3
4
Opslaan van de naam van een geheugentoets
Voor informatie over deze procedure met behulp van het scherm met basisfuncties voor
normaal kopiëren raadpleegt u "Een geheugentoets een naam geven," op pag. 5-6.
7
1
2
3
4
7-38
Een kopie maken met het scherm met basisfuncties voor spoedkopieën
Selecteer geheugentoets ([M1] t/m [M9]) om de gewenste instelling op
te slaan
druk op [Opslaan].
Als u een lege geheugentoets selecteert (waar geen instellingen zijn
opgeslagen):
Druk op [Ja] wanneer het bevestigingsbericht verschijnt dat vraagt de mode op te slaan.
De geheugentoets met de opgeslagen kopieerinstelling licht op en de opgeslagen
instellingen worden getoond.
Als u een geheugentoets selecteert die al wordt gebruikt (waar instellingen zijn
opgeslagen):
Druk op [Ja] wanneer het bevestigingsbericht verschijnt dat vraagt de mode te
overschrijven.
De geheugentoets met de opgeslagen kopieerinstelling licht op en de opgeslagen
instellingen worden getoond.
Druk op [Gereed].
Op het scherm Programmageheugen drukt u op [Opslaan].
Selecteer de geheugentoets ([M1] t/m [M9]) die u een naam wilt geven
druk op [Naam opslaan].
Voer de nieuwe naam in
Druk op [Gereed].
druk op [OK].