7.3
Instellen maximaal CV-vermogen
Het maximaal CV-vermogen wordt in de fabriek ingesteld op 70%. Als er voor de
CV-installatie meer of minder vermogen nodig is, kan het maximaal CV-vermogen
gewijzigd worden door het toerental van de ventilator te wijzigen. Zie tabel: Instelling
CV-vermogen.
Deze tabel geeft de relatie weer tussen het toerental van de ventilator en het
toestelvermogen.
Gewenst CV-vermogen in kW (ca.)
RKOMB*AAV1
22
28
33
17,8
22,6
26.2
14,8
19,1
22,0
12,7
16.4
19,0
10,6
13,7
15,9
8,3
11,0
12,7
6,4
8,3
9,6
5,4
6,9
7,0
Let op:
Het vermogen tijdens het branden wordt langzaam verhoogd en wordt verlaagd
zodra de ingestelde aanvoertemperatuur wordt bereikt (modulatie op Ta).
7.4
Instellen pompstand
De schakelaar voor het instellen van de pompstand bevindt zich op het
aansluitkastje van de CV pomp (Fabrieksinstelling stand III).
1.
Stel de pompstand in afhankelijk van het ingestelde maximaal vermogen en de
waterzijdige weerstand van de installatie. Zie diagram: Drukverlies toestel en
opvoerhoogte pomp, standen I, II en III. De standaard instelling van de pomp
is stand III.
2.
Controleer het temperatuurverschil tussen de aanvoer en de retour van het
toestel: deze moet ongeveer 20°C bedragen.
De minimale doorstroom hoeveelheid
155 l/h
240l/h
510 l/h
750 l/h
Drukverlies grafiek toestel CV-zijdig
A.
RKOMB22AAV1
B.
RKOMB28AAV1
C.
RKOMB33AAV1
I
Pompstand I
II
Pompstand II
III
Pompstand III
X
Doorstroom hoeveelheid in l/h
Y
Drukverlies / opvoerhoogte in mWk
Voorbeeld: Bij 500 l/h heeft de RKOMB28AAV1 bij pompstand III ca 4 mWk over.
ROTEX Heating Systems GmbH
Instelling op service display
(in % maximaal toerental)
± 83
70
60
50
40
30
25
Ingesteld vermogen
5.4 kW
8,5 kW
17,8 kW
26,2 kW
WILO RS 15/4.1
99