2
7
3
Nummering sets kopieën
1
7-54
Boek/Pag. Bew/Versch. instellingen
Selecteer het type nummering ([Alleen cijfers], [Nummers m/
koppelstr.], [Genummerde hoofdstukken] of [Totaal pag.numm.])
geef elke instelling aan.
Selecteer de oriëntatie en de positie van de paginanummers.
Druk op [Optie]; u kunt nu de positie van het paginanummer selecteren voor de achterzijde
en of de ingevoegde vellen moeten worden meegeteld.
Als u [Aantal cijfers] selecteert, voer dan de grootte van de paginanummering in door op [-]
of [+] te drukken
druk op [OK].
Als u [Teken toevoeg.] selecteert, stelt dan het teken en de positie voor paginannummering
in
druk op [OK].
U kunt ook de tekst selecteren die is opgeslagen bij Tekens opslaan voor pag.nr./Watermerk
onder Standaard instellingen via het scherm Extra functies.
Als u de afdrukpositie wilt aanpassen, drukt u op [Positie aanpassen]
druk op [-] of [+] om de desbetreffende positie in te stellen
Stel het paginanummer in om de nummering mee te starten, de grootte en de kleur van de
paginanummers.
Als u samen met hoofdstuknummers ook paginanummers wilt invoeren, geef dan het
beginnende hoofdstuknummer voor de linkerkant en het beginnende paginanummer voor de
rechterkant (1 - 9.999) aan.
Als u samen met de paginanummers ook het totaal aantal pagina's wilt invoeren, geef dan
het beginnende paginanummer voor de linkerkant (1 - 9.999) en het totaal aantal pagina's
voor de rechterkant (1 - 20.000) aan. Om automatisch het totaal aantal pagina's in te stellen,
drukt u op [Auto].
Druk op [Gereed].
Druk op [Boek/Pag. Bew/Versch]
druk op [X] en [Y]
druk op [Gereed].
[Kopieset nummering].