anders kan de
naald breken, kunnen de draden in de war
raken, of raakt de machine mogelijk
beschadigd.
Opmerking
G Druk niet op de draadknippentoets, als zich
geen stof onder de persvoet bevindt, of
wanneer de machine naait; anders kan de
machine beschadigd raken.
G Wanneer u naait met een draad dikker dan
nr. 30, nylon draad of andere speciale
draden, snijdt u de draden af met de
draadafsnijder aan de zijkant van de
machine. Meer bijzonderheden vindt u in
"De draad afknippen" (pagina 47).
Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave