13.
Monteer de eventuele standaard.
14.
Sluit het netsnoer en eventuele externe apparatuur opnieuw aan en zet vervolgens de computer
aan.
15.
Vergrendel eventuele beveiligingsapparaten die u heeft ontgrendeld bij het verwijderen van het
toegangspaneel.
16.
Configureer de computer opnieuw als dat nodig is.
30
Hoofdstuk 2 Hardware-upgrades