Ga met de pijltoets omlaag naar het veld TELRICHTING.
Selecteer in het veld TELRICHTING de telrichting door te drukken op
de softkey POSITIEF/NEGATIEF
Kies positief wanneer de telrichting van de encoder gelijk is aan
de telrichting van de operator. Kies negatief wanneer de
richtingen verschillen.
U kunt de encoderresolutie en de telrichting ook bepalen
door gewoon iedere as te verplaatsen.
Ga met de pijltoets omlaag naar het veld FOUTBEWAKING.
In het veld FOUTBEWAKING kiest u of het systeem encoderfouten
moet bewaken en weergeven door AAN of UIT te kiezen. Bij AAN
kan de digitale uitlezing telfouten bewaken. Er zijn twee soorten
telfouten: vervuilingsfouten (wanneer het signaal naar de encoder
daalt tot onder een ingestelde waarde) en frequentiefouten
(wanneer de signaalfrequentie de ingestelde waarde overschrijdt).
Wanneer een foutmelding verschijnt, verwijder deze dan door de
C-toets in te drukken.
Druk op ENTER om de ingevoerde instellingen op te slaan, en ga
naar de volgende encoderinstelling, of druk op de C-toets om ze te
verwijderen.
Wanneer u de functie wilt verlaten en de instellingen wilt opslaan,
drukt u op ENTER en vervolgens op BEW. INSTELLEN.
58
II