6
Combineren van de batches documenten.
Om de kopieerinstellingen voor het gecombineerde document te controleren, drukt u op
[Inst.bev. (Overall)].
Om alle batches met originelen te selecteren, drukt u op [Alles selecteren]. Als echter al een
batch originelen is geselecteerd, wijzigt deze toets in [Wis selectie].
Om een andere batch toe te voegen, drukt u op [Blok toevoegen] en herhaalt u de procedure
vanaf stap 3.
Selecteer de batches originelen in de volgorde waarin u ze wilt combineren.
Om de gedetailleerde informatie over een batch originelen te kunnen bekijken, selecteert u
de batch originelen
Om een batch originelen te wissen, selecteert u de batch originelen
Om een voorbeeldafdruk te maken van een geselecteerde batch originelen of van het
gecombineerde document, drukt u op [Voorbeeldafdruk].
Om een voorbeeldafdruk te maken van een geselecteerde batch originelen, drukt u op
[Voorbeeldset van geselecteerde blok].
Om een voorbeeldafdruk te maken van het gecombineerde document, drukt u op
[Voorbeeldset van gecomb. opdracht].
Om voor het gecombineerde document de Omslag/Scheidingsblad mode te kunnen
gebruiken, drukt u op [Omslag/Scheidingsblad].
Om het aantal kopieën te wijzigen, voert u het gewenste aantal kopieën in (1 t/m 9.999).
7
Druk op [Start afdrukken].
Als u voor het gecombineerde document bij stap 2 in de Opslaan in
gebruikerspostbus mode [Kopiëren tot opslaan] heeft geselecteerd:
Druk op [Afdrukken/Opslaan].
Om het gecombineerde document zonder afdrukken op te slaan, drukt u op [Opslaan en
afsl.].
Als u voor het gecombineerde document bij stap 2 in de Opslaan in
gebruikerspostbus mode zonder [Kopiëren tot opslaan] heeft geselecteerd:
Druk op [Opslaan].
druk op [Details].
Kopieën maken met de Melding opdracht voltooid (Overige)
druk op [Wissen].
7
7-89