D3-2—Spoel het wiel en de as af met water
om haar en vuil te verwijderen. Laat
de componenten drogen aan de
lucht, monteer het wiel en de as
opnieuw en druk ze op hun plaats.
Hoofdwielen
D4
* Reinig indien nodig.
Reinig de hoofdwielen met een zachte,
droge doek.
Stofreservoir
D5
* Reinig indien nodig.
D5-1—Open het bovendeksel van de robot
en druk op de vergrendeling van het
stofreservoir om het stofreservoir
eruit te nemen.
D5-2—Verwijder het wasbare filter en leeg
het stofreservoir.
D5-3—Vul het stofreservoir met schoon water
en plaats het wasbare filter terug.
Schud het stofreservoir voorzichtig en
giet het vuile water eruit.
Opmerking:
Gebruik alleen schoon water zonder
reinigingsvloeistof om verstopping te voorkomen.
D5-4—Laat het stofreservoir en het wasbare
filter drogen.
Wasbaar filter
D6
* Reinig om de 2 weken en vervang om de 6-12 maanden.
D6-1—Verwijder het filter.
D6-2—Spoel het filter herhaaldelijk en
klop erop om zoveel mogelijk vuil te
verwijderen.
Opmerking:
Raak het oppervlak van het filter niet aan
met uw handen, borstels of harde voorwerpen om
mogelijke schade te voorkomen.
D6-3—Laat het filter minstens 24 uur drogen
en installeer het dan opnieuw.
Mopdoeken
D7
* Reinig indien nodig en vervang om de 1-3 maanden.
D7-1—Verwijder de mopdoeken uit
de mopdoekhouders. Maak de
mopdoeken schoon en laat ze aan
de lucht drogen.
Opmerking:
Een vuile mopdoek beïnvloedt de
dweilprestaties. Maak de mopdoek vóór gebruik schoon.
D7-2—Plak de mopdoeken stevig op hun
plaats op de houders.
Robotsensoren
D8
* Reinig indien nodig.
Gebruik een zachte, droge doek om alle
sensoren schoon te vegen, inclusief:
D8-1—Locatiebaken dockingstation
D8-2—Reactive Tech
Obstakelvermijdingssensor
D8-3—Muursensor
D8-4—Communicatiesensor
D8-5—Tapijtsensor
D8-6—Vier afgrondsensoren
63
Het dockingstation verplaatsen
D9
Om het dockingstation te verplaatsen, pakt
u met de ene hand de snoeropbergruimte
aan de achterkant vast en met de andere
hand de binnenkant van het voorpaneel.
Verplaats het dockingstation niet door
het rechtstreeks aan de grondplaat, de
handgrepen van de watertank of het
deksel van het stofreservoir op te tillen. Het
dockingstation kan er anders af vallen.
Vuilwatertank
D10
* Reinig indien nodig.
Open het deksel van de vuilwatertank en
giet het vuile water eruit. Vul de tank met
schoon water, sluit het deksel en schud. Giet
het vuile water eruit. Vergrendel het deksel
en plaats de tank terug.
Opmerkingen:
• Gebruik alleen koud water om vervorming te voorkomen.
• Blijven er watervlekken op de buitenkant van de
watertank achter, veeg deze dan af met een zachte,
droge doek voordat u de tank opnieuw installeert.
Laadcontacten
D11
* Reinig indien nodig.
Gebruik een zachte droge doek om
de laadcontacten op de robot en het
dockingstation schoon te vegen.
De wegwerpstofzak vervangen
D12
* Vervangen indien nodig.
D12-1—Verwijder het deksel van het
stofreservoir.