7.2
Veiligheidsfunctie
Uitschakeling en indicatie in geval van storing
Een overzicht van vergrendelende en tijdelijke uitschakeling door
storing staat vermeld in
Hfst.
10.3,
INFORMATIE
Een vergrendelende storing kan alleen met de hand aan
de regeling van de GCU compact gereset worden (zie
Hfst.
10.4).
INFORMATIE
Bij een tijdelijke uitschakeling door storing wordt de bran-
der minimaal 60 s. uitgeschakeld.
Wanneer de hierboven vermelde voorwaarden weer bin-
nen het normale werkbereik liggen, vindt er een automati-
sche vrijgave van de brander plaats
Een storing wordt aangegeven
▪ door een rode achtergrondverlichting van het display,
▪ de vermelding van een plattetekstfoutmelding met foutcode op het
display van het bedieningsdeel.
Brander ontgrendelen
INFORMATIE
De telkens laatste foutoorzaak wordt in het apparaat opge-
slagen en kan ook na een spanningsuitval bij het opnieuw
inschakelen van het apparaat gereconstrueerd worden.
Door de automatische ontsteking herkende vergrendelende fouten
kunnen alleen met de hand direct aan de ketel worden ontgrendeld.
Voorwaarden: De storingsoorzaak is verholpen, de brander is elek-
trisch aangesloten.
1
GCU compact inschakelen.
2
Exit-toets
(Afb.
6-1, pos.13) minimaal 5 s. indrukken.
è Menu "Speciaal niveau" wordt weergegeven.
3
Met de draaiknop het niveau "FA-fout" selecteren.
è Foutcode en vraag "resetten?" worden getoond.
4
Met de draaitoets "Ja" selecteren.
5
Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop.
è Fout is gereset.
6
Afbreken en teruggaan door opnieuw op de Exit-toets te druk-
ken.
7
Bij een aantal storingsuitschakelingen achter elkaar de CV-in-
stallatie controleren (bijv. het rookgassysteem en de brandstof-
toevoer).
INFORMATIE
Wanneer binnen 15 min. meer dan 5 storingen worden ont-
grendeld, verschijnt de foutcode E96. Een verdere ont-
grendeling is dan pas na 15 min. weer mogelijk.
(12)
Instelling vloeibaar gas
Gas Combi Unit
Op de vloer geplaatste HR-gasketel met geïntegreerde boiler
008.1543899_02 – 04/2019 – NL
Tab. 10-2
t/m
Tab.
10-4).
7
Verwarmingscel met gasbrander
7.3
De brander instellen
GEVAAR: ONTPLOFFINGSGEVAAR
Uitstromend gas is levensgevaarlijk en kan schadelijke ge-
volgen hebben voor de gezondheid. Ook een zeer geringe
vonkvorming kan een zware explosie tot gevolg hebben.
▪ Alvorens werkzaamheden aan de gasleidingen uit te
voeren, altijd de hoofdgaskraan van het huis afsluiten.
▪ Ventileer de ruimte goed zodra u gas ruikt. Voorkom
vonk- en vlammenvorming (bijv. door open vuur, elektri-
sche schakelaars of mobiele telefoons).
▪ Uitsluitend door het gas- of energiebedrijf geautoriseer-
de en geschoolde verwarmingsmonteurs mogen werk-
zaamheden uitvoeren aan gasvoerende onderdelen.
VOORZICHTIG
Een verkeerd ingestelde gasbrander kan tot een ontoelaat-
baar hoge uitstoot van schadelijke stoffen, sterke vervuiling
en een verhoogd olieverbruik leiden.
▪ Branderinstelling alleen door geautoriseerde en erkende
CV-monteurs laten uitvoeren.
Type GCU compact
Ventilatortype
(fabrikant)
315 / 515
NRG118/ 0800‑3612
(ebmpapst)
320 / 520
524
528
Tab. 7-2
Mogelijke instelbereiken
Als veranderingen worden aangebracht aan de vermogensinstelling
van de brander of er omgeschakeld wordt naar een ander gastype,
moeten deze in het gebruikshandboek worden geprotocolleerd en op
het instellingstypeplaatje
(Afb.
7-4) worden vermeld.
De omschakeling moet met datum en handtekening van de installa-
teur worden ondertekend.
Afb. 7-4
Instellingstypeplaatje
Instelbare belasting
in kW
3,0 - 15,0
3,0 - 20,0
4,0 - 24,0
(12)
(5,0 - 24,0)
4,0 - 28,0
(12)
(5,0 - 28,0)
Installatie- en gebruikshandleiding
47